Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2026:2652

2026-08-12 Civiel recht; Personen- en familierecht 200.369.503/01 en 200.369.503/02
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-12
Publicatiedatum
2026-08-17
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.369.503/01 en 200.369.503/02
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Internationale verhuiszaak. Belangenafweging. Duurzame financiële zelfstandigheid van de moeder zwaarwegend. Verhuizing doordacht en niet ten koste van het contact tussen de vader en de kinderen.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (38.039 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG




Team Familie



zaaknummers : 200.369.503/01 en 200.369.503/02
rekestnummer rechtbank : FA RK 26-1119
zaaknummer rechtbank : C/09/698972




beschikking van de meervoudige kamer van 12 augustus 2026 (bij vervroeging)




inzake




[de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. M.T. Wernsen te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg,



tegen




[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. S.V. de Jong te Amsterdam .



In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend:
de raad voor de kinderbescherming, regio Haaglanden,
locatie: [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de raad.





1Het verloop van het geding in eerste aanleg


Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) van 16 april 2026, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).





2Het geding in hoger beroep


2.1
De vader is op 28 mei 2026 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.



2.2
De moeder heeft op 16 juli 2026 een verweerschrift ingediend.



2.3
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 2 juli 2026 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de vader van 8 juli 2026 met bijlage, ingekomen op 10 juli 2026;
- een e-mailbericht van de zijde van de vader van 14 juli 2026 met bijlagen;
- een e-mailbericht van de zijde van de vader van 20 juli 2026 met bijlagen;
- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 20 juli 2026 met bijlagen, ingekomen op 21 juli 2026;
- een e-mailbericht van de zijde van de vader van 31 juli 2026 met bijlagen.



2.4
De voorzitter heeft op 30 juli 2026 gesproken met de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .



2.5
De mondelinge behandeling heeft op 31 juli 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat (via een digitale verbinding) en [tolk] , tolk in de Engelse taal;
- de moeder, bijgestaan door mr. C.M. Ruijgrok, waarnemend kantoorgenoot van haar advocaat, en [tolk] , tolk in de Franse taal.
De raad is, overeenkomstig zijn brief van 15 juni 2026, niet op de mondelinge behandeling verschenen.


Beide advocaten hebben een pleitnotitie overgelegd en deze tijdens de mondelinge behandeling voorgedragen.






3De feiten


3.1
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.



3.2
Partijen zijn gehuwd op [datum] 2006 te [huwelijksplaats] , Frankrijk.



3.3
Uit het huwelijk van de vader en de moeder zijn geboren:
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , Frankrijk;
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , Bulgarije,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen.



3.4
De kinderen staan in de BRP ingeschreven bij de moeder.



3.5
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.



3.6
De vader heeft de Bulgaarse en Franse nationaliteit. De moeder heeft de Franse nationaliteit.



3.7
De kinderen verblijven om het weekend bij de vader in [plaats 1] .





4De omvang van het geschil


4.1
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank:
- de moeder toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, om met de kinderen met ingang van de zomervakantie 2026 te verhuizen naar [plaats 2] , Frankrijk;
- de moeder toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, om met ingang van het schooljaar 2026/2027 [minderjarige 1] in te schrijven op [school 1] te [plaats 2] en [minderjarige 2] op [school 2] te [plaats 2] ;
- een zorgregeling bepaald waarbij de kinderen bij de vader in [plaats 1] zullen zijn:

 twee weken in de herfstvakantie;
 een week in de kerstvakantie;
 twee weken in de ‘winter break’;
 een week in de ‘spring break’;
 vijf weken in de zomervakantie,

- bepaald dat de kinderen eens per acht weken – in het midden van het zesweekse lesprogramma van de kinderen – in het weekend met hun vader zijn in [plaats 2] , Frankrijk;
- de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
- het meer of anders verzochte afgewezen.



