Reikwijdte art. 359.2 Sv. 1. Wettelijk systeem. 2. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten; pv en uitspraak als kenbron; eisen aan cassatiemiddel. 3. Soms motivering vereist van selectie en waardering bewijs en keuze en weging factoren van belang voor oplegging straf of maatregel; toetsing in cassatie
Wetboek van Strafvordering
Art. 415 Sv
Genoemd in 1.647 uitspraken · Officiële wettekst
1.647 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
HR wijst overzichtsarrest inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in gewone strafzaken. Ic heeft het Hof het horen van de getuigen niet noodzakelijk geacht. Dat is een beslissing ex. art. 328 en 331.1 jo art. 315 Sv welke bepalingen op de voet van art. 415 Sv oo
Post-Keskin zaak. Mishandeling van fietsenmaker, art. 300.1 Sr. 1. HR gaat in op uitspraak van EHRM in zaak Keskin tegen Nederland (nr. 2205/16) en betekenis van die uitspraak voor beoordeling van verzoeken tot oproepen en horen van getuigen door Nederlandse strafrechter en voor gebruik van verklari
Cassatie in het belang van de wet. Procesafspraken in strafzaken. Is Rb in het licht van art. 6 EVRM op goede gronden gekomen tot oordeel dat i.h.k.v. procesafspraken de belangen van verdachte zijn geëerbiedigd en verzet WvSv zich tegen redelijkheidstoets door rechter van procesafspraken die vorm he
Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. 1. Prejudiciële procedure in strafzaken. 2. Beantwoording vragen over o.a. betekenis van (internationale of interstatelijke) vertrouwensbeginsel voor beoordeling van rechtmatigheid en betrouwbaarheid van resultaten die zijn verkregen met toepassing van opspor
Belediging ambtenaar in functie, meermalen gepleegd (art. 267.2 jo. 266.1 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). Niet beslist op voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan en ttz. herhaald aanhoudingsverzoek van gemachtigde raadsvrouwe op de grond dat verdachte is verhinderd omdat hij net kindje heeft ge
Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij zes moorden, twee pogingen tot moord (art. 289 Sr) en deelneming aan een criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Kroongetuigenregeling, art. 226g Sv en art. 44a Sr. 2. Verenigbaarheid levensla
Handel in en aanwezig hebben van harddrugs (art. 2.A en 2.C Opiumwet), voorbereiden of bevorderen van Opiumwetdelicten (art. 10a Opiumwet), verhandelen van wapens en/of munitie (art. 9.1 WWM), voorhanden hebben van vuurwapens (art. 26 WWM) en witwassen (art. 420bis.1.b Sr). 1. Afwijzing verzoek van
Liquidatie te IJsselstein. Medeplegen moord (art. 289 Sr) en medeplegen voorhanden hebben vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM). Rechtmatigheid van verkrijging van Ennetcom-data en omgang met deze data in Nederland. 1. Gebruik voor het bewijs van Ennetcom-data: (a) rechtmatigheid van de verkrijging
Promis II-arrest. Cassatie in belang der wet. Uitleg art. 359.2 en 3 Sv (Wet bekennende verdachte). 1. Bewijsmotivering. 2. Weergave getuigeverklaring. Ad 1. Het wettelijk stelsel moet aldus worden begrepen dat de motivering van de bewezenverklaring - behoudens indien sprake is van een bekennende ve
-
Horen getuigen in h.b. HR geeft antwoorden op in de praktijk gerezen vragen aangaande de Wet van 10 november 2004 tot wijziging van Sr, Sv en RO i.v.m. het horen van getuigen en enkele aanverwante onderwerpen (Stb. 579). 1. Onderscheid “niet noodzakelijk” en “redelijkerwijs (niet) noodzakelijk”. 2.
