Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2012:BV9966
2012-05-11
Civiel recht
11/02653
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2012:BV9966 → ECLI:NL:GHAMS:2011:BP7959 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2012:BV9966 → ECLI:NL:PHR:2012:BV9966
Inhoudsindicatie
Procesrecht; kostenveroordeling; incidenteel hoger beroep. Geen kostenveroordeling bij verwerping van door geïntimeerde in (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep opnieuw of voor het eerst aan de orde gesteld verweer. Hoge Raad doet zelf de zaak af. Voor het overige verwerping met toepassing art. 81 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (68)
- ECLI:NL:GHARL:2026:4550 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-07-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:1277 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-03-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:33 Gerechtshof Den Haag 20-01-2026
- ECLI:NL:GHARL:2025:8090 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-12-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:6921 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-10-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1686 Gerechtshof Den Haag 02-09-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2061 Gerechtshof Den Haag 05-08-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:3669 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10-06-2025
- ECLI:NL:OGHACMB:2025:107 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14-05-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:120 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21-01-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:1346 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1346 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:7031 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19-11-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1357 Gerechtshof Den Haag 23-07-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1889 Gerechtshof Amsterdam 09-07-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:142 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23-01-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:152 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-01-2024
- ECLI:NL:GHARL:2023:8302 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-10-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1719 Gerechtshof Den Haag 05-09-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:6140 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-07-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:2516 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21-03-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:81 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17-01-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2022:4477 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13-12-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:1407 Gerechtshof Amsterdam 10-05-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:526 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22-02-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2021:3713 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14-12-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:7153 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27-07-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:7155 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:511 Gerechtshof Den Haag 30-03-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2021:332 Gerechtshof Amsterdam 02-02-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:76 Parket bij de Hoge Raad 29-01-2021
- ECLI:NL:GHARL:2020:8988 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-11-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:8993 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-11-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:8992 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-11-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:8989 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-11-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:8982 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-11-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:8990 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-11-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:8984 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-11-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:2861 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-04-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2019:4535 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17-12-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:10568 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10-12-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1333 Parket bij de Hoge Raad 15-11-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:2636 Gerechtshof Den Haag 15-10-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2019:502 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-02-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:157 Gerechtshof Den Haag 12-02-2019
- ECLI:NL:HR:2018:2261 Hoge Raad 14-12-2018
- ECLI:NL:HR:2018:2262 Hoge Raad 14-12-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1171 Parket bij de Hoge Raad 12-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1170 Parket bij de Hoge Raad 12-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1170 Parket bij de Hoge Raad 12-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1171 Parket bij de Hoge Raad 12-10-2018
- ECLI:NL:GHARL:2017:7515 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-08-2017
- ECLI:NL:GHARL:2017:6468 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-07-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:3149 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11-07-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:2535 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 06-06-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:2294 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30-05-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:2228 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23-05-2017
- ECLI:NL:GHDHA:2016:4141 Gerechtshof Den Haag 06-12-2016
- ECLI:NL:GHARL:2016:6592 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-08-2016
- ECLI:NL:GHSHE:2016:1923 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17-05-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (5.426 tekens)
11 mei 2012
Eerste Kamer
11/02653
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
kantoorhoudende te [plaats],
2. BOEKEL DE NERÉE N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
1. COÖPERATIEVE VERENIGING TOT EXPLOITATIE VAN EEN PARKEERGARAGE HERENGRACHT,
gevestigd te Amsterdam,
2. [Verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
5. [Verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
6. [Verweerder 6],
wonende te [woonplaats],
7. [Verweerder 7],
Wonende te [woonplaats],
8. [Verweerder 8],
wonende te [woonplaats],
9. [Verweerder 9],
wonende te [woonplaats],
10. [Verweerder 10],
wonende te [woonplaats],
11. [Verweerder 11]
wonende te [woonplaats],
12. [Verweerder 12],
wonende te [woonplaats],
13. [Verweerder 13],
wonende te [woonplaats],
14. [Verweerder 14],
wonende te [woonplaats],
15. [Verweerder 15],
wonende te [woonplaats],
16. [Verweerder 16],
wonende te [woonplaats],
17. [Verweerder 17],
wonende te [woonplaats],
18. [Verweerster 18],
wonende te [woonplaats],
19. [Verweerder 19],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Vereniging c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 323003/HA ZA 05-2383 van de rechtbank Amsterdam van 29 maart 2006, 5 juli 2006 en 19 december 2007;
b. het arrest in de zaak 200.003.700/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 22 februari 2011, verbeterd bij herstelarresten van 31 mei 2011 en 20 september 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Vereniging c.s. hebben geconcludeerd tot referte ten aanzien van onderdeel 7 van het cassatiemiddel en voor het overige tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] c.s. mede door mr. J. Mencke, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 30 maart 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
3.1 De in de onderdelen 1 - 6 aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2 Onderdeel 7, dat is gericht tegen de in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep uitgesproken kostenveroordeling, treft doel. De omstandigheid dat [eiser] c.s., die door de rechtbank in het gelijk waren gesteld, een verweer hebben gevoerd in de vorm van een (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep, kan niet ertoe leiden dat de verwerping van dat verweer - en dientengevolge de verwerping van het (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep - [eiser] c.s. op een kostenveroordeling komt te staan. Dit geldt niet alleen voor in eerste aanleg gevoerde verweren die in de vorm van een incidenteel hoger beroep onder de aandacht van het hof worden gebracht, maar ook voor in zodanige vorm opgeworpen nieuwe verweren.