4.2

De vader is het niet eens met deze beslissing. Hij verzoekt het hof, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende (naar het hof begrijpt):
I. de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking te schorsen voor de duur van het geding;
II. een bijzondere curator te benoemen voor beide kinderen;
III. de verzoeken van de moeder (alsnog) af te wijzen;
IV. de verzoeken van de vader (alsnog) toe te wijzen, waaronder de volgende gewijzigde c.q. nieuwe verzoeken:
V. te bepalen dat de moeder binnen 14 dagen na de tussenbeschikking de volgende stukken over dient te leggen:
 de jaarlijkse overzichten van al de bankrekeningen van de moeder, waarop het begin- en eindsaldo is te zien dan wel de afschriften met het saldo per 1 januari van de afgelopen 5 jaar, almede afschriften van al haar bankrekeningen waarop de huidige saldi te zien zijn;
 stukken waaruit blijkt hoeveel dividenduitkering de moeder de afgelopen 5 jaar heeft ontvangen;
VI. te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vader op hun huidige adres in [plaats 3] en/of op het huidige adres van de vader in [plaats 1] ,
kosten rechtens.




4.3

De moeder verzoekt het hof, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad (naar het hof begrijpt):
I. primair: de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken, althans zijn grieven ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking te bekrachtigen;
subsidiair: voor zover het hof de bestreden beschikking (deels) vernietigt en de moeder daardoor geen vervangende toestemming meer heeft om met de kinderen naar [plaats 2] , Frankrijk, te verhuizen, te bepalen dat de moeder en de kinderen met ingang van de start van het schooljaar 2027/2028 vanuit Frankrijk naar Nederland moeten terugkeren;
II. het verzoek van de vader de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking te schorsen voor de duur van het geding af te wijzen;
III. het verzoek van de vader tot benoeming van een bijzondere curator voor de kinderen af te wijzen;
IV. het verzoek van de vader tot overlegging van financiële stukken door de moeder af te wijzen;
V. het verzoek van de vader te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem is, af te wijzen;
VI. de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder te bepalen en haar vervangende toestemming te verlenen voor alle noodzakelijke administratieve en/of praktische handelingen die nodig zijn om de kinderen in de gemeentelijke basisadministratie in [regio] , Frankrijk, te registreren;
VII. de moeder vervangende toestemming te verlenen om de kinderen met ingang van het schooljaar 2026/2027 in te schrijven op nader door de moeder aan te wijzen privé- of publieke middelbare scholen in de regio [regio] , Frankrijk;
VIII. de moeder vervangende toestemming te verlenen om alle beslissingen te nemen en handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn ter aanmelding c.q. inschrijving van de kinderen voor middelbare scholen in de regio [regio] , Frankrijk, onder andere maar niet beperkt tot:
 het ondertekenen van de benodigde formulieren ter inschrijving op de door de moeder voor ieder van de kinderen gekozen school en;
 alle andere noodzakelijke administratieve en/of praktische handelingen te verrichten die nodig zijn om de kinderen met ingang van het schooljaar 2026/2027 te laten starten op de door de moeder gekozen middelbare scholen;
IX. de moeder vervangende toestemming te verlenen om de kinderen aan te melden c.q. te registreren voor extra curriculaire activiteiten in [regio] , Frankrijk;
X. te bepalen dat de beslissing in hoger beroep uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard met in het lichaam van de beschikking de toelichting dat een eventueel cassatieberoep van de vader de juridische geldigheid en uitvoerbaarheid van de genomen beslissing niet schorst dan wel een andere toelichting die het hof juist acht,
kosten rechtens.






5De motivering van de beslissing



Rechtsmacht en toepasselijk recht




5.1

Het hof dient allereerst ambtshalve vast te stellen of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt om van de onderhavige zaak kennis te nemen. De verzoeken zijn kwesties van ouderlijke verantwoordelijkheid en vallen daarmee onder het toepassingsgebied van de Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 (hierna: Brussel II-ter). Omdat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 lid 1 Brussel II-ter rechtsmacht toe om over de verzoeken ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid die betrekking hebben op de kinderen te oordelen.
Partijen hebben geen grief gericht tegen de toepassing van Nederlands recht, zodat het hof ook in hoger beroep Nederlands recht zal toepassen.




Schorsingsverzoek (in de zaak met zaaknummer 200.369.503/02)





5.2
Nu het hof heden in de hoofdzaak uitspraak doet, heeft de vader geen belang meer bij zijn verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking. Het hof zal de vader daarom niet-ontvankelijk verklaren in dit verzoek.