Conclusie AG's Spronken en Lindenbergh. Veroordeling wegens moord en stalking. Middelen verdachte over afwijzing contra-expertise, horen getuige-deskundige, voorbedachte raad en schending redelijke termijn. Middel benadeelde partijen over niet-ontvankelijkverklaring van vorderingen wegens 'shockscha
Voortgezette handeling van medeplegen invoer van cocaïne (art. 2.A Opiumwet) en deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM in vervolging wegens het op onjuiste wijze wijzigen van dagvaarding. 2. Had Hof aan vastgestelde schending van beginselen van goe
1. Geen denaturering. 2. Toetsing bewijsvoering in cassatie; gebruik voor bewijs van kennelijk leugenachtige verklaring; in bewijsoverwegingen betrekken van achterwege blijven verklaring. 3. Gebruik i.c. van kennelijk leugenachtige verklaringen. 4. Schakelbewijs. 5. Gedragsalternatieven in bewezenve
Rechtsgeldigheid intrekking hoger beroep door de OvJ en door verdachte. Wet stroomlijnen hoger beroep. De HR ziet aanleiding om in voorafgaande beschouwingen ten behoeve van de in de praktijk vereiste duidelijkheid in te gaan op enkele vragen die in verband met de Wet stroomlijnen hoger beroep zijn
Medeplegen gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. braak (art. 311.1 Sr) bij woningoverval in Gees. 1. Verzoek tot inzage in OM-journaals m.b.t. beslissing om getuige te horen. Art. 149a.2 Sv. 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel
-
Wederrechtelijke vrijheidsberoving van, ontucht met en doodslag op elfjarige jongen op de Brunssummerheide in 1998 (art. 282, 247 en 287 Sr) en verwerven en bezit kinderporno (art. 240b Sr). Schakelbewijs. 1. Bewijsklacht ontucht. 2. Bewijsklacht wederrechtelijke vrijheidsberoving. 3. Bewijsklacht d
1. Toepassing art. 423.1 Sv (vernietiging/bevestiging door Hof van vonnis in 1e aanleg) na inwerkingtreding Wet stroomlijnen hoger beroep. 2. Kwalificatie. Ad 1. De HR beschrijft de strekking van de Wet stroomlijnen hoger beroep en de praktijk m.b.t. de toepassing van art. 423 Sv, schetst de hoofdli
Conclusie AG. De zaak tegen [verdachte]. Vijf middelen die met voornamelijk motiveringsklachten opkomen tegen het bewijs van 1 subsidiair, doodslag, 2 subsidiair, ontucht, en 3 primair, wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer]. Hoewel het oordeel dat [slachtoffer] is overleden door de to
Tenlastelegging grootschalige kinderpornografie, art. 240b Sr en art. 261. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1995:ZD0095 en ECLINL:HR:1995:ZD0096 en voegt daaraan toe dat ex art. 261 Sv de dagvaarding een opgave dient te behelzen van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermeldin
1. Eisen aan bewijsvoering bij bewezenverklaring van alternatieven in tenlastelegging. 2. Door feitelijkheid dwingen ex art. 246 Sr. Ad 1. Indien in de bewezenverklaring onderscheiden alternatieven zijn opengelaten zal elk van die alternatieven door bewijsmiddelen dienen te worden geschraagd. Ad 2.
Tenlastelegging grootschalige kinderpornografie, art. 240b Sr en art. 261 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1995:ZD0095 en ECLI:NL:HR:1995:ZD0096. Ex art. 261 Sv dient de dagvaarding een opgave te behelzen van het feit dat wordt tlgd., met vermelding omstreeks welke tijd en waar
Profijtontneming. OM-cassatie. De opvatting dat de bevoegdheid van de rechter om o.g.v. art. 36e.5 Sr het bedrag dat de betrokkene aan de Staat dient te betalen lager vast te stellen dan het bedrag van het geschatte voordeel “enkel in relatie tot beperkte draagkracht kan worden toegepast”, vindt gee
Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv (zie ook ECLI:NL:PHR:2020:655). Ingegaan wordt onder meer op de grondslagen voor toepassing van art. 359a Sv, de verhouding t
Tot bewijs gebezigd proces-verbaal houdende de verklaring van iemand wiens identiteit niet blijkt. 1) Aan art. 344.3.b Sv is voldaan als de wens die persoon te ondervragen naderhand is ingetrokken. 2) 's Hofs arrest houdt in strijd met art. 360.1 Sv geen uitdrukkelijk oordeel over de betrouwbaarheid
