Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2006:AU4755
2006-09-08
Bestuursrecht; Belastingrecht
41568
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2006:AU4755 → ECLI:NL:PHR:2006:AU4755
Inhoudsindicatie
procesbelang hangende beroepsprocedure vervallen?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (33)
- ECLI:NL:OGEAC:2024:170 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 06-09-2024
- ECLI:NL:OGEAC:2024:97 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 05-06-2024
- ECLI:NL:OGEAC:2024:95 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 05-06-2024
- ECLI:NL:OGEAC:2024:74 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 18-04-2024
- ECLI:NL:OGEAC:2023:155 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 29-06-2023
- ECLI:NL:OGEAC:2023:162 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19-06-2023
- ECLI:NL:OGEAC:2023:125 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 31-05-2023
- ECLI:NL:OGEAC:2022:327 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19-12-2022
- ECLI:NL:OGEAC:2022:275 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 21-09-2022
- ECLI:NL:OGEAM:2022:62 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 16-09-2022
- ECLI:NL:OGEAM:2022:61 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 16-09-2022
- ECLI:NL:OGEAC:2021:223 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 26-11-2021
- ECLI:NL:OGEAC:2021:194 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 05-10-2021
- ECLI:NL:OGEAC:2021:155 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 23-07-2021
- ECLI:NL:OGEAC:2020:250 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 06-11-2020
- ECLI:NL:OGEAC:2020:248 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 06-11-2020
- ECLI:NL:RBNHO:2020:9058 Rechtbank Noord-Holland 08-09-2020
- ECLI:NL:RBNHO:2020:9052 Rechtbank Noord-Holland 08-09-2020
- ECLI:NL:OGEAC:2020:113 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 08-05-2020
- ECLI:NL:OGEAC:2020:55 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19-03-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3521 Gerechtshof Den Haag 18-12-2019
- ECLI:NL:OGEAC:2019:125 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19-06-2019
- ECLI:NL:OGEAC:2019:2 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 11-01-2019
- ECLI:NL:RBNNE:2018:4096 Rechtbank Noord-Nederland 23-10-2018
- ECLI:NL:OGEAC:2018:249 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 04-10-2018
- ECLI:NL:CRVB:2018:717 Centrale Raad van Beroep 06-03-2018
- ECLI:NL:RBDHA:2018:1587 Rechtbank Den Haag 08-02-2018
- ECLI:NL:GHAMS:2017:1784 Gerechtshof Amsterdam 25-04-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:855 Parket bij de Hoge Raad 20-07-2016
- ECLI:NL:GHSHE:2016:1996 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-05-2016
- ECLI:NL:GHSHE:2015:2124 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-06-2015
- ECLI:NL:GHARL:2013:9133 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-12-2013
- ECLI:NL:GHARL:2013:7345 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-10-2013
Volledige tekst
Volledige tekst (3.139 tekens)
Nr. 41.568
8 september 2006
SE
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (België) (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 juli 2004, nr. 03/01973, betreffende na te melden beschikking inzake teruggaaf van dividendbelasting.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Belanghebbendes verzoek om teruggaaf van dividendbelasting tot een bedrag van € 8340 is door de Inspecteur bij beschikking afgewezen, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 6 september 2005 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep.
De Staatssecretaris heeft bij brief van 22 september 2005 op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
3.1. Bij zijn onder 2 vermelde brief heeft de Staatssecretaris meegedeeld dat besloten is belanghebbende tegemoet te komen en hem de gemaakte kosten voor griffierecht en eventuele proceskosten te vergoeden.
De Staatssecretaris heeft daaraan toegevoegd dat hij wat betreft de termijn voor het doen van een verzoek om teruggaaf van dividendbelasting onder het belastingverdrag Nederland-België van 1970 een met vorenbedoelde tegemoetkoming overeenstemmende beleidsregel bekend zal maken.
Gelet op eerstvermeld besluit kan een uitspraak op zijn beroep in cassatie belanghebbende niet in een gunstiger positie brengen dan waarin hij door dat besluit is komen te verkeren. Nu belanghebbende bijgevolg geen belang meer heeft bij een uitspraak op zijn beroep, zal de Hoge Raad dit beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3.2. De Hoge Raad acht termen aanwezig te bepalen dat aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, en
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de indiening van het beroepschrift in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 102, alsmede het bij het Hof betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof ten bedrage van € 31, derhalve in totaal € 133.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P. Lourens als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2006.
8 september 2006
SE
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (België) (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 juli 2004, nr. 03/01973, betreffende na te melden beschikking inzake teruggaaf van dividendbelasting.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Belanghebbendes verzoek om teruggaaf van dividendbelasting tot een bedrag van € 8340 is door de Inspecteur bij beschikking afgewezen, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 6 september 2005 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep.
De Staatssecretaris heeft bij brief van 22 september 2005 op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
3.1. Bij zijn onder 2 vermelde brief heeft de Staatssecretaris meegedeeld dat besloten is belanghebbende tegemoet te komen en hem de gemaakte kosten voor griffierecht en eventuele proceskosten te vergoeden.
De Staatssecretaris heeft daaraan toegevoegd dat hij wat betreft de termijn voor het doen van een verzoek om teruggaaf van dividendbelasting onder het belastingverdrag Nederland-België van 1970 een met vorenbedoelde tegemoetkoming overeenstemmende beleidsregel bekend zal maken.
Gelet op eerstvermeld besluit kan een uitspraak op zijn beroep in cassatie belanghebbende niet in een gunstiger positie brengen dan waarin hij door dat besluit is komen te verkeren. Nu belanghebbende bijgevolg geen belang meer heeft bij een uitspraak op zijn beroep, zal de Hoge Raad dit beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3.2. De Hoge Raad acht termen aanwezig te bepalen dat aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, en
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de indiening van het beroepschrift in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 102, alsmede het bij het Hof betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof ten bedrage van € 31, derhalve in totaal € 133.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P. Lourens als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2006.