Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2011:BP0438

2011-05-31 Strafrecht 09/03950
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2011-05-31
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
09/03950
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2011/714

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Afwijzing getuigenverzoek. De in de middelen bedoelde afwijzende beslissingen van het Hof van 23 januari 2007 zijn beslissingen op de voet van de art. 328 en 331.1 jo 315 jo 415 Sv. Daarop heeft art. 322.4 Sv geen betrekking zodat, nu het onderzoek ter terechtzitting opnieuw is aangevangen, de bestreden uitspraak niet mede berust op de in de middelen bedoelde beslissingen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (7)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.702 tekens)
31 mei 2011
Strafkamer
nr. 09/03950


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 juli 2009, nummer 22/006334-05, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952, wonende te [woonplaats].


1. Geding in cassatie


1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.J. de Bruin, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep voor zover het is gericht tegen de ter terechtzitting in hoger beroep van 23 januari 2007 gegeven beslissingen en tot verwerping van het beroep voor het overige.


1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van het vierde, het vijfde, het zesde en het negende middel

2.1. De middelen bevatten de klacht dat het Hof ter terechtzitting in hoger beroep van 23 januari 2007 ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd het verzoek tot het horen van de in de middelen genoemde getuigen heeft afgewezen.


2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 30 juni 2009 houdt het volgende in:
"Het hof beveelt dat het ter terechtzitting van 19 januari 2009 geschorste onderzoek opnieuw wordt aangevangen, nu de samenstelling van het hof gewijzigd is en de raadsman niet instemt met hervatting in de stand waarin het onderzoek zich op het tijdstip van de schorsing bevond."


2.3. Het bestreden arrest houdt in dat het is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 30 juni 2009.


2.4. Art. 322, vierde lid, Sv, dat ingevolge art. 415, eerste lid, Sv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, luidt:
"Ook in het geval het onderzoek ter terechtzitting opnieuw wordt aangevangen blijven beslissingen van de rechtbank inzake de geldigheid van de uitreiking van de dagvaarding uit hoofde van artikel 278, eerste lid, beslissingen op verweren van de verdachte uit hoofde van artikel 283, eerste lid, beslissingen op vorderingen tot wijziging van de telastlegging alsmede beslissingen inzake het horen of de oproeping van getuigen of deskundigen ter terechtzitting uit hoofde van artikel 287 of artikel 288 in stand."


2.5. De in de middelen bedoelde afwijzende beslissingen van het Hof zijn beslissingen op de voet van de art. 328 en 331, eerste lid, Sv in verbinding met art. 315 Sv, welke bepalingen ingevolge art. 415 Sv ook in hoger beroep van toepassing zijn. Op die beslissingen heeft art. 322, vierde lid, Sv geen betrekking. Nu het onderzoek ter terechtzitting op 30 juni 2009 opnieuw is aangevangen en de bestreden einduitspraak niet mede berust op de in de middelen bedoelde beslissingen moeten de middelen onbesproken blijven.

3. Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 31 mei 2011.