Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2011:BP6600
2011-04-15
Bestuursrecht; Belastingrecht
10/00692
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2011:BP6600 → ECLI:NL:PHR:2011:BP6600
Inhoudsindicatie
Art. 27p, lid 1, AWR. Uitspraak Rechtbank vernietigd n.a.v. incidenteel hoger beroep Inspecteur. Geen teruggaaf griffierecht in geval van ongegrondverklaring van principaal hoger beroep.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (44)
- ECLI:NL:GHSHE:2026:1723 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 01-07-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2026:1636 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24-06-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1161 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23-04-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1447 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 09-04-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:72 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15-01-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4090 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4089 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4088 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4086 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4087 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:7097 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19-11-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2649 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21-08-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1046 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27-03-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2022:4704 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29-12-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2013 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22-06-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2010 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22-06-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2021:1272 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22-04-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2021:606 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26-02-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2021:617 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19-02-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2020:4057 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31-12-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:4101 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31-12-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:4101 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31-12-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:10815 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-12-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2073 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 09-07-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:1657 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11-02-2020
- ECLI:NL:GHARL:2019:10944 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-12-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2019:3628 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-10-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2019:2155 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14-06-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2018:4541 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 01-11-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:4027 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27-09-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:2786 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29-06-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2017:5283 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30-11-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:4842 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 10-11-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:4421 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-10-2017
- ECLI:NL:GHARL:2016:9327 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-11-2016
- ECLI:NL:GHSHE:2016:1706 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28-04-2016
- ECLI:NL:GHSHE:2015:1175 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-04-2015
- ECLI:NL:GHSHE:2014:5263 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-12-2014
- ECLI:NL:GHSHE:2014:4411 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23-10-2014
- ECLI:NL:GHSHE:2014:1820 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19-06-2014
- ECLI:NL:GHARL:2014:4215 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-05-2014
- ECLI:NL:GHSHE:2014:1198 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25-04-2014
- ECLI:NL:GHSHE:2014:954 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-04-2014
- ECLI:NL:GHSHE:2013:5544 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21-11-2013
Volledige tekst
Volledige tekst (5.800 tekens)
Nr. 10/00692
15 april 2011
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 april 2010, nr. 08/616, betreffende een aan X te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2005.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2005 een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij uitspraak van de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard.
De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 07/5032) heeft het tegen de uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, het bezwaar ontvankelijk verklaard, de voorlopige aanslag gehandhaafd, en de Inspecteur veroordeeld in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaarschrift heeft gemaakt.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. De Inspecteur heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, doch uitsluitend voor zover de uitspraak betrekking heeft op de kostenveroordeling van de Inspecteur, en de Inspecteur gelast het door belanghebbende voor het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 107 te vergoeden. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 10 februari 2011 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.
3. Beoordeling van het middel
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Aan belanghebbende is een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2005 opgelegd.
3.1.2. Belanghebbende maakt aanspraak op aftrek van ziektekosten bij de berekening van zijn belastbare inkomen uit werk en woning. De Rechtbank heeft belanghebbende op dat punt in het ongelijk gesteld en de voorlopige aanslag gehandhaafd.
3.1.3. Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank. Dit hoger beroep is bij de thans bestreden uitspraak ongegrond verklaard.
3.1.4. De Inspecteur heeft incidenteel hoger beroep ingesteld tegen de door de Rechtbank uitgesproken veroordeling in de kosten in verband met de behandeling van het bezwaarschrift ten bedrage van € 80,50. Het Hof heeft dit hoger beroep gegrond bevonden en de uitspraak van de Rechtbank op die grond vernietigd.
3.1.5. Het Hof heeft tevens de Inspecteur gelast het door belanghebbende voor het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 107 te vergoeden. Tegen dit oordeel keert zich het middel.
3.2.1. Uit de uitspraak van het Hof of de stukken van het geding blijkt niet van feiten of omstandigheden die tot vergoeding van het griffierecht op de voet van artikel 27p, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR) aanleiding zouden kunnen geven. Omdat 's Hofs beslissing met betrekking tot het toekennen van een vergoeding van het griffierecht ook niet is gemotiveerd, moet het ervoor worden gehouden dat het Hof zijn beslissing niet op artikel 27p, lid 2, van de AWR heeft gebaseerd, maar op artikel 27p, lid 1, van de AWR.
3.2.2. In artikel 27p, lid 1, van de AWR is voorgeschreven dat een uitspraak waarbij het gerechtshof de uitspraak van de rechtbank vernietigt, tevens inhoudt dat aan de indiener van het beroepschrift het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed.
3.2.3. De uitspraak van de Rechtbank is vernietigd uitsluitend op gronden die door de Inspecteur in zijn incidentele hoger beroep zijn aangevoerd, en dus niet op door belanghebbende aangedragen - of door het Hof ambtshalve bijgebrachte - gronden.
