Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2010:BO3344
2010-12-10
Civiel recht; Personen- en familierecht
09/04165
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BO3344 → ECLI:NL:PHR:2010:BO3344
Inhoudsindicatie
Familierecht. Verzoek tot wijziging omgangsregeling ex art. 1:377e BW. (81 RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2022:1140 Parket bij de Hoge Raad 02-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2019:1180 Parket bij de Hoge Raad 01-11-2019
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.370 tekens)
10 december 2010
Eerste Kamer
09/04165
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 08-1510/398136 van de kinderrechter te Amsterdam van 25 november 2008, verbeterd bij herstelbeschikking van 3 december 2008,
b. de beschikking in de zaak 200.026.165/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 14 juli 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
3.1 De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2 De Hoge Raad ziet aanleiding de man te veroordelen in de kosten van het geding in cassatie.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de man in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vrouw begroot op € 2.130,07 in totaal, waarvan € 2.064,57 op de voet van art. 243 Rv. te voldoen aan de Griffier, en € 65,50 te voldoen aan de vrouw.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 december 2010.
Eerste Kamer
09/04165
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 08-1510/398136 van de kinderrechter te Amsterdam van 25 november 2008, verbeterd bij herstelbeschikking van 3 december 2008,
b. de beschikking in de zaak 200.026.165/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 14 juli 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
3.1 De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2 De Hoge Raad ziet aanleiding de man te veroordelen in de kosten van het geding in cassatie.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de man in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vrouw begroot op € 2.130,07 in totaal, waarvan € 2.064,57 op de voet van art. 243 Rv. te voldoen aan de Griffier, en € 65,50 te voldoen aan de vrouw.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 december 2010.