Hoge Raad
ECLI:NL:HR:1997:ZC2280
1997-02-14
Civiel recht
8813
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:1997:ZC2280 → ECLI:NL:PHR:1996:68
Inhoudsindicatie
Anticipatie NBW; Antilliaanse zaak (Aruba); Concordantiebeginsel; Cessie; Derdenbeslag.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (14)
- ECLI:NL:PHR:2025:562 Parket bij de Hoge Raad 14-03-2025
- ECLI:NL:OGHACMB:2024:233 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:727 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2024
- ECLI:NL:HR:2022:860 Hoge Raad 10-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:44 Parket bij de Hoge Raad 21-01-2022
- ECLI:NL:OGHACMB:2021:139 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 01-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:360 Parket bij de Hoge Raad 09-04-2021
- ECLI:NL:PHR:2019:339 Parket bij de Hoge Raad 01-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1424 Parket bij de Hoge Raad 14-12-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:527 Parket bij de Hoge Raad 25-05-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:527 Parket bij de Hoge Raad 25-05-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:527 Parket bij de Hoge Raad 25-05-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:1172 Parket bij de Hoge Raad 27-10-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:342 Parket bij de Hoge Raad 29-04-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (6.732 tekens)
14 februari 1997
Eerste Kamer
Rek.nr. 8813 (R96/20 HR)
CS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de naamloze vennootschap naar Arubaans recht ZUNOCA FREEZONE ARUBA N.V.,
gevestigd op Aruba,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr R.A.A. Duk,
tegen
de openbare rechtspersoon HET LAND ARUBA,
gevestigd op Aruba,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr J.P. Heering.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 december 1993 ter griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba ingediend verzoekschrift heeft eiseres tot cassatie - verder te noemen: Zunoca - zich gewend tot dat Gerecht en gevorderd dat verweerder in cassatie, hierna: Aruba,
1. een verklaring zal afleggen van hetgeen Aruba van Caribbean Satellite Systems N.V. onder zich heeft en/of zal verkrijgen en/of deze verschuldigd is en/of zal worden;
2. wordt veroordeeld om zodanige gelden en/of goederen aan Zunoca ter tenuitvoerlegging af- en/of over te geven, zulks nadat (a) de verklaring door Aruba zal zijn afgelegd en door Zunoca zal zijn goedgekeurd, of (b) in geval van tegenspraak door het Gerecht zal zijn bepaald hetgeen Aruba onder zich heeft en/of zal verkrijgen en/of verschuldigd is en/of zal worden aan CSS voornoemd, een en ander in het eerste geval onder aftrek van of tegen voldoening door Zunoca van de aan de zijde van Aruba gemaakte kosten tot het doen van die verklaring en in het tweede geval met veroordeling van Aruba in de kosten gevallen op de verbetering van diens verklaring;
3. wordt veroordeeld - bij gebreke van het doen van de vereiste verklaring - tot voldoening van het bedrag van de vordering, waarvoor het beslag is gelegd, vermeerderd met rente en kosten.
Aruba heeft een verklaring afgelegd; Zunoca heeft de afgelegde verklaring niet goedgekeurd, waarna Aruba een aanvullende verklaring heeft afgelegd.
Het Gerecht in Eerste Aanleg heeft bij vonnis van 8 maart 1995 de door Aruba gedane verklaring, inhoudende dat hij de geëxecuteerde niets verschuldigd is, goedgekeurd.
Tegen dit vonnis heeft Zunoca hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.
Bij vonnis van 21 november 1995 heeft het Hof voormeld vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg bevestigd.
Het vonnis van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het Hof heeft Zunoca beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Aruba heeft verzocht het beroep te verwerpen. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal Hartkamp strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In cassatie moet, deels veronderstellenderwijs, van het volgende worden uitgegaan.
Caribbean Satellite Systems N.V. - hierna te noemen CSS - heeft bij akte van cessie van 11 april 1990 toekomstige vorderingen op Aruba, voortvloeiend uit een op 30 januari 1989 aangegane overeenkomst, gecedeerd aan Western Union Telegraph Co. - verder te noemen: WUT.
Zunoca heeft op 7 mei 1990 voor een vordering van Zunoca op CSS derdenbeslag onder Aruba gelegd op hetgeen Aruba verschuldigd is of zal worden aan CSS.
Aruba heeft in weerwil van het beslag betaald aan WUT, de cessionaris.
De door Aruba afgelegde verklaring dat hij de geëxecuteerde niets verschuldigd is, is door de eerste rechter goedgekeurd, welke uitspraak door het Hof is bekrachtigd.
