Overzichtsarrest oplichting, art. 326.1 Sr. Valse naam, valse hoedanigheid, listige kunstgreep, samenweefsel van verdichtsels. Bewegen tot. In de praktijk blijken regelmatig vragen te rijzen die verband houden met de precieze aard van de in art. 326.1 Sr specifiek aangeduide opli
Wetboek van Strafrecht
Art. 326 Sr
Genoemd in 817 uitspraken · Officiële wettekst
817 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Overzichtsarrest oplichting, art. 326.1 Sr. Valse naam, valse hoedanigheid, listige kunstgreep, samenweefsel van verdichtsels. Bewegen tot. In de praktijk blijken regelmatig vragen te rijzen die verband houden met de precieze aard van de in art. 326.1 Sr specifiek aangeduide opli
Beoordelingskader van bewijslevering (gewoonte)witwassen, in het geval waarin ten aanzien van een aantal kostbare auto's en een kavel onroerend goed het gebruik/genot daarvan in andere handen ligt dan van degene die als kentekenhouder c.q. als kadastraal eigenaar is geregistreerd
Procesrecht. Herroeping wegens bedrog; aangifte door bank van (poging tot) fraude, valsheid in geschrifte en oplichting in de zin van art. 225 en 326 Sr. Wet bescherming persoonsgegevens; opname strafrechtelijke persoonsgegevens (art. 16 en 22 Wpb) in incidentenregister van bank;
1. Samenweefsel van verdichtsels, art. 326 Sr. 2. Unus testis, art. 342.2 Sv. Ad 1. Voor het antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels werd bewogen tot afgifte
Recht tot tenuitvoerlegging van veroordeling tot vervangende hechtenis vervallen (art. 70 eerste lid, 76 en 326 Sr)? Verandering van wettelijke regeling van verjaring direct van toepassing, met dien verstande dat een reeds voltooide verjaring wordt geëerbiedigd. Of het recht tot
Internetoplichting, aannemen valse hoedanigheid. Art. 326 Sr. Het Hof heeft met juistheid geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat iemand zich i.s.m. de waarheid voordoet als bonafide verkoper die in staat en voornemens is de bij hem gekochte en aan hem vooruitbetaalde goederen
1. Art. 342.2 Sv. Falende unus testis klacht. 2. Oplichting. Valse hoedanigheid? 3. O.a.h.v. Gezamenlijkheid van voorwerp. Ad.1. Blijkens de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen heeft het Hof in zijn oordeel dat verdachte het in de bewezenverklaring als incident 14 aangeduide f
Oplichting. Samenweefsel van verdichtsels, Art. 326 (oud) Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BQ8600 m.b.t. het feit dat het voor een antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat het so. door ee
Art. 326 Sr, oplichting. Verdachte heeft zich bij de verkoop van schoonmaakgerei in strijd met de waarheid voorgedaan als iemand die geld inzamelde voor kinderen en daarbij medegedeeld dat de opbrengst voor een goed doel was, terwijl hij voornemens was die opbrengst voor zichzelf
Medeplegen oplichting van een bank; geen opzet op oplichting bij medeverdachte. 1. De opvatting dat de enkele omstandigheid dat medeverdachte X in zijn zaak is vrijgesproken van het ook aan hem tenlastegelegde medeplegen van oplichting, uitsluit dat in verdachtes zaak medeplegen
OM-cassatie. 1. Internetoplichting, aannemen valse hoedanigheid, art. 326 Sr. 2. Verduistering, art. 321 Sr. Ad 1. Het Hof heeft met juistheid geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat verdachte via een website goederen te koop aanbood en bestellingen en betalingen van kopers ac
Computervredebreuk, art. 138ab Sr. ‘Politiemol’ die informatie uit politiesysteem doorspeelt aan criminelen. Wederrechtelijk binnendringen in geautomatiseerd werk m.b.v. valse sleutel en door aannemen van valse hoedanigheid. 1. Is verdachte m.b.v. ’valse sleutel’ binnengedrongen?
1. Oplichting; a. listige kunstgrepen; b. valse naam. 2. Oogmerk criminele organisatie; a. oplichten van personen toereikend gemotiveerd; b. opzetheling ontoereikend gemotiveerd; vernietiging met terugwijzing. Ad 1a. Aangaande listige kunstgrepen eist de wet niet meer dan dat het
Tanken zonder te betalen diefstal? HR wijdt algemene beschouwingen aan de afbakening tussen de vermogensdelicten diefstal (art. 310 Sr), verduistering (art. 321 Sr), oplichting (art. 326 Sr) en flessentrekkerij (art. 326a Sr) als het gaat om tanken zonder te betalen. De enkele om
1. Bewijsklacht. 2. Kwalificatie “poging tot oplichting”. Ad 1. De klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat van de brandstichting levensgevaar voor een ander of anderen te duchten was i.d.z.v. art. 157 Sr, is terecht voorgesteld. Het levensgevaar mo
1. Samenweefsel van verdichtsels, art. 326 Sr. 2. Unus testis, art. 342.2 Sv. Ad 1. Voor het antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels werd bewogen tot afgifte
Oplichting. Valse hoedanigheid? Het oordeel van het Hof dat de gedragingen van de verdachte meer omvatten dan het enkele zich voordoen als een bonafide koper geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk. Uit die gedragingen blijkt dat de verdach
Tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring? De vraag of bepaalde gedragingen verduistering of oplichting opleveren, laat zich niet steeds ondubbelzinnig beantwoorden, maar die beantwoording is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Niet op voorhand kan worden uitgesloten
Verzoek tot verwijdering van persoonsgegevens op grond van art. 46 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Fiscaal jurist en registeraccountant verrichten werkzaamheden bij financiële dienstverlener en worden wegens o.m. het voorhanden hebben en opmaken van valse facturen geregis
Oplichting, art. 326.1 Sr. Valse hoedanigheid? Het middel faalt voor zover het klaagt dat het Hof heeft miskend dat de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide verkoper die in staat en voornemens is de bij hem gekochte en aan hem voorui
Aangifte a.b.i. art. 69.2 (oud) AWR. De opvatting dat een aangifte die is gedaan n.a.v. ‘fictieve’ handel teneinde ten onrechte teruggaven van omzetbelasting te bewerkstelligen niet heeft te gelden als een bij de belastingwet voorziene aangifte a.b.i. art. 69.2 (oud) AWR omdat zo
Beklag, beslag. Verschoningsrecht notaris. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2005/353. De Rb heeft met toepassing van de juiste maatstaf uiteengezet dat en waarom zij van oordeel is dat zich de zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan het belang dat
Beleggingsfraude. Oplichting, art. 326.1 Sr. Verschillende bewijsklachten m.b.t. bewezenverklaarde oplichting, i.h.b. tegen oordeel Hof dat in de bewezenverklaring bedoelde personen (telkens) door een samenweefsel van verdichtsels zijn bewogen tot afgifte van een geldbedrag, meer
1. Aanhoudingsverzoek op de grond dat verdachte zich heeft vergist in zittingsdatum. 2. Oplichting door anderen te bewegen tot betaling geldbedrag (feit 4) en afgifte auto (feit 9), art. 326 Sr. Samenweefsel van verdichtsels? Ad 1. Hof heeft het verzoek afgewezen op de grond dat