Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2018:4096

2018-10-23 Bestuursrecht; Belastingrecht 18/1700
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2018-10-23
Publicatiedatum
2018-10-15
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
18/1700
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2018/2444 | V-N 2019/8.21.14 | NLF 2018/2415 | FutD 2018-2970 | Viditax (FutD) 2018110710

Inhoudsindicatie

De algemene heffingskorting 2016 is bij de definitieve aanslag hoger vastgesteld dan bij de voorlopige aanslag. Dit verschil bedroeg minder dan de aanslaggrens van € 14,- waardoor het bedrag niet aan belastingplichtige werd terugbetaald. De inspecteur is hier alsnog aan tegemoet gekomen waardoor het beroep wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank heeft niet de bevoegdheid om de uitspraak algemeen verbindend te verklaren.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.541 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND


Zittingsplaats Groningen



Bestuursrecht



zaaknummer: LEE 18/1700




proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2018 in de zaak tussen




[eiseres], te [woonplaats], eiseres,
(gemachtigde: [gemachtigde])


en


de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder,
(gemachtigde: [verweerder])




Procesverloop


Het beroep is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 7 mei 2018 inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2016.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2018. De gemachtigde van eiseres, [gemachtigde], is verschenen. Namens verweerder is zijn gemachtigde verschenen, bijgestaan door [verweerder].



De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten en onmiddellijk daarna de mondelinge
uitspraak verdaagd voor de duur van 2 weken, onder aanzegging aan partijen van het tijdstip
van de uitspraak.





Beslissing


De rechtbank verklaart:

- het beroep niet-ontvankelijk;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 11,-




Gronden

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Eiseres is in beroep gekomen tegen de definitieve aanslag IB/PVV 2016 die is vastgesteld conform de voorlopige aanslag, met uitzondering van de verhoogde algemene heffingskorting. De algemene heffingskorting volgens de voorlopige aanslag bedraagt € 2.230,-, voor de definitieve aanslag bedraagt deze € 2.242,-. Omdat het verschil ad € 12 lager is dan de aanslaggrens van € 14 (zie art. 9.4, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001), heeft belanghebbende de verhoging van de algemene heffingskorting niet ontvangen. Hiertegen heeft belanghebbende op 22 juni 2017 bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is afgewezen. In de beroepsfase is verweerder eiseres tegemoetgekomen en heeft hij het bedrag van € 12 alsnog terugbetaald.

3. Doordat verweerder inmiddels geheel aan eiseres’ grief is tegemoetgekomen heeft eiseres geen belang meer bij haar beroep. Het beroep dient daarom wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk te worden verklaard. Dit volgt uit jurisprudentie van de Hoge Raad, zie in deze zin onder andere HR 8 september 2006, nr. 41568, ECLI:NL:HR:2006:AU4755 en HR 11 april 2014, nr. 13/01903, ECLI:NL:HR:2014:878.

4. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende omtrent het verzoek van eiseres om de uitspraak algemeen verbindend te verklaren. Eiseres verzoekt hier om, omdat ook vele andere belastingplichtigen in dezelfde situatie verkeren en er in haar visie dus sprake is van een principiële kwestie. Het algemeen verbindend verklaren van een uitspraak is echter niet mogelijk, omdat de rechtbank die bevoegdheid niet heeft. Een uitspraak geldt alleen tussen de betrokken partijen.

5. Op grond van het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Omdat eiseres wel een belang bij haar beroep had ten tijde van het instellen van het beroep veroordeelt de rechtbank verweerder in het vergoeden van het door eiseres betaalde griffierecht. Tevens ziet de rechtbank in die omstandigheid aanleiding tot een veroordeling in de proceskosten, bestaande uit de reiskosten van haar gemachtigde naar de zitting.

6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.



Deze uitspraak is op 23 oktober 2018 gedaan door mr. M. van den Bosch, rechter, in aanwezigheid van S. de Boer, griffier. Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt. De beslissing is op voormelde datum in het openbaar uitgesproken, evenals de rechtsmiddelenverwijzing.










griffier rechter







Afschrift verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.