Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2001:AB1553
2001-05-11
Civiel recht
C99/118HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2001:AB1553 → ECLI:NL:PHR:2001:AB1553
Inhoudsindicatie
-
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.862 tekens)
11 mei 2001
Eerste Kamer
Nr. C99/118HR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,
t e g e n
CAMUS OVERSEAS LIMITED, gevestigd te Nassau, Bahama Eilanden,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.K. Franx.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: Camus - heeft bij exploit van 23 april 1993 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd [eiseres] te veroordelen tot afgifte aan Camus van de 119 nog bij haar aanwezige cartons met flessen cognac en tot betaling van de kosten van het geding en in de kosten van het op 21 april 1993 gelegde beslag.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
Na een tussenvonnis van 8 juni 1994 en getuigenverhoren aan de zijde van Camus heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 13 november 1996 de vordering afgewezen.
Tegen beide vonnissen heeft Camus hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest 22 december 1998 heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank van 13 november 1996 vernietigd en opnieuw rechtdoende, [eiseres] veroordeeld terstond na het uitspreken van dit arrest de 119 cases cognac zoals in de inleidende dagvaarding van 23 april 1993 omschreven af te geven aan Camus. Voorts heeft het Hof [eiseres] zowel in de kosten van de procedure in eerste instantie als in hoger beroep veroordeeld alsmede in de kosten van het op 21 april 1993 gelegde beslag.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Camus heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal De Vries Lentsch-Kostense.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Camus begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren W.H. Heemskerk, C.H.M. Jansen, J.B. Fleers, en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 11 mei 2001.
Eerste Kamer
Nr. C99/118HR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,
t e g e n
CAMUS OVERSEAS LIMITED, gevestigd te Nassau, Bahama Eilanden,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.K. Franx.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: Camus - heeft bij exploit van 23 april 1993 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd [eiseres] te veroordelen tot afgifte aan Camus van de 119 nog bij haar aanwezige cartons met flessen cognac en tot betaling van de kosten van het geding en in de kosten van het op 21 april 1993 gelegde beslag.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
Na een tussenvonnis van 8 juni 1994 en getuigenverhoren aan de zijde van Camus heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 13 november 1996 de vordering afgewezen.
Tegen beide vonnissen heeft Camus hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest 22 december 1998 heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank van 13 november 1996 vernietigd en opnieuw rechtdoende, [eiseres] veroordeeld terstond na het uitspreken van dit arrest de 119 cases cognac zoals in de inleidende dagvaarding van 23 april 1993 omschreven af te geven aan Camus. Voorts heeft het Hof [eiseres] zowel in de kosten van de procedure in eerste instantie als in hoger beroep veroordeeld alsmede in de kosten van het op 21 april 1993 gelegde beslag.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Camus heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal De Vries Lentsch-Kostense.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Camus begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren W.H. Heemskerk, C.H.M. Jansen, J.B. Fleers, en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 11 mei 2001.