Hoge Raad
ECLI:NL:HR:1989:AD0604
1989-01-27
Civiel recht
7379 rek.nr
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:1989:AD0604 → ECLI:NL:PHR:1989:AD0604
Inhoudsindicatie
Alimentatie. Verwerping van cassatieberoep ogv art. 101a Wet RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.641 tekens)
27 januari 1989
Eerste Kamer
Rek.nr. 7379
Br.
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: eerst: Mr. Dr. K.W.P. Klaassen
thans: Mr. J.L. Hofdijk,
t e g e n
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: Mr. J.C van Oven.
1. Het geding in feitelijke instanties
Op 19 februari 1987 heeft verweerster in cassatie, nader te noemen de vrouw, zich gewend tot de Rechtbank te 's-Hertogenbosch met het verzoek te bepalen dat verzoeker tot cassatie, nader te noemen de man, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [het kind] zal betalen een bedrag van ƒ. 300,-- per maand, zulks met ingang van 1 maart 1987.
Nadat de man tegen dat verzoek verweer had gevoerd, heeft de Rechtbank bij beschikking van 14 oktober 1987 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 3 maart 1988 heeft het Hof de beschikking van de Rechtbank vernietigd en met wijziging in zoverre van de beschikking van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 9 juni 1982, de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van voornoemde minderjarige alsnog vastgesteld op ƒ. 300,-- per maand met ingang van 1 maart 1987.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Meijers strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president Martens als voorzitter en de raadsheren De Groot, Hermans, Verburgh en Boekman, en in het openbaar uitgesproken door Mr. Hermans op 27 januari 1989.
Eerste Kamer
Rek.nr. 7379
Br.
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: eerst: Mr. Dr. K.W.P. Klaassen
thans: Mr. J.L. Hofdijk,
t e g e n
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: Mr. J.C van Oven.
1. Het geding in feitelijke instanties
Op 19 februari 1987 heeft verweerster in cassatie, nader te noemen de vrouw, zich gewend tot de Rechtbank te 's-Hertogenbosch met het verzoek te bepalen dat verzoeker tot cassatie, nader te noemen de man, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [het kind] zal betalen een bedrag van ƒ. 300,-- per maand, zulks met ingang van 1 maart 1987.
Nadat de man tegen dat verzoek verweer had gevoerd, heeft de Rechtbank bij beschikking van 14 oktober 1987 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 3 maart 1988 heeft het Hof de beschikking van de Rechtbank vernietigd en met wijziging in zoverre van de beschikking van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 9 juni 1982, de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van voornoemde minderjarige alsnog vastgesteld op ƒ. 300,-- per maand met ingang van 1 maart 1987.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Meijers strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president Martens als voorzitter en de raadsheren De Groot, Hermans, Verburgh en Boekman, en in het openbaar uitgesproken door Mr. Hermans op 27 januari 1989.