1. Verzuim te beslissen over het opnieuw oproepen van niet bij de RC verschenen getuigen? 2. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 3. Falende klacht over denaturering bewijsmiddel. Ad 1. Het verzoek tot het horen van X en Y als getuige moet worden aangemerkt als een verzoek a.b.i. art. 414 Sv. Do
Proces-verbaal beslissingen op onder andere Encrochat-onderzoekswensen. Voorlopig oordeel. Encrochat-hack vond plaats in Frankrijk. De Franse onderzoekshandelingen worden o.g.v. het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet getoetst door de Nederlandse strafrechter. Uit uitspraak Franse Hof van Cassat
Feitelijk leiding geven aan oplichting begaan door rechtspersoon A (meermalen gepleegd) door groot aantal mensen te bewegen tot investeringen in niet-bestaande teakhoutplantages, opzettelijk zonder vergunning bemiddelen m.b.t. participatie in teakhoutplantages (meermalen gepleegd) en feitelijk leidi
Vernieling van trams door aanbrengen van graffiti tijdens demonstratie, art. 350.1 Sr. 1. Post-Keskin. Afwijzing van ttz. in hoger beroep bij pleidooi gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen van belastende getuigen (trambestuurder en verbalisant). Welke betekenis komt toe aan omstandigheid dat pas b
Beslissing op (voor de terechtzitting ontvangen) aanhoudingsverzoek ex art. 278.3 Sv van verdachte of gemachtigde raadsman. Uit de art. 278.3 en 4, 329, 330 en 331.1 Sv volgt dat op een verzoek van verdachte ex art. 278.3 Sv ter terechtzitting moet worden beslist, nadat het OM omtrent dat verzoek is
-
Puttense moordzaak II. 1. Verwerping verweer. 2. Salduz. 3. Herhaald verzoek horen deskundigen. 4. Samenloop. Ad 1. Indien de aan het verweer en middel ten grondslag liggende stellingen dat de in 1994 in de DNA-databank opgenomen sporendragers volgens de destijds geldende regels verwijderd en vernie
Profijtontneming. Vermogensvergelijking. 1. Verzoek tot horen van getuigen ivm schatting wederrechtelijk verkregen voordeel dmv vermogensvergelijking. 2. Geen toepassing vervangende hechtenis voor feiten gepleegd voor 1-3-1993 ivm invoering lijfsdwang per 1-9-2003. ook niet ogv art. 7 EVRM. Ad 1. HR
-
Gebruik van bij de politie afgelegde, nadien bij de R-C of ttz. ingetrokken, getuigenverklaringen voor het bewijs. Voortbouwend appel. Verplichting tot oproeping van de betreffende getuige. De HR ziet in ‘voortbouwend appel’ aanleiding de regels gesteld in ECLI:NL:HR:1994:AB7528, NJ 1994/427, wat be
Afwijzing verzoek verdediging tot voeging van stukken bij het dossier. Het Hof heeft bij de afwijzing van het verzoek van de verdediging a.b.i. art. 328 jo art. 331 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv, de juiste maatstaf gehanteerd (noodzaakcriterium). ’s Hofs afwijzing van het verzoek is even
Ontnemingsprocedure en 359.2 Sv. Geen wetsbepaling schrijft met zoveel woorden voor dat de rechter op een verweer omtrent de toerekening van het voordeel een uitdrukkelijke beslissing dient te geven. De vraag dient zich daarom aan of art. 359.2 Sv het Hof noopte zijn oordeel omtrent die toerekening,
Waarneming rechter na sluiting onderzoek ter terechtzitting (bijzondere loop verdachte waargenomen bij verlaten zittingszaal) geen wettig bewijsmiddel. Wil de eigen waarneming van de rechter als wettig bewijsmiddel kunnen meewerken tot het bewijs, dan zal deze ex art. 340 Sv bij het onderzoek ter te
Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv. Ingegaan wordt onder meer op de grondslagen voor toepassing van art. 359a Sv, de verhouding tussen de wetgever, de Hoge Raad
1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis, nullus testis). 2. Vordering b.p. Wettelijke rente. Ad. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM2452. Het kennelijke oordeel van het Hof dat het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan niet alleen kan worden aangenomen o.g.v. het
Medeplegen mensenhandel (meermalen gepleegd), art. 197a Sr. 1. HR ambtshalve: Ontvankelijkheid cassatieberoep, nu beroep niet binnen 14 dagen na betekening in persoon van mededeling verstekuitspraak Hof is ingesteld. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat ex art. 366.4 Sv vertaling
