Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2007:BB3489

2007-09-14 Bestuursrecht; Belastingrecht 43294
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2007-09-14
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
43294
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Belastingblad 2007/1114 | BNB 2008/51 met annotatie van R.H. Happé | Belastingadvies 2007/20.1 | V-N 2007/44.4 | NTFR 2007/1673 met annotatie van MR. E. THOMAS | FutD 2007-1728 | Viditax (FutD) 2007091403

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid beroep in cassatie. Tegen tussenbeslissingen, zoals die bedoeld in art. 8:29, lid 3, Awb, stelt de wet geen afzonderlijk, tussentijds beroep in cassatie open.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (89)

Alle 89 in de citatiegraaf →

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.898 tekens)
Nr. 43.294
14 september 2007


Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z, België, (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 april 2006, nr. 04/03074, houdende een beslissing als bedoeld in artikel 8:29, lid 3, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

1. Het geding in feitelijke instantie


Aan belanghebbende zijn navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de vermogensbelasting opgelegd, met verhogingen van de nageheven belasting, dan wel boetes. De navorderingsaanslagen en de boetebeschikkingen zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft bij de bestreden uitspraak geoordeeld dat het beroep van de Inspecteur op het bepaalde in artikel 8:29, lid 1, Awb gedeeltelijk gerechtvaardigd is. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.


2. Geding in cassatie


Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Minister van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben de zaak doen toelichten, belanghebbende door mr. dr. G.J.M.E. de Bont, advocaat te Breda, de Minister door mr. S.R. Markus, advocaat te 's-Gravenhage.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 14 februari 2007 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Tegen tussenbeslissingen, zoals die bedoeld in artikel 8:29, lid 3, Awb, stelt de wet geen afzonderlijk, tussentijds beroep in cassatie open. Tegen dergelijke beslissingen van de rechtbank of het gerechtshof kan ingevolge artikel 28, lid 5, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen slechts worden opgekomen tegelijkertijd met het hoger beroep of het beroep in cassatie tegen de einduitspraak, zijnde de uitspraak waarbij het geding wordt afgedaan. Aangezien het onderhavige cassatieberoep zich slechts tegen zulk een tussenbeslissing richt, is dat beroep niet-ontvankelijk. Daaraan doet niet af dat de beslissing is gedaan in de vorm van een uitspraak.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren L. Monné, P.J. van Amersfoort, C.J.J. van Maanen en J.W.M. Tijnagel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2007.