Benoeming bijzondere curator





5.3
Anders dan de vader ziet het hof geen aanleiding om in het belang van de kinderen een bijzondere curator te benoemen. De kinderen hebben tijdens de kindgesprekken bij het hof op 30 juli 2026 hun mening kenbaar gemaakt en daarbij te kennen gegeven dat zij hebben kunnen zeggen wat zij wilden zeggen en daarom geen behoefte te hebben aan een bijzondere curator. Het hof acht zich daarom, mede gelet op de overgelegde stukken en dat wat tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is besproken, voldoende voorgelicht om een beslissing te nemen. Het hof zal het verzoek van de vader dan ook afwijzen.



Vervangende toestemming verhuizing





De standpunten van partijen





5.4
De vader stelt – samengevat – het volgende. De moeder heeft onvoldoende aangetoond dat een verhuizing naar [plaats 2] , Frankrijk, noodzakelijk is. Volgens hem heeft de moeder in Nederland zowel sociaal als professioneel voldoende mogelijkheden om zich te ontplooien. Zij heeft een internationale achtergrond en ruime ervaring met wonen en werken in verschillende landen en heeft ook in Nederland een sociaal netwerk opgebouwd via de school van de kinderen, haar werkzaamheden, de Franstalige kerkgemeenschap en haar vriendenkring. Ook de door de moeder gestelde economische noodzaak om te verhuizen naar [plaats 2] , Frankijk, wordt door de vader betwist. Volgens hem heeft de moeder onvoldoende inspanningen verricht om in Nederland passend werk te vinden en heeft zij haar sollicitatieactiviteiten en de gestelde belemmeringen om in Nederland te kunnen (blijven) werken onvoldoende onderbouwd. Het is op grond van haar opleidingen, werkervaring, talenkennis en internationale loopbaan onaannemelijk dat de moeder hier geen passende (al dan niet tijdelijke) werkzaamheden kan verrichten. Daarnaast voert de vader aan dat de moeder over een aanzienlijk vermogen beschikt, bestaande uit spaargelden, aandelen, huuropbrengsten en opbrengsten uit de verkoop van onroerend goed. Verder stelt de vader dat, indien de moeder tijdelijk in [plaats 2] , Frankrijk, zou willen verblijven voor haar opleiding of werk, dit niet betekent dat de kinderen ook moeten verhuizen. De vader heeft immers een concreet en uitvoerbaar alternatief voorgesteld, waardoor de kinderen in hun vertrouwde omgeving in [plaats 3] kunnen blijven wonen. Hij is bereid het appartement in [plaats 3] te behouden, zodat de moeder van de vader (lees: grootmoeder vaderszijde) van maandag tot en met woensdag de zorg voor de kinderen op zich kan nemen, waarna de vader de zorg van woensdag tot en met vrijdag overneemt. In het weekend kunnen de kinderen bij de vader in [plaats 1] verblijven, terwijl de moeder hen desgewenst in [plaats 3] kan zien. Ook voor de langere termijn bestaat een werkbaar alternatief: indien de moeder na verloop van tijd niet naar Nederland terugkeert, dan kunnen de kinderen verhuizen naar [plaats 1] . De vader stelt in dit verband dat hij recent een woning heeft gekocht in [plaats 1] die groot genoeg is voor zijn nieuwe gezin en de kinderen tezamen. Zelfs indien zou worden aangenomen dat voor de moeder een noodzaak bestaat om naar [plaats 2] , Frankrijk, te verhuizen, wat de vader uitdrukkelijk betwist, rechtvaardigt dat volgens de vader niet dat ook de kinderen hierheen verhuizen, nu dit niet in hun belang is. De kinderen hebben volgens hem geen wezenlijke band met de regio [plaats 2] , Frankrijk, en zijn juist geworteld in Nederland, waar zij al vier jaar wonen, naar school gaan, deelnemen aan sport- en andere activiteiten en hun sociale contacten hebben opgebouwd. Daarbij wijst hij erop dat de overstap naar het Franse onderwijssysteem, mede gelet op de specifieke onderwijs- en begeleidingsbehoeften van beide kinderen, ingrijpend zal zijn en dat de moeder de gevolgen daarvan onvoldoende heeft onderzocht. Daarnaast voert de vader aan dat de rechtbank onvoldoende gewicht heeft toegekend aan zijn (vader)rol in het leven van de kinderen en de gevolgen die de verhuizing heeft voor de bestaande zorgregeling. Volgens hem kan het verlies aan frequent contact niet worden gecompenseerd door een ruimere vakantieregeling, wat ook geldt voor het contact tussen de kinderen en [minderjarige 3] , hun halfbroertje. Bovendien leidt de verhuizing voor de vader tot aanzienlijke extra reis- en verblijfskosten. Alles afwegende is de vader van mening dat de verhuizing objectief gezien niet noodzakelijk is, maar enkel een wens van de moeder is en dat de belangen van de kinderen bij stabiliteit, continuïteit en behoud van hun leven in Nederland zwaarder behoren te wegen dan die wens.