Afwijzing voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek in de aanvulling i.p.v. in het verkorte arrest. De vraag rijst of een klacht in cassatie die ertoe strekt dat de enkele omstandigheid dat deze beslissing ten onrechte niet in het verkorte arrest, maar in de aanvulling is opgenomen, hoewel op zichzelf g
(Feitelijk leiding geven aan) opzettelijk onjuiste belastingaangifte en opzettelijk niet voeren van een bij de belastingwet verplichte administratie, art. 69 AWR en valsheid in geschrift, art. 225 Sr. 1. Kon Hof volstaan met een opgave van de b.m. a.b.i. art. 359.3 Sv? 2. Kon Hof niet-onherroepelijk
1. Tiende middel van verdachte. De door de bp-en gevorderde kosten voor rechtsbijstand. V.zv. het middel erover klaagt dat de toegewezen kosten deels zijn gemaakt t.b.v. bp-en die in hun vorderingen geheel of gedeeltelijk n-o zijn verklaard, miskent het middel dat die enkele omstandigheid niet eraan
Overzichtsarrest m.b.t. motivering van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen i.h.l.v. rechtspraak van het EHRM. Voorafgaande beschouwingen over hoe de eisen die in de rechtspraak van de HR worden gesteld aan de onderbouwing van een verzoek tot het oproepen en horen van een getuige, zich
Niet-naleving art. 322.3 Sv, instemming hervatting onderzoek bij gewijzigde samenstelling na schorsing. Het p.v. tz. houdt in dat het onderzoek is hervat in de stand waarin het zich bevond t.t.v. de schorsing daarvan doch houdt niet in dat de AG en verdachte daarmee hebben ingestemd, zodat het er in
Promis II-arrest. Cassatie in belang der wet. Uitleg art. 359.2 en 3 Sv (Wet bekennende verdachte). 1. Bewijsmotivering. 2. Verwijzing naar bewijsmiddel bij zakelijke samenvatting daarvan. Ad 1. Het wettelijk stelsel moet aldus worden begrepen dat de motivering van de bewezenverklaring - behoudens i
Profijtontneming, w.v.v. uit verduistering en soortgelijke feiten a.b.i. art. 36e.2 (oud) Sr door geldbedragen van derdengeldrekening van notariskantoor, waar betrokkene werkzaam was, te laten overboeken naar privérekeningnummers van hemzelf. Motivering schatting w.v.v., arrest hof in strafzaak als
Profijtontneming. Geen beslissing op herhaald getuigenverzoek, art. 330 Sv. Het ttz. in h.b. herhaalde verzoek van de raadsman tot het horen van getuigen, is een verzoek a.b.i. in art. 315 jo. art. 328 Sv, dat ex art. 415 Sv ook van toepassing is in h.b. Ex art. 330 Sv dient de rechter op een dergel
Onderzoek ter terechtzitting in het openbaar? Art. 6.1 EVRM; art. 121 GW; art. 4 RO; art. 269 Sv. Het p.v. van de t.z. hoger beroep houdt niet in dat het aldaar plaatsgevonden onderzoek in het openbaar is geschied. Uit de parlementaire geschiedenis (HR 4 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5346, NJ 2000/6
-
Verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedane verzoeken. De (voorwaardelijke) verzoeken tot het horen van getuigen en tot het doen van nader onderzoek aan een aangetroffen fles olijfolie en aangetroffen scharen zijn verzoeken als voorzien in art. 331.1 Sv jo. art. 328 Sv, om toepassing te geven aan
1. Promis. 2. Art. 359.3 Sv. Ad 1. HR stelt ontleent aan HR LJN BA0424 vooropstellingen t.a.v. de Promis-werkwijze. I.c. heeft het Hof onder verwijzing naar 4 pv’s van politie volstaan met gevolgtrekkingen, zonder zakelijke samenvatting van de redengevende inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen en z
Afwijzing getuigenverzoeken. In een geval waarin in de appelschriftuur a.b.i. art. 410.1 Sv, een opgave van een of meer getuigen of deskundigen wordt gedaan a.b.i. art. 410.3 Sv, dient de rechter, gelet op art. 418.1 Sv, de in art. 288.1.c. Sv voorziene maatstaf te hanteren. Een verzoek tot het doen
Ontneming. Ingevolge art. 511g.2 Sv jo. art. 415 Sv en art. 359.3 Sv dient de uitspraak van de rechter op een vordering a.b.i. art. 36e Sr op straffe van nietigheid de inhoud te bevatten van de bewijsmiddelen waaraan zijn schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend. De bestreden
Afwijzing verzoeken tot aanhouding/het horen van getuigen/het verrichten van nader onderzoek/het voegen van stukken naar aanleiding van het arrest van het HvJ van 30 april 2024 inzake Richtlijn 2014/41.