3.2 Het Hof heeft geoordeeld dat overeenkomstig de hoofdregel, neergelegd in HR 10 januari 1992, NJ 1992, 744, de cessie door CSS van haar vorderingen aan WUT niet wordt doorkruist door de latere beslaglegging door Zunoca. Het Hof heeft de stelling van Zunoca, dat deze regel niet geldt voor het Arubaanse recht, verworpen, in de eerste plaats omdat het de regel onderschrijft, en in de tweede plaats omdat het aangehaalde arrest is gewezen met toepassing van het vóór 1 januari 1992 geldende Nederlandse recht, dat op dit punt op één lijn ligt met het Arubaanse recht.
3.3 De onderdelen 1 en 6 bevatten geen klacht. Onderdeel 5 behoeft, gelet op het in de repliek onder 6 gestelde, geen behandeling.
3.4 Onderdeel 2 betoogt dat de door het Hof toegepaste regel niet geldt naar Arubaans recht, omdat die regel is aangenomen mede onder invloed van de wijzigingen die op 1 januari 1992 in het Nederlandse recht hebben plaatsgevonden, welke wijzigingen aan het Arubaanse recht zijn voorbijgegaan.
Het onderdeel faalt, aangezien het Hof met juistheid heeft geoordeeld dat de in HR 10 januari 1992, NJ 1992, 744, aanvaarde regel - kort gezegd erop neerkomende dat een eerdere cessie van toekomstige vorderingen voorgaat boven een later beslag - ook in het recht van Aruba geldt.
Die regel maakte reeds vóór 1 januari 1992 deel uit van het toen geldende Nederlandse vermogensrecht. Gesteld al dat, zoals onderdeel 2 van het middel veronderstelt, het Nederlandse vermogensrecht zich op het in genoemd arrest besliste punt onder invloed van het ontworpen nieuwe vermogensrecht had ontwikkeld, zou uit deze enkele omstandigheid niet mogen worden afgeleid dat het Nederlandse recht op dat punt is gaan afwijken van het recht van Aruba. De tegengestelde zienswijze die kennelijk door het onderdeel wordt verdedigd, doet afbreuk aan het aan art. 23 van het Statuut voor het Koninkrijk, in verbinding met art. 1 van de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen en Aruba, ten grondslag liggende beginsel van concordantie van rechtspraak, zonder dat blijkt dat daarvoor een rechtvaardiging zou kunnen worden gevonden in een relevant verschil tussen de maatschappelijke opvattingen in Nederland en Aruba op het onderhavige rechtsgebied.
Bovendien is de bedoelde veronderstelling van het onderdeel niet juist, zoals blijkt uit de in de conclusie van het Openbaar Ministerie onder 5 vermelde gegevens.
3.5 Het onder 3.4 overwogene brengt mee dat ook de onderdelen 3 en 4, die voor het Arubaanse recht een andere regel verdedigen, niet tot cassatie kunnen leiden.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Zunoca in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Aruba begroot op f 520, -- aan verschotten en f 3.000, -- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Roelvink als voorzitter en de raadsheren Mijnssen, Korthals Altes, Heemskerk en Herrmann, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op 14 februari 1997.
Eerste Kamer
Rek.nr. 8813 (R96/20 HR)
CS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de naamloze vennootschap naar Arubaans recht ZUNOCA FREEZONE ARUBA N.V.,
gevestigd op Aruba,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr R.A.A. Duk,
tegen
de openbare rechtspersoon HET LAND ARUBA,
gevestigd op Aruba,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr J.P. Heering.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 december 1993 ter griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba ingediend verzoekschrift heeft eiseres tot cassatie - verder te noemen: Zunoca - zich gewend tot dat Gerecht en gevorderd dat verweerder in cassatie, hierna: Aruba,
1. een verklaring zal afleggen van hetgeen Aruba van Caribbean Satellite Systems N.V. onder zich heeft en/of zal verkrijgen en/of deze verschuldigd is en/of zal worden;
2. wordt veroordeeld om zodanige gelden en/of goederen aan Zunoca ter tenuitvoerlegging af- en/of over te geven, zulks nadat (a) de verklaring door Aruba zal zijn afgelegd en door Zunoca zal zijn goedgekeurd, of (b) in geval van tegenspraak door het Gerecht zal zijn bepaald hetgeen Aruba onder zich heeft en/of zal verkrijgen en/of verschuldigd is en/of zal worden aan CSS voornoemd, een en ander in het eerste geval onder aftrek van of tegen voldoening door Zunoca van de aan de zijde van Aruba gemaakte kosten tot het doen van die verklaring en in het tweede geval met veroordeling van Aruba in de kosten gevallen op de verbetering van diens verklaring;
3. wordt veroordeeld - bij gebreke van het doen van de vereiste verklaring - tot voldoening van het bedrag van de vordering, waarvoor het beslag is gelegd, vermeerderd met rente en kosten.
