Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2010:BL8747

2010-06-29 Strafrecht 08/01574
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2010-06-29
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
08/01574
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2010/872

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

De strafmotivering voldoet niet aan de eisen van art. 359.6 Sv en t.a.v. de verbeurdverklaring is niet vastgesteld of aan de eisen daarvoor is voldaan.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (11)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.917 tekens)
29 juni 2010
Strafkamer
nr. 08/01574


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 27 september 2007, nummer 21/004586-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.


1. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de strafoplegging en de beslissing tot verbeurdverklaring en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.


2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt over de strafmotivering.


2.2. Het Hof heeft ten aanzien van de opgelegde straf het volgende overwogen:
"Opgelegde straf en vermelding van de bijzondere redenen die de straf hebben bepaald.
ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.
Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.
ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde
Veroordeelt verdachte tot hechtenis voor de duur van 3 (drie) weken.
Deze strafoplegging is in overeenstemming met de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken."


2.3. Die overwegingen bevatten, in strijd met het zesde lid van art. 359 Sv, geen opgave van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.

2.4. Het middel is terecht voorgesteld.

3. Beoordeling van het tweede middel

3.1. Het middel klaagt over de motivering van de verbeurdverklaring.


3.2. Het Hof heeft ten aanzien van de verbeurdverklaring het volgende overwogen:
"Bijkomende beslissingen
(...)
Verklaart verbeurd het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
een personenauto, gekentekend [AA-00-BB], merk Opel type Kadett."


3.3. Het Hof heeft in de bestreden uitspraak niet vastgesteld dat aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring is voldaan. De verbeurdverklaring is daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

3.4. Het middel slaagt.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:


vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging met inbegrip van de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten "een personenauto, gekentekend [AA-00-BB], merk Opel type Kadett";
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.


Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 29 juni 2010.