Conclusie AG. Profijtontneming. Middelen over o.m. een ter terechtzitting gedaan verzoek tot het houden van een schriftelijke conclusiewisseling en het toerekenen van op rekeningen van BV’s gestorte gelden aan de betrokkene.
Afwijzing getuigenverzoek. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496 omtrent de beoordeling van cassatieklachten over beslissingen inzake verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen. De HR verstaat de afwijzing van het verzoek aldus dat het Hof heeft geoordeeld dat de noodzaak tot het horen van de getui
Opgave van bewijsmiddelen bij bekennende verdachte, art. 359.3 Sv. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat de bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden, indien door of namens de verdachte ttz vrijspraak is bepleit. Het oordeel van het Hof dat i.c. kon worden volstaan met een opgave
Verdachte laatste woord. Uit het p-v van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van harddrugs (art. 10a.1.2 Opiumwet) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. Betekenis van EncroChat-uitspraak van HvJ EU voor toetsingskader dat is uiteengezet in HR:2023:913 over gebruik van resultat
Conclusie AG. Veroordeling voor moord op zakenman. Cassatiemiddelen verdachte over o.m. de afwijzing van verzoeken tot het verrichten van nader (DNA-)onderzoek, de bewezen verklaarde feiten en de voorbedachte raad slagen volgens de AG niet. De AG gaat ambtshalve in op de vraag of de per 1 januari 20
Art. 322.4 Sv. Het verzoek van de verdediging tot het doen opmaken van gedragsdeskundige rapportage is niet een beslissing als bedoeld in art. 322.4 Sv. Dat brengt mee dat het middel onbesproken moet blijven.
1. Geen beslissing op een verzoek om een drietal getuigen te horen. 2. Afwijzing verzoek om runners en informanten als getuigen te horen. Maatstaf. Ad 1. In weerwil van de door de voorzitter ter terechtzitting gedane mededeling houdt het arrest geen beslissing in omtrent het door de raadsman gedane
-
Artikelen 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 225, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht Onderzoek Waterstof - Onroerend goed handelaar veroordeeld tot 6 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor grootschalig gewoontewitwassen, hypotheekfraude, valsheid in geschrift, gebruik valse geschriften
Profijtontneming. Afwijzing verzoek tot voeging in het dossier van de stukken van de hoofdzaak, art. 315.1 Sv. Falende klacht. Nu het onderzoek t.t.z. van 11 december 2014 opnieuw is aangevangen, moeten de middelen onbesproken blijven vzv deze zien op de afwijzende beslissingen van het hof die zijn
Niet-naleving art. 322.3 Sv, geen instemming hervatting onderzoek bij gewijzigde samenstelling na schorsing. Het p-v tz. houdt in dat het onderzoek is hervat in de stand waarin het zich bevond t.t.v. de schorsing daarvan doch houdt niet in dat de AG en verdachte daarmee hebben ingestemd, zodat het e
Bekentenis a.b.i. art. 359.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. een bekentenis a.b.i. art. 359.3 uit HR LJN AX5776. Nu de verklaring van verdachte niet alle onderdelen van het bewezenverklaarde betreft - zij houdt niet in dat verdachte erkent dat zijn opzet t.t.v. het plegen van de feiten
-
-
Profijtontneming, w.v.v. uit passieve omkoping defensie-ambtenaar. Afwijzing verzoek tot voorafgaande schriftelijke conclusiewisseling, art. 511g.2.b Sv. Raadsman heeft verzoek gedaan tot het doen plaatsvinden van een schriftelijke voorbereiding a.b.i. art. 511g.2.b Sv. Op zo’n verzoek dient overeen
Niet beslist op het voorafgaand aan de ttz. door raadsman gedane aanhoudingsverzoek. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT5663. Het p-v ttz. houdt geen uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing in omtrent het verzoek van de raadsman tot uitstel van de behandeling van de zaak.