5.5
De moeder voert – samengevat – het volgende aan. De rechtbank heeft alle relevante omstandigheden zorgvuldig gewogen en terecht geoordeeld dat een verhuizing naar [plaats 2] , Frankrijk, ook in het belang van de kinderen is. Anders dan de vader stelt, heeft de rechtbank niet meegewogen dat de moeder geen sociaal leven in Nederland heeft opgebouwd, maar dat zij er niet in is geslaagd een duurzaam zelfstandig bestaan op te bouwen. Hoewel zij sociale contacten heeft, bevindt haar duurzame familie- en sociale netwerk zich in Frankrijk en is zij er in Nederland niet in geslaagd een stabiel professioneel perspectief te realiseren. De noodzaak van de verhuizing is inmiddels verder bevestigd. De moeder heeft haar Franse masteropleiding afgerond, de vereiste examens behaald en is verzekerd van een aanstelling als docente vanaf het schooljaar 2026/2027. De moeder heeft geen duurzaam arbeidsmarktperspectief in Nederland door haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal en het ontbreken van de voor Nederlandse docenten vereiste kwalificaties als docent. De moeder beschikt daarnaast niet over noemenswaardig vermogen en het vermogen dat zij heeft is geen vervanging voor een structurele zelfstandige verdiencapaciteit. Nog daargelaten dat redelijkerwijs niet van haar kan worden verlangd dat zij op haar privévermogen inteert. Bovendien is de moeder dan nog steeds afhankelijk van alimentatie die de vader onregelmatig voldoet en waarvoor een aanzienlijke betalingsachterstand bestaat. De noodzaak om financieel onafhankelijk te worden van de vader is daarmee evident. Het door de vader voorgestelde alternatief, waarbij de kinderen in Nederland blijven terwijl de moeder naar Frankrijk verhuist, is niet in het belang van de kinderen. De moeder is steeds de primaire verzorger geweest en draagt het grootste deel van de dagelijkse zorg. Verder benadrukt de moeder dat de keuze voor [plaats 2] , Frankrijk, zorgvuldig en weloverwogen is gemaakt, omdat het de moeder de mogelijkheid biedt een vergelijkbare levensstandaard voor de kinderen te realiseren, met goede onderwijsvoorzieningen, een veilige leefomgeving, voldoende sport- en recreatiemogelijkheden, een goede bereikbaarheid en een internationale oriëntatie. De kinderen beheersen de Franse taal ook vloeiend. Verder is niet doorslaggevend dat de familieleden en vrienden van de moeder (en de kinderen) in Frankrijk niet in de directe omgeving van [plaats 2] , Frankrijk, wonen. De moeder erkent dat de verhuizing en de daarmee gepaard gaande schoolwisseling ingrijpend zullen zijn voor de kinderen en heeft zich daarom zorgvuldig verdiept in passende scholen met een internationale dan wel tweetalige oriëntatie. Dat de inschrijving van de kinderen op een passende school tot op heden nog niet heeft plaatsgevonden, is volgens de moeder het gevolg van de houding van de vader, die de beoogde scholen heeft benaderd met het verzoek de inschrijving van de kinderen niet te accepteren. De moeder blijft zich echter inspannen om passende scholen voor de kinderen te vinden. Tot slot heeft de moeder een ruime zorgregeling voorgesteld die de band tussen de kinderen en de vader waarborgt. De extra reis- en verblijfskosten voor de vader kunnen niet tot een ander oordeel leiden, mede gelet op de financiële positie van de vader en de bereidheid van de moeder om binnen de grenzen van haar draagkracht aan deze kosten bij te dragen.



