Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2010:BN7103

2010-11-23 Strafrecht 09/01538 P
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2010-11-23
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
09/01538 P
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2010/1426

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Redelijke termijn. Betrokkene bevond zich ten tijde van het instellen van het cassatieberoep tegen de onderhavige ontnemingsbeslissing niet in voorlopige hechtenis. Daarom geldt hier een inzendingstermijn van acht maanden (vgl. HR LJN BD2578).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.951 tekens)
23 november 2010
Strafkamer
nr. 09/01538 P


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 januari 2009, nummer 22/005778-08, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats].


1. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. S.M. Krans, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de hoogte van het opgelegde bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.


2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel behelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken niet binnen zes maanden na het instellen van het cassatieberoep zijn ingezonden.


2.2. De betrokkene bevond zich ten tijde van het instellen van het cassatieberoep tegen de onderhavige ontnemingsbeslissing niet in voorlopige hechtenis.
Daarom geldt hier een inzendingstermijn van acht maanden (vgl. HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008/358, rov. 3.3).
Die termijn is niet overschreden zodat het middel faalt.


3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 23 november 2010.