Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2005:AR7269

2005-01-18 Strafrecht 00993/04
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2005-01-18
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
00993/04
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR geeft ambtshalve toepassing aan art. 27.1 Sr.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.051 tekens)
18 januari 2005
Strafkamer
nr. 00993/04
SG/SM


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 december 2003, nummer 20/000094-03, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, wonende te [woonplaats].


1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - behalve ten aanzien van de strafoplegging, de strafmotivering en de bewijsvoering - bevestigd een vonnis van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 10 september 2002, waarbij de verdachte is veroordeeld ter zake van "poging tot doodslag, meermalen gepleegd". Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar.

2. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. F.A.J. van Rijthoven, advocaat te Bladel, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

4.1. De stukken van het geding houden in dat de verdachte op 14 mei 2002 in verzekering is gesteld, dat de voorlopige hechtenis op 20 mei 2002 is ingegaan en dat het bevel tot voorlopige hechtenis op 15 juli 2002 is opgeheven.

4.2. Het Hof heeft nagelaten het in art. 27, eerste lid, Sr bepaalde in acht te nemen. De Hoge Raad zal doen wat het Hof had behoren te doen.

5. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:


Vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voorzover daarbij geen toepassing is gegeven aan art. 27, eerste lid, Sr;
Beveelt dat op de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht de tijd welke de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van het bestreden arrest in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;
Verwerpt het beroep voor het overige.


Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 18 januari 2005.