Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2009:BJ8635
2009-11-17
Strafrecht
07/13414 B
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2009:BJ8635 → ECLI:NL:PHR:2009:BJ8635
Inhoudsindicatie
Art. 445 Sv. Verdachte niet-ontvankelijk, omdat geen cassatie openstaat tegen de bestreden beslissing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2022:819 Parket bij de Hoge Raad 13-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:820 Parket bij de Hoge Raad 13-09-2022
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.814 tekens)
17 november 2009
Strafkamer
nr. 07/13414 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 november 2007, nummer AVNR 001346/07, betreffende hoger beroep tegen een beschikking tot opheffing van een bevel tot voorlopige hechtenis, in de zaak van:
[verdachte] , geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Tilburg" te Tilburg.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking waarbij wordt beslist op een hoger beroep tegen een beschikking tot opheffing van een bevel tot voorlopige hechtenis beroep in cassatie openstaat, kan verdachte in het ingestelde beroep niet worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer J.P. Balkema als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2009.
Strafkamer
nr. 07/13414 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 november 2007, nummer AVNR 001346/07, betreffende hoger beroep tegen een beschikking tot opheffing van een bevel tot voorlopige hechtenis, in de zaak van:
[verdachte] , geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Tilburg" te Tilburg.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking waarbij wordt beslist op een hoger beroep tegen een beschikking tot opheffing van een bevel tot voorlopige hechtenis beroep in cassatie openstaat, kan verdachte in het ingestelde beroep niet worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer J.P. Balkema als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2009.