Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2007:BA0387

2007-04-27 Civiel recht; Personen- en familierecht R06/178HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2007-04-27
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
R06/178HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2007, 305 | RvdW 2007, 466 | NJB 2007, 1073 | JWB 2007/163

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over boedelscheiding en partneralimentatie na echtscheiding; ontvankelijkheid hoger beroep tegen echtscheidingsbeslissing (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.239 tekens)
27 april 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/178HR
RM/AT


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,


t e g e n


[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,


advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties


Met een op 24 mei 2004 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht tussen hem en verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - echtscheiding uit te spreken en te bepalen dat de vrouw met de man zal overgaan tot verdeling van de huwelijksgemeenschap.
De vrouw heeft het verzoek ten aanzien van de verzochte verdeling van de huwelijksgemeenschap bestreden en harerzijds vaststelling van een uitkering tot levensonderhoud van haar ad € 3.000,-- per maand verzocht. De vrouw heeft voorts verzocht te bepalen dat partijen zullen overgaan tot scheiding en deling van datgene waartoe de man krachtens de huwelijkse voorwaarden gehouden is.
De rechtbank heeft bij beschikking van 18 maart 2005 tussen partijen echtscheiding uitgesproken en bepaald dat de man met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, aan de vrouw een uitkering tot haar levensonderhoud verschuldigd is van € 3.000,-- per maand. De behandeling met betrekking tot het verzoek tot de scheiding en deling van hetgeen tussen hen gemeenschappelijk is en tot de verrekening heeft de rechtbank aangehouden.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 13 september 2006 heeft het hof de man in zijn hoger beroep ten aanzien van de echtscheiding niet-ontvankelijk verklaard en iedere verdere beslissing aangehouden. Bij eindbeschikking van 18 oktober 2006 heeft het hof de bestreden beschikking - voorzover nog aan het oordeel van het hof onderworpen - bekrachtigd.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen beide beschikkingen van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2007.