Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2010:BO6786
2010-12-10
Bestuursrecht; Belastingrecht
09/05017
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2010:BO6786 → ECLI:NL:GHAMS:2009:BL0069 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Artikel 8:69 Awb; goede procesorde; inspecteur mag in beroep en hoger beroep nieuwe of andere gronden van verweer aanvullen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (101)
- ECLI:NL:GHSHE:2026:1940 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22-07-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:1907 Gerechtshof Den Haag 09-06-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:1814 Gerechtshof Den Haag 30-04-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:877 Gerechtshof Den Haag 14-04-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:1607 Gerechtshof Den Haag 01-04-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:293 Gerechtshof Den Haag 25-02-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:328 Gerechtshof Den Haag 25-02-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:330 Gerechtshof Den Haag 17-02-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2025:3536 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 10-12-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2864 Gerechtshof Den Haag 18-11-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2181 Gerechtshof Den Haag 21-10-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:6014 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30-09-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:6027 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30-09-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:4599 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-07-2025
- ECLI:NL:RBNNE:2025:1977 Rechtbank Noord-Nederland 22-05-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:600 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 05-03-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:826 Gerechtshof Amsterdam 25-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:204 Parket bij de Hoge Raad 14-02-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:338 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5294 Rechtbank Den Haag 10-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5293 Rechtbank Den Haag 10-02-2025
- ECLI:NL:CRVB:2025:73 Centrale Raad van Beroep 08-01-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2024:3750 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27-11-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:3646 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-11-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2105 Gerechtshof Den Haag 16-10-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2110 Gerechtshof Den Haag 16-10-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2248 Gerechtshof Den Haag 16-10-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:5940 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-09-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:5941 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-09-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:5942 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-09-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:5943 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-09-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:4741 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-07-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2232 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 10-07-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:3788 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:466 Parket bij de Hoge Raad 26-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:466 Parket bij de Hoge Raad 26-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:466 Parket bij de Hoge Raad 26-04-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1412 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24-04-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:1178 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26-02-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:1093 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:1077 Parket bij de Hoge Raad 24-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1077 Parket bij de Hoge Raad 24-11-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:6860 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 05-10-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:2956 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13-09-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:2775 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30-08-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:2774 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30-08-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2192 Gerechtshof Amsterdam 22-08-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:6361 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-07-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1405 Gerechtshof Den Haag 11-07-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1303 Gerechtshof Den Haag 05-07-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1399 Gerechtshof Amsterdam 29-06-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:780 Gerechtshof Den Haag 04-04-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:235 Parket bij de Hoge Raad 24-02-2023
- ECLI:NL:CRVB:2023:190 Centrale Raad van Beroep 24-01-2023
- ECLI:NL:RBGEL:2023:234 Rechtbank Gelderland 19-01-2023
- ECLI:NL:GHARL:2022:6859 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 02-08-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:4268 Rechtbank Limburg 02-06-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:4056 Rechtbank Limburg 25-05-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:4052 Rechtbank Limburg 25-05-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:928 Gerechtshof Den Haag 24-05-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (3.561 tekens)
Nr. 09/05017
10 december 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 november 2009, nr. 07/00684 en nr. 07/00685, betreffende aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2002 en 2003 aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken op bezwaar van de Inspecteur zijn gehandhaafd.
De Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 06/9212 en 06/9213) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd en de aanslagen verminderd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, de uitspraken op bezwaar vernietigd, en de aanslagen over de jaren 2002 en 2003 verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. Het staat de inspecteur in beginsel vrij in de procedure voor de rechtbank ter ondersteuning van de door hem opgelegde aanslag zoals die na de uitspraak op bezwaar luidt, een ander standpunt in te nemen dan hij in de bezwaarfase heeft ingenomen. Verder staat het een partij, en dus ook de inspecteur, vrij om zich in hoger beroep te verweren met alle gronden die hij dienstig acht. Dit is slechts anders voor zover het desbetreffende standpunt onderscheidenlijk verweer ondubbelzinnig zou zijn prijsgegeven, dan wel wordt aangevoerd onder zodanige omstandigheden, dat behandeling ervan zou leiden tot een inbreuk op een goede procesorde (vgl. HR 24 mei 2002, nr. 37 220, LJN AE3172, BNB 2002/320, en HR 4 december 2009, nr. 08/02258, LJN BG7213, BNB 2010/65). Deze opvatting sluit aan bij de parlementaire geschiedenis op de Wet belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties, waarin is opgemerkt dat in het belastingrecht in hoger beroep de herkansingsfunctie voorop staat, en dat daarom als regel nieuwe beroepsgronden, argumenten en bewijsmiddelen in hoger beroep kunnen worden aangevoerd, tenzij een goede procesorde zich daartegen verzet (Kamerstukken II 2003/04, 29 251, nr. 3, blz. 9). Voor zover de klachten uitgaan van een andere opvatting, falen zij.
3.2. De klachten kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2010.
10 december 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 november 2009, nr. 07/00684 en nr. 07/00685, betreffende aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2002 en 2003 aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken op bezwaar van de Inspecteur zijn gehandhaafd.
De Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 06/9212 en 06/9213) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd en de aanslagen verminderd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, de uitspraken op bezwaar vernietigd, en de aanslagen over de jaren 2002 en 2003 verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. Het staat de inspecteur in beginsel vrij in de procedure voor de rechtbank ter ondersteuning van de door hem opgelegde aanslag zoals die na de uitspraak op bezwaar luidt, een ander standpunt in te nemen dan hij in de bezwaarfase heeft ingenomen. Verder staat het een partij, en dus ook de inspecteur, vrij om zich in hoger beroep te verweren met alle gronden die hij dienstig acht. Dit is slechts anders voor zover het desbetreffende standpunt onderscheidenlijk verweer ondubbelzinnig zou zijn prijsgegeven, dan wel wordt aangevoerd onder zodanige omstandigheden, dat behandeling ervan zou leiden tot een inbreuk op een goede procesorde (vgl. HR 24 mei 2002, nr. 37 220, LJN AE3172, BNB 2002/320, en HR 4 december 2009, nr. 08/02258, LJN BG7213, BNB 2010/65). Deze opvatting sluit aan bij de parlementaire geschiedenis op de Wet belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties, waarin is opgemerkt dat in het belastingrecht in hoger beroep de herkansingsfunctie voorop staat, en dat daarom als regel nieuwe beroepsgronden, argumenten en bewijsmiddelen in hoger beroep kunnen worden aangevoerd, tenzij een goede procesorde zich daartegen verzet (Kamerstukken II 2003/04, 29 251, nr. 3, blz. 9). Voor zover de klachten uitgaan van een andere opvatting, falen zij.
3.2. De klachten kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2010.