Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2011:BO8438

2011-10-28 Bestuursrecht; Belastingrecht 09/02995
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2011-10-28
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
09/02995
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N 2011/53.3 | V-N Vandaag 2011/2614 | BNB 2012/35 met annotatie van M.J.W. van Casteren | Douanerechtspraak 2012/8 | NTFR 2011/84 met annotatie van mr. Stuijt en Van Dam | NTFR 2011/2504 met annotatie van mr. M.J.A. Castelijn | DouaneUpdate 2011-0610 | FutD 2011-2623 | Viditax (FutD) 2011102810

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Douanerechten; art. 181bis, lid 2, UCDW; het Hof is met de toepassing van deze bepaling buiten de rechtsstrijd getreden.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (4)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.614 tekens)
Nr. 09/02995
28 oktober 2011


Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) alsmede het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 juni 2009, nr. P08/00155 DK, betreffende uitnodigingen tot betaling van douanerechten.

1. Het geding in feitelijke instanties


Belanghebbende is bij één aanslagbiljet van 15 februari 2006 uitgenodigd tot betaling van bedragen aan douanerechten. Het tegen die uitnodigingen tot betaling door belanghebbende gemaakte bezwaar is bij uitspraak van de Inspecteur afgewezen.
De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 07/639) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank en die van de Inspecteur vernietigd, en de Inspecteur opgedragen opnieuw uitspraak op bezwaar te doen met inachtneming van de uitspraak van het Hof. De uitspraak van het Hof en die van de Rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.


2. Geding in cassatie


Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. De beroepschriften in cassatie zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Belanghebbende en de Staatssecretaris hebben over en weer een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.
De Advocaat-Generaal M.E. van Hilten heeft op 29 november 2010 geconcludeerd tot ongegrond verklaren van het beroep in cassatie van de Staatssecretaris en tot gegrond verklaren van het beroep in cassatie van belanghebbende.
Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van het door de Staatssecretaris voorgestelde middel

3.1. Het Hof heeft geoordeeld dat de Inspecteur ten onrechte de in artikel 181bis, lid 2, van de Uitvoeringsverordening Communautair douanewetboek (hierna: UCDW) dwingend voorgeschreven, met waarborgen omklede procedure niet heeft nageleefd. Dit verzuim weegt echter naar 's Hofs oordeel niet zo zwaar dat de uitnodigingen tot betaling op grond daarvan moeten worden vernietigd. Naar het oordeel van het Hof is voldoende dat de zaak wordt terugverwezen naar de Inspecteur, zodat deze de procedure van artikel 181bis, lid 2, laatste volzin, UCDW alsnog kan toepassen.

3.2. Het middel betoogt in de eerste plaats dat belanghebbende nimmer een beroep heeft gedaan op de in artikel 181bis, lid 2, UCDW voorgeschreven procedureregel, zodat het Hof, aldus het middel, met zijn hiervoor in 3.1 vermelde oordelen buiten de rechtsstrijd is getreden.

3.3. Artikel 181bis, lid 2, UCDW behelst een procedure die ziet op de voorbereiding van de besluitvorming door de douaneautoriteiten. Uit de uitspraak van het Hof of de stukken van het geding blijkt niet dat belanghebbende over schending van deze regel heeft geklaagd. Door niettemin te oordelen dat de Inspecteur artikel 181bis, lid 2, UCDW niet heeft nageleefd, dat dit reden is de uitspraak op bezwaar te vernietigen en de zaak terug te wijzen naar de Inspecteur is het Hof mitsdien buiten de grenzen van het geschil getreden. Het middel slaagt in zoverre. Het behoeft voor het overige geen behandeling.

4. Beoordeling van de door belanghebbende voorgestelde middelen

Uit de gegrondbevinding van het door de Staatssecretaris voorgestelde middel volgt dat de middelen geen behandeling behoeven.

5. Slotsom

Op grond van het hiervoor in 3 overwogene kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

6. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

7. Beslissing


De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, en
wijst het geding terug naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.


Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, E.N. Punt, P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2011.