Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2005:AU6555

2005-11-08 Strafrecht 00932/05 H
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2005-11-08
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Herziening
Zaaknummer
00932/05 H
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Herziening

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.875 tekens)
8 november 2005
Strafkamer
nr. 00932/05 H
DAT


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 28 juni 2002, nummer 23/001604-01, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, ten tijde van de indiening van de aanvrage gedetineerd in het Huis van Bewaring "Noordsingel" te Rotterdam.


1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 10 april 2001 - de aanvrager ter zake van "medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vervalste betaalpas, meermalen gepleegd" en "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" onder meer veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, met onttrekking aan het verkeer en teruggave zoals in het arrest omschreven.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening en de aanvulling daarop zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. Aan de aanvrage is ten grondslag gelegd dat uit een fouilleringsformulier van de politie van 26 december 2000 blijkt dat de bij de aanvrager bij de insluitingsfouillering aangetroffen en in beslag genomen bankpassen en bonnen geen verband hebben met het onderzoek naar het feit waarvan de aanvrager bij zijn aanhouding op 23 december 2000 werd verdacht, te weten overtreding van art. 326 Sr.

3.3. Van de in de aanvrage gestelde omstandigheid kan niet worden gezegd dat deze de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend was, nu het desbetreffende fouilleringsformulier zich bij de stukken van het geding bevond.

3.4. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 8 november 2005.