3.2.4. Zoals blijkt uit de wetsgeschiedenis, weergegeven in de onderdelen 4.7 tot en met 4.11 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, is de strekking van artikel 27p, lid 1, van de AWR dat aan degene wiens hoger beroep geheel of gedeeltelijk gegrond wordt bevonden, het door hem voor het indienen van dat hoger beroep betaalde griffierecht wordt vergoed. Het is niet in overeenstemming met deze strekking om vergoeding van het griffierecht toe te kennen aan de procespartij wiens hoger beroep ongegrond is verklaard in een geval waarin de vernietiging van een uitspraak van de rechtbank uitsluitend zijn grond vindt in het slagen van het door de andere partij ingestelde (incidentele) hoger beroep.
3.2.5. De bewoordingen van artikel 27p, lid 1, van de AWR staan aan een uitleg in overeenstemming met de hiervoor weergegeven strekking niet in de weg.
3.3. Het middel wordt derhalve terecht voorgesteld. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond, en
vernietigt de uitspraak van het Hof, doch enkel voor zover deze de vergoeding van het griffierecht betreft.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2011.
15 april 2011
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 april 2010, nr. 08/616, betreffende een aan X te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2005.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2005 een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij uitspraak van de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard.
De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 07/5032) heeft het tegen de uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, het bezwaar ontvankelijk verklaard, de voorlopige aanslag gehandhaafd, en de Inspecteur veroordeeld in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaarschrift heeft gemaakt.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. De Inspecteur heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, doch uitsluitend voor zover de uitspraak betrekking heeft op de kostenveroordeling van de Inspecteur, en de Inspecteur gelast het door belanghebbende voor het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 107 te vergoeden. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 10 februari 2011 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.
3. Beoordeling van het middel
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Aan belanghebbende is een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2005 opgelegd.
3.1.2. Belanghebbende maakt aanspraak op aftrek van ziektekosten bij de berekening van zijn belastbare inkomen uit werk en woning. De Rechtbank heeft belanghebbende op dat punt in het ongelijk gesteld en de voorlopige aanslag gehandhaafd.
3.1.3. Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank. Dit hoger beroep is bij de thans bestreden uitspraak ongegrond verklaard.
3.1.4. De Inspecteur heeft incidenteel hoger beroep ingesteld tegen de door de Rechtbank uitgesproken veroordeling in de kosten in verband met de behandeling van het bezwaarschrift ten bedrage van € 80,50. Het Hof heeft dit hoger beroep gegrond bevonden en de uitspraak van de Rechtbank op die grond vernietigd.
3.1.5. Het Hof heeft tevens de Inspecteur gelast het door belanghebbende voor het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 107 te vergoeden. Tegen dit oordeel keert zich het middel.
3.2.1. Uit de uitspraak van het Hof of de stukken van het geding blijkt niet van feiten of omstandigheden die tot vergoeding van het griffierecht op de voet van artikel 27p, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR) aanleiding zouden kunnen geven. Omdat 's Hofs beslissing met betrekking tot het toekennen van een vergoeding van het griffierecht ook niet is gemotiveerd, moet het ervoor worden gehouden dat het Hof zijn beslissing niet op artikel 27p, lid 2, van de AWR heeft gebaseerd, maar op artikel 27p, lid 1, van de AWR.
3.2.2. In artikel 27p, lid 1, van de AWR is voorgeschreven dat een uitspraak waarbij het gerechtshof de uitspraak van de rechtbank vernietigt, tevens inhoudt dat aan de indiener van het beroepschrift het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed.
3.2.3. De uitspraak van de Rechtbank is vernietigd uitsluitend op gronden die door de Inspecteur in zijn incidentele hoger beroep zijn aangevoerd, en dus niet op door belanghebbende aangedragen - of door het Hof ambtshalve bijgebrachte - gronden.
3.2.4. Zoals blijkt uit de wetsgeschiedenis, weergegeven in de onderdelen 4.7 tot en met 4.11 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, is de strekking van artikel 27p, lid 1, van de AWR dat aan degene wiens hoger beroep geheel of gedeeltelijk gegrond wordt bevonden, het door hem voor het indienen van dat hoger beroep betaalde griffierecht wordt vergoed. Het is niet in overeenstemming met deze strekking om vergoeding van het griffierecht toe te kennen aan de procespartij wiens hoger beroep ongegrond is verklaard in een geval waarin de vernietiging van een uitspraak van de rechtbank uitsluitend zijn grond vindt in het slagen van het door de andere partij ingestelde (incidentele) hoger beroep.
3.2.5. De bewoordingen van artikel 27p, lid 1, van de AWR staan aan een uitleg in overeenstemming met de hiervoor weergegeven strekking niet in de weg.
3.3. Het middel wordt derhalve terecht voorgesteld. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond, en
vernietigt de uitspraak van het Hof, doch enkel voor zover deze de vergoeding van het griffierecht betreft.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2011.