Het juridisch kader





5.6
Artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of op verzoek van een van hen aan de rechter kunnen worden voorgelegd. In deze zaak hebben de ouders een geschil over de vraag of de moeder met de kinderen naar [plaats 2] , Frankrijk, mag verhuizen. Dit geschil valt onder de reikwijdte van artikel 1:253a lid 1 BW.



5.7
Dit wetsartikel bepaalt ook dat de rechter de beslissing moet nemen die hem in het belang van de kinderen het meest wenselijk voorkomt. Om dit te kunnen bepalen moet de rechter een belangenafweging maken waarbij allereerst naar de belangen van de kinderen gekeken moet worden. Dat er allereerst naar het belang van de kinderen gekeken moet worden, betekent echter niet dat deze belangen altijd het zwaarste wegen. De rechter moet rekening houden met alle omstandigheden van het geval. Het kan voorkomen dat er andere belangen zijn die zwaarder wegen (vgl. Hoge Raad 25 april 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC5901)). Uit vaste rechtspraak blijkt welke omstandigheden en belangen hierbij in ieder geval relevant kunnen zijn:
- het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten;
- de noodzaak om te verhuizen;
- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
- de rechten van de andere ouder en de kinderen op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de frequentie van het contact tussen de kinderen en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van de kinderen, hun mening en de mate waarin de kinderen geworteld zijn in hun omgeving of juist extra gewend zijn aan verhuizingen;
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.



Het oordeel van het hof





5.8
Het hof overweegt als volgt. De moeder woont momenteel in [plaats 3] met de kinderen en de vader woont in [plaats 1] . De moeder wil met de kinderen verhuizen naar [plaats 2] , Frankrijk. Bij de onderhavige beoordeling hebben de vader en de moeder tegenstrijdige belangen. Enerzijds heeft de moeder het recht om haar leven opnieuw en naar eigen inzicht in te richten. Anderzijds heeft de vader – die met de moeder gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen uitoefent – er recht op en belang bij dat tussen hem en de kinderen regelmatig contact is en dat dat behouden blijft. Een goed en regelmatig contact met de vader is ook een belang van de kinderen. Zowel de wens van de moeder om met de kinderen naar [plaats 2] , Frankrijk, te verhuizen als de vrees van de vader dat hij als gevolg van die verhuizing minder, althans onvoldoende, contact met de kinderen zal hebben, is invoelbaar en begrijpelijk. Het hof is, op basis van de stukken en dat wat tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is besproken, van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en beslist zoals zij heeft gedaan. Het hof neemt die gronden – na eigen beoordeling en afweging – over. In hoger beroep zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden aangedragen die tot een andersluidend oordeel leiden. Het hof neemt bij zijn oordeel, naast de gronden van de rechtbank, het volgende nog in aanmerking.



5.9
Naar het oordeel van het hof is voldoende aannemelijk geworden dat de voorgenomen verhuizing van de moeder naar [plaats 2] , Frankrijk, niet (uitsluitend) is ingegeven door persoonlijke voorkeuren, maar verband houdt met een zwaarwegend belang van de moeder om duurzaam deel te kunnen nemen aan het arbeidsproces en (deels) financieel onafhankelijk van de vader te kunnen worden. Daarbij acht het hof van belang dat het niet gaat om de vraag of de moeder al dan niet over vermogen beschikt. Het gaat erom dat de moeder ernaar streeft om volwaardig deel te kunnen nemen aan het arbeidsproces in haar eigen vakgebied (het onderwijs) en daarnaast niet (volledig) afhankelijk wenst te zijn van een bijdrage van de vader in de vorm van partneralimentatie. Daarbij is voldoende aannemelijk geworden dat de moeder deze doelstelling in [plaats 2] , Frankrijk, op korte termijn kan realiseren, terwijl zij in Nederland, gelet op het einde van haar dienstverband wegens kwalificatie-eisen, haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal en de beperkte mogelijkheden binnen de internationale onderwijsmarkt, op kortere termijn geen reëel uitzicht heeft op een vergelijkbare ontwikkeling. Ook buiten het onderwijsgebied wordt zij door voornoemde omstandigheden beperkt in haar mogelijkheden op de Nederlandse arbeidsmarkt. Vast staat dan ook dat zij binnen afzienbare termijn in Nederland geen reëel en passend carrièreperspectief heeft. Dit betekent voor de moeder een aanzienlijk onzekerder perspectief dan de situatie waarin zij zich in [plaats 2] , Frankrijk, zou bevinden, waar zij vanaf de start van het schooljaar 2026/2027 is verzekerd van een baan als docent. Het hof acht daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat de moeder zich in Nederland niet binnen afzienbare tijd op een vergelijkbare wijze professioneel kan ontplooien als in [plaats 2] , Frankrijk, het geval is en daarmee haar duurzame financiële zelfstandigheid daar beter kan vergroten. Dat streven acht het hof gerechtvaardigd, temeer nu de verhouding tussen partijen op financieel vlak onzeker is gebleken. In dit verband neemt het hof in aanmerking dat de vader eerder een alimentatieprocedure aanhangig heeft gemaakt bij de rechtbank [plaats 4] , Frankrijk. Bij beschikking van 17 februari 2026 heeft die rechtbank zich onbevoegd verklaard om over deze kwestie te oordelen. Hoewel daarmee op dit moment geen inhoudelijke beslissing over een onderhoudsbijdrage voor de moeder (en de kinderen) is genomen, kan niet worden uitgesloten dat de vader opnieuw een procedure over (wijziging van) de (kinder- en) partneralimentatie zal starten. Naar het oordeel van het hof vormt de wens van de moeder om deel te nemen aan het arbeidsproces en daarmee haar duurzame financiële zelfstandigheid te vergroten een zwaarwegend belang dat in de belangenafweging dient te worden betrokken.



5.10
Bij de beoordeling van de voorgenomen verhuizing betrekt het hof tevens de wijze waarop de moeder tot haar beslissing is gekomen. De keuze voor [plaats 2] , Frankrijk, komt het hof niet ondoordacht voor. De moeder heeft haar toekomstperspectief, de belangen van de kinderen en de gevolgen van de voorgenomen verhuizing voor de vader zorgvuldig tegen elkaar afgewogen en heeft, waar mogelijk, compensatie geboden. Het hof begrijpt dat de kinderen waarde hechten aan hun huidige schoolomgeving in Nederland en dat continuïteit en de kwaliteit van het onderwijs voor hen belangrijk zijn. Dit belang kan echter niet los worden gezien van hun bredere belangen. De moeder heeft zich steeds ingespannen om beslissingen te nemen vanuit het belang van de kinderen. Het hof ziet geen aanleiding om aan te nemen dat dit bij de voorgenomen verhuizing anders is. De moeder heeft ook toegelicht hoe zij met zorg en aandacht de scholen voor beide kinderen heeft uitgezocht. Daarbij betrekt het hof dat [minderjarige 1] zich niet tegen de verhuizing als zodanig verzet, maar uitsluitend de voorkeur heeft uitgesproken voor een [specifieke onderwijsinstelling] . Zij heeft bovendien aangegeven mogelijkheden te zien om haar studieplanning en toekomstplannen in Frankrijk voort te zetten. Ten aanzien van [minderjarige 2] geldt dat hij, mede gelet op zijn jonge leeftijd en het feit dat hij, net als [minderjarige 1] , Frans spreekt, voldoende mogelijkheden heeft om in Frankrijk een nieuw sociaal leven op te bouwen. [minderjarige 2] heeft enige tijd in Nederland intensieve begeleiding ontvangen, maar de vrouw heeft onbetwist gesteld dat deze begeleiding is gestopt, omdat het goed met [minderjarige 2] ging en de begeleiding dan ook niet meer noodzakelijk was.



5.11
Het hof acht verder van belang dat de verhuizing niet ten koste van het contact tussen de vader en de kinderen gaat. Uit de stukken en dat wat tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep naar voren is gekomen, volgt dat de vader de kinderen feitelijk ongeveer een weekend per drie weken ziet. Met de door de moeder voorgestelde nieuwe zorgregeling na verhuizing zal de vader in een vergelijkbare mate betrokken kunnen blijven bij het dagelijks leven van de kinderen als op dit moment het geval is. Verder blijft er voldoende gelegenheid voor de kinderen om contact te onderhouden met hun halfbroertje. De afstand tussen Nederland en Frankrijk staat daaraan niet in de weg, mits partijen zich daarvoor blijven inzetten. De moeder heeft ook compensatie aangeboden om bij te dragen aan de kosten van de kinderen, binnen haar draagkracht.



5.12
Alles afwegende komt het hof tot het oordeel dat de belangen van de moeder bij de verhuizing naar [plaats 2] , Frankrijk, waaronder haar streven naar een reëel perspectief op deelname aan het arbeidsproces en daarmee duurzame financiële onafhankelijkheid van de vader, zwaarder wegen dan de belangen die zich tegen de verhuizing verzetten. Het hof zal de bestreden beschikking op dit punt dan ook bekrachtigen. Het hof vertrouwt erop dat de vader zijn medewerking zal verlenen aan de uitvoering van deze beslissing. Daarbij gaat het hof ervan uit dat de vader zoals hij tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft verklaard, de moeder niet in de weg zal staan als zij vervangende toestemming voor de verhuizing krijgt. Dit anders dan na de bestreden beschikking het geval is geweest, waar het de schoolinschrijving van de kinderen betrof. Het hof merkt daarbij op dat de rechtbank de bestreden beschikking uitvoerbaar bij voorraad had verklaard, zodat van de vader mocht worden verwacht dat hij aan de inschrijving op de scholen in [plaats 2] , Frankijk, zijn medewerking zou verlenen. Het belang van de kinderen had daarbij voorop moeten staan. Dat de vader zijn medewerking tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft toegezegd, neemt niet weg dat de ontstane situatie gevolgen heeft gehad voor de kinderen. Zo heeft de weigering van de vader om toestemming te verlenen voor de inschrijving van [minderjarige 1] op [school 1] te [plaats 2] , Frankrijk, een school die zowel de moeder als [minderjarige 1] passend achten, geleid tot onzekerheid over de mogelijkheden van een plaatsing op die school. Het hof verwacht dat de vader zich nu constructief zal opstellen en de belangen van de kinderen vooropstelt.



Hoofdverblijfplaats kinderen





5.13
Wanneer de ouders het evenmin eens zijn over de vraag bij wie de kinderen hun hoofdverblijf zullen hebben, behelst een beslissing tot verlening van de gevraagde toestemming om met de kinderen naar het buitenland te verhuizen ook een beslissing als bedoeld in artikel 1:253a lid 2, aanhef en onder b, BW (zie ook de conclusie van A-G Coenraad van 26 september 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1046, onder 3.5).



5.14

Gelet op het feit dat het hof de bestreden beschikking zal bekrachtigen voor zover daarbij aan de moeder vervangende toestemming is verleend om met de kinderen naar [plaats 2] , Frankrijk, te verhuizen en voor zover de moeder gehouden is de kinderen aldaar in te schrijven of anderszins te melden, acht het hof het in het belang van de kinderen om te bepalen dat zij hun hoofdverblijfplaats bij de moeder in [plaats 2] , Frankrijk, zullen hebben. Voorts zal het hof de moeder vervangende toestemming verlenen voor alle noodzakelijke administratieve en/of praktische handelingen die nodig zijn om de kinderen in [regio] , Frankrijk, in te schrijven bij de daartoe bevoegde autoriteiten.
Uit het voorgaande volgt dat het hof het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem vast te stellen, zal afwijzen.




Overlegging financiële stukken





5.15
Het hof ziet geen aanleiding om de moeder te gelasten de door de vader verzochte financiële stukken in het geding te brengen. Zoals hiervoor is overwogen, is de