Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2007:AZ4672
2007-02-06
Strafrecht
00120/06 P
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2007:AZ4672 → ECLI:NL:PHR:2007:AZ4672
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. (€ 959.722,39) uit oplichting. 1. Beroep op overschrijding redelijke termijn in feitelijke aanleg. 2. Heeft hof verzuimd te beslissen op verzoek tot verrichten van nader onderzoek? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (15)
- ECLI:NL:HR:2026:505 Hoge Raad 31-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:228 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23100 Rechtbank Den Haag 05-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1320 Parket bij de Hoge Raad 02-12-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2024:13413 Rechtbank Noord-Holland 23-12-2024
- ECLI:NL:RBNNE:2024:4220 Rechtbank Noord-Nederland 22-10-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:7055 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17-10-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:7055 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17-10-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2023:1067 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15-03-2023
- ECLI:NL:RBAMS:2022:8227 Rechtbank Amsterdam 16-11-2022
- ECLI:NL:RBOVE:2020:3849 Rechtbank Overijssel 19-11-2020
- ECLI:NL:RBOBR:2019:2492 Rechtbank Oost-Brabant 01-05-2019
- ECLI:NL:RBOBR:2018:2550 Rechtbank Oost-Brabant 28-05-2018
- ECLI:NL:RBGEL:2017:1671 Rechtbank Gelderland 28-03-2017
- ECLI:NL:RBGEL:2017:1671 Rechtbank Gelderland 28-03-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (1.708 tekens)
6 februari 2007
Strafkamer
nr. 00120/06 P
ZK/CAW
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 11 november 2005, nummer 24/000767-03, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer. Beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot de beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 6 februari 2007.
Strafkamer
nr. 00120/06 P
ZK/CAW
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 11 november 2005, nummer 24/000767-03, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer. Beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot de beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 6 februari 2007.