1. (Voorwaardelijk) verzoek. 2. Verlenging proeftijd. Ad 1. Een verzoek a.b.i. art. 328 jo. 331 en 415 Sv moet stelling, duidelijk en (voldoende) onderbouwd zijn. Het verzoek van de rm voldoet niet aan die eisen. Het kennelijke oordeel van het Hof dat dit verzoek geen beslissing behoefde om toepassi
Bekennende verdachte. Art. 359.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AX5776. Nu de verklaring van verdachte niet alle onderdelen van de bewezenverklaring betreft is ’s Hofs kennelijke oordeel dat kon worden volstaan met een opgave ex art. 359.3 Sv onbegrijpelijk. Conclusie AG: anders.
Opgave van bewijsmiddelen. In het licht van de wetsgeschiedenis moet art. 359.3 Sv aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van de aan het slot van d
Toevoegen van processtukken. In het dossier dienen te worden toegevoegd de stukken die redelijkerwijze van belang kunnen zijn hetzij in voor de verdachte belastende hetzij voor hem ontlastende zin (HR LJN AB9820). ’s Hofs afwijzing van het verzoek op de grond dat “tegenover de beweerdelijk ontlasten
Ontnemingszaak. 1. Getuigenverzoek; maatstaf en specifieke karakter ontnemingsprocedure; bewijslastverdeling. 2. Afwijzing getuigenverzoek ontoereikend gemotiveerd. Ad 1. Maatstaf voor de beoordeling van het getuigenverzoek van de raadsman is ex art. 288 (oud) Sv of redelijkerwijs valt aan te nemen
Profijtontneming. 1. Een tot afwijzing van de ontnemingsvordering strekkend requisitoir van de A-G staat aan oplegging van een ontnemingsmaatregel niet in de weg. 2. Het hof heeft bij de schatting van het voordeel rekening gehouden met een pondspondsgewijze verdeling tussen betrokkene en zijn twee m
Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. P-v tz. in h.b. is bij ontstentenis van voorzitter van enkelvoudige kamer hof door griffier hof vastgesteld en ondertekend en door afdelingsvoorzitter hof “voor gezien” ondertekend. Art. 327 Sv. Nietigheid onderzoek ttz. en uitspraak? P-v tz. in h.b. is
Huisvredebreuk. Grondslagverlating? De tll. is toegesneden op art. 138 Sr. Zij behelst het verwijt dat verdachte wederrechtelijk is binnendrongen in een besloten lokaal in gebruik bij Albert Heijn XL. Het Hof is tot een bewezenverklaring gekomen, maar heeft verdachte vrijgesproken van het tlgd. onde
Conclusie AG over (onder meer) toewijzing vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel; rechtstreekse schade, causaliteit en aansprakelijkheid wanneer de aan een derde toegebrachte schade is veroorzaakt door politieoptreden in het kader van het opsporingsonderzoek (zoeken naar meer verd
Aanhoudingsverzoek raadsvrouwe op de grond dat zij verhinderd is wegens andere zaak voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan en afgewezen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT5663 inhoudende dat de uiteindelijke beslissing op een aanhoudingsverzoek ttz. dient te worden genomen en i
Medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen in een woning en medeplegen van het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen in een schuur. Aangezien de bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk de in de b
Recht op laatste woord, art. 311.4 Sv jo. art. 415 Sv. Uit het p-v blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
Getuigenverzoek. Art. 322.4 Sv. De afwijzende beslissing van het Hof op het verzoek van de verdediging de leider van het onderzoek als getuige te horen is een beslissing ex art. 328 en 331.1 Sv jo. art. 315 Sv, welke bepalingen ingevolge art. 415 Sv ook in h.b. van toepassing zijn. Daarop heeft art.