Aruba heeft een verklaring afgelegd; Zunoca heeft de afgelegde verklaring niet goedgekeurd, waarna Aruba een aanvullende verklaring heeft afgelegd.
Het Gerecht in Eerste Aanleg heeft bij vonnis van 8 maart 1995 de door Aruba gedane verklaring, inhoudende dat hij de geëxecuteerde niets verschuldigd is, goedgekeurd.
Tegen dit vonnis heeft Zunoca hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.
Bij vonnis van 21 november 1995 heeft het Hof voormeld vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg bevestigd.
Het vonnis van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het Hof heeft Zunoca beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Aruba heeft verzocht het beroep te verwerpen. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal Hartkamp strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In cassatie moet, deels veronderstellenderwijs, van het volgende worden uitgegaan.
Caribbean Satellite Systems N.V. - hierna te noemen CSS - heeft bij akte van cessie van 11 april 1990 toekomstige vorderingen op Aruba, voortvloeiend uit een op 30 januari 1989 aangegane overeenkomst, gecedeerd aan Western Union Telegraph Co. - verder te noemen: WUT.
Zunoca heeft op 7 mei 1990 voor een vordering van Zunoca op CSS derdenbeslag onder Aruba gelegd op hetgeen Aruba verschuldigd is of zal worden aan CSS.
Aruba heeft in weerwil van het beslag betaald aan WUT, de cessionaris.
De door Aruba afgelegde verklaring dat hij de geëxecuteerde niets verschuldigd is, is door de eerste rechter goedgekeurd, welke uitspraak door het Hof is bekrachtigd.
3.2 Het Hof heeft geoordeeld dat overeenkomstig de hoofdregel, neergelegd in HR 10 januari 1992, NJ 1992, 744, de cessie door CSS van haar vorderingen aan WUT niet wordt doorkruist door de latere beslaglegging door Zunoca. Het Hof heeft de stelling van Zunoca, dat deze regel niet geldt voor het Arubaanse recht, verworpen, in de eerste plaats omdat het de regel onderschrijft, en in de tweede plaats omdat het aangehaalde arrest is gewezen met toepassing van het vóór 1 januari 1992 geldende Nederlandse recht, dat op dit punt op één lijn ligt met het Arubaanse recht.
3.3 De onderdelen 1 en 6 bevatten geen klacht. Onderdeel 5 behoeft, gelet op het in de repliek onder 6 gestelde, geen behandeling.
3.4 Onderdeel 2 betoogt dat de door het Hof toegepaste regel niet geldt naar Arubaans recht, omdat die regel is aangenomen mede onder invloed van de wijzigingen die op 1 januari 1992 in het Nederlandse recht hebben plaatsgevonden, welke wijzigingen aan het Arubaanse recht zijn voorbijgegaan.
Het onderdeel faalt, aangezien het Hof met juistheid heeft geoordeeld dat de in HR 10 januari 1992, NJ 1992, 744, aanvaarde regel - kort gezegd erop neerkomende dat een eerdere cessie van toekomstige vorderingen voorgaat boven een later beslag - ook in het recht van Aruba geldt.
Die regel maakte reeds vóór 1 januari 1992 deel uit van het toen geldende Nederlandse vermogensrecht. Gesteld al dat, zoals onderdeel 2 van het middel veronderstelt, het Nederlandse vermogensrecht zich op het in genoemd arrest besliste punt onder invloed van het ontworpen nieuwe vermogensrecht had ontwikkeld, zou uit deze enkele omstandigheid niet mogen worden afgeleid dat het Nederlandse recht op dat punt is gaan afwijken van het recht van Aruba. De tegengestelde zienswijze die kennelijk door het onderdeel wordt verdedigd, doet afbreuk aan het aan art. 23 van het Statuut voor het Koninkrijk, in verbinding met art. 1 van de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen en Aruba, ten grondslag liggende beginsel van concordantie van rechtspraak, zonder dat blijkt dat daarvoor een rechtvaardiging zou kunnen worden gevonden in een relevant verschil tussen de maatschappelijke opvattingen in Nederland en Aruba op het onderhavige rechtsgebied.
Bovendien is de bedoelde veronderstelling van het onderdeel niet juist, zoals blijkt uit de in de conclusie van het Openbaar Ministerie onder 5 vermelde gegevens.
3.5 Het onder 3.4 overwogene brengt mee dat ook de onderdelen 3 en 4, die voor het Arubaanse recht een andere regel verdedigen, niet tot cassatie kunnen leiden.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Zunoca in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Aruba begroot op f 520, -- aan verschotten en f 3.000, -- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Roelvink als voorzitter en de raadsheren Mijnssen, Korthals Altes, Heemskerk en Herrmann, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op 14 februari 1997.