Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2004:AQ8933

2004-10-12 Strafrecht 00684/04 B
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2004-10-12
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
00684/04 B
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2004, 547 | NJ 2005, 120 met annotatie van T.M.C.J. Schalken | NbSr 2004/387

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Tegen beschikkingen ex art. 32 Sv (die niet zijn gegeven op vordering van het OM, maar op een bezwaarschrift van de verdachte) staat ingevolge art. 446 Sv voor het OM geen cassatieberoep open.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.680 tekens)
12 oktober 2004
Strafkamer
nr. 00684/04 B
IV/SM


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking


op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Breda van 30 januari 2004, nummer RK: 03/1323, op een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 32 Sv in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats].


1. De bestreden beschikking

De Rechtbank heeft het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard voorzover gericht tegen andere stukken dan die waarvan bij brief van 17 november 2003 inzage dan wel toevoeging als processtuk in het dossier is verzocht, één en ander zoals in de beschikking vermeld. De Rechtbank heeft het bezwaarschrift gegrond verklaard, voorzover het ertoe strekt dat de verdachte inzage dient te krijgen in het aanmeldingsformulier fiscale delicten en de verslagen van het selectie- en tripartiete overleg. De Rechtbank heeft het bezwaarschrift ongegrond verklaard, voorzover het ertoe strekt dat stukken door de Officier van Justitie aan het strafdossier dienen te worden toegevoegd.

2. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in zijn cassatieberoep.


3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

3.1. Ingevolge het bepaalde in art. 446 Sv staat - voorzover bijzondere bepalingen niet anders regelen - voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie tegen beschikkingen slechts open voorzover daarbij een krachtens gemeld wetboek genomen vordering niet is toegewezen.

3.2. Geen bijzondere bepaling als evenbedoeld stelt cassatieberoep open tegen beschikkingen als bedoeld in art. 32 Sv. Dit brengt voor het onderhavige geval mee dat de Officier van Justitie niet kan worden ontvangen in het beroep tegen de bestreden beschikking van 30 januari 2004, die immers niet is gegeven op een vordering van het Openbaar Ministerie, maar op een bezwaarschrift van de verdachte.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2004.