1. Getuigenverzoek. 2. Bewijsverweer. Ad 1. Noch de p.v’s van de terechtzittingen noch het bestreden arrest houden beslissingen in op verzoeken tot het horen van getuigen als bedoeld in art. 315 jo. art. 328 Sv. Die verzuimen hebben nietigheid tot gevolg. Ad 2. Het Hof had in het licht van het door
1. Onpartijdig gerecht ex art. 6.1 EVRM en oordeel over ontvankelijkheid OM in kader verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis. 2. Ontvankelijkheid OM en vernietiging inbeslaggenomen voorwerpen. 3. Motivering ex art. 360.1 Sv van gebruik voor bewijs van verklaring bedreigde getuige. 4. Een redelijk
Ontnemingszaak. 1. Art. 359.1 Sv. 2. Kostenverweer. 3. Denaturering. Ad 1. Ex art. 359.1 jo. art. 511g.2 en 415 Sv dient het arrest, op straffe van nietigheid (art. 359.8 Sv) de vordering van de AG te bevatten. Het zittings-pv vermeldt de inhoud van de vordering. In ’s hofs arrest staat dat het “hee
1. Ontvankelijkheid van cassatieberoep tegen tussenarrest. 2. Inhaaldagvaarding en ontvankelijkheid OM. Ad 1. Het hof heeft, na het wijzen van een tussenarrest, op een nadere terechtzitting in gewijzigde samenstelling toepassing gegeven aan art. 322.3 Sv en het onderzoek niet opnieuw aangevangen, ma
Cameratoezicht. 1. In casu geen aantasting van de persoonlijke levenssfeer van verdachte. 2. Ontoereikendheid van de wettelijke basis van het toezicht maakt waarneming niet reeds tot inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Ad 1. Het hof heeft vastgesteld dat gedurende korte tijd, door middel van vas
Poging tot doodslag (art. 287 Sr) mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300.1 Sr) en mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f.1.1, 273f.1.4 en 273f.1.6 Sr). 1. Bewijsklacht mensenhandel t.a.v. uitbuiting. Moet uit bewijsvoering blijken van daadwerkelijk geleden materieel nadeel van slachtoffers?
Diefstal d.m.v. braak, art. 311.1.5 Sr. P-v tz. in h.b. is bij ontstentenis van raadsheren en griffier van meervoudige kamer hof aan de hand van zittingsaantekeningen van griffier door teamvoorzitter van hof vastgesteld en ondertekend, nu raadsheren en griffier niet meer bij hof werkzaam zijn. Art.
Hennepteelt in huurwoning, art. 3.B Opiumwet. Aanhoudingsverzoek teneinde verdachte in staat te stellen stukken te overleggen m.b.t. onderhuur woning en verblijf verdachte in Polen. Verzoek ex art. 331.1 jo. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 281.1 Sv. Maatstaf bij beslissing op zodanig verzoek
Medeplegen gekwalificeerde diefstal (met geweld), meermalen gepleegd. Afwijzing verzoek tot schorsing onderzoek teneinde zaak gelijktijdig te behandelen met zaak medeverdachte. Het betreft een verzoek ex art. 331.1 jo. art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 281.1 Sv. Maatstaf is of belang onder
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplichtigheid aan oplichting. Falende middelen m.b.t. 1. voordeel dat betrokkene daadwerkelijk heeft behaald, 2. afwijzing ttz. in h.b. gedaan voorwaardelijk getuigenverzoek, 3. rechtsgevolg overschrijding redelijke termijn in e.a. en h.b. HR: art. 81.1 RO.
Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. HR verklaart het beroep in cassatie, gezien art. 80a RO, n-o, nu verdachtes belang bij diens terecht voorgestelde klacht m.b.t. art. 359.3 tweede volzin, Sv niet evident is nu verdachte ttz. in h.b. het hem tlgld. kennelijk heeft bekend en dat het Hof het door
Grondslagverlating. Schuldheling. Door geen van de concreet genoemde goederen in de tll. bewezen te verklaren (maar alleen: “goederen”), vervolgens te overwegen dat het meer of anders tenlastegelegde niet is bewezen en dat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken, heeft de bewezenverklaring kenne