3.3 Het hof had dus een kostenveroordeling in het incidenteel beroep achterwege moeten laten. Dat wordt niet anders indien wordt uitgegaan van zijn kennelijke opvatting dat honorering van het verweer van [eiser] c.s. moest leiden tot een gedeeltelijke wijziging van het dictum (niet-ontvankelijkverklaring van nog enkele eisers), nu deze omstandigheid geen materiële wijziging zou brengen in de positie van [eiser] c.s. als in het gelijk gestelde partij in de eerderbedoelde zin.
3.4 De Hoge Raad kan, met vernietiging van het arrest van het hof in zoverre, zelf de zaak afdoen.
3.5 De gegrondheid van onderdeel 7 geeft onvoldoende grond om af te zien van veroordeling van [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 22 februari 2011 voor zover [eiser] c.s. daarin zijn veroordeeld in de kosten van het voorwaardelijk incidenteel appel;
verwerpt het beroep voor het overige;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Vereniging c.s. begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 11 mei 2012.
Eerste Kamer
11/02653
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
kantoorhoudende te [plaats],
2. BOEKEL DE NERÉE N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
1. COÖPERATIEVE VERENIGING TOT EXPLOITATIE VAN EEN PARKEERGARAGE HERENGRACHT,
gevestigd te Amsterdam,
2. [Verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
5. [Verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
6. [Verweerder 6],
wonende te [woonplaats],
7. [Verweerder 7],
Wonende te [woonplaats],
8. [Verweerder 8],
wonende te [woonplaats],
9. [Verweerder 9],
wonende te [woonplaats],
10. [Verweerder 10],
wonende te [woonplaats],
11. [Verweerder 11]
wonende te [woonplaats],
12. [Verweerder 12],
wonende te [woonplaats],
13. [Verweerder 13],
wonende te [woonplaats],
14. [Verweerder 14],
wonende te [woonplaats],
15. [Verweerder 15],
wonende te [woonplaats],
16. [Verweerder 16],
wonende te [woonplaats],
17. [Verweerder 17],
wonende te [woonplaats],
18. [Verweerster 18],
wonende te [woonplaats],
19. [Verweerder 19],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Vereniging c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 323003/HA ZA 05-2383 van de rechtbank Amsterdam van 29 maart 2006, 5 juli 2006 en 19 december 2007;
b. het arrest in de zaak 200.003.700/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 22 februari 2011, verbeterd bij herstelarresten van 31 mei 2011 en 20 september 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Vereniging c.s. hebben geconcludeerd tot referte ten aanzien van onderdeel 7 van het cassatiemiddel en voor het overige tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] c.s. mede door mr. J. Mencke, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 30 maart 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
3.1 De in de onderdelen 1 - 6 aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2 Onderdeel 7, dat is gericht tegen de in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep uitgesproken kostenveroordeling, treft doel. De omstandigheid dat [eiser] c.s., die door de rechtbank in het gelijk waren gesteld, een verweer hebben gevoerd in de vorm van een (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep, kan niet ertoe leiden dat de verwerping van dat verweer - en dientengevolge de verwerping van het (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep - [eiser] c.s. op een kostenveroordeling komt te staan. Dit geldt niet alleen voor in eerste aanleg gevoerde verweren die in de vorm van een incidenteel hoger beroep onder de aandacht van het hof worden gebracht, maar ook voor in zodanige vorm opgeworpen nieuwe verweren.
3.3 Het hof had dus een kostenveroordeling in het incidenteel beroep achterwege moeten laten. Dat wordt niet anders indien wordt uitgegaan van zijn kennelijke opvatting dat honorering van het verweer van [eiser] c.s. moest leiden tot een gedeeltelijke wijziging van het dictum (niet-ontvankelijkverklaring van nog enkele eisers), nu deze omstandigheid geen materiële wijziging zou brengen in de positie van [eiser] c.s. als in het gelijk gestelde partij in de eerderbedoelde zin.
3.4 De Hoge Raad kan, met vernietiging van het arrest van het hof in zoverre, zelf de zaak afdoen.
3.5 De gegrondheid van onderdeel 7 geeft onvoldoende grond om af te zien van veroordeling van [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 22 februari 2011 voor zover [eiser] c.s. daarin zijn veroordeeld in de kosten van het voorwaardelijk incidenteel appel;
verwerpt het beroep voor het overige;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Vereniging c.s. begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 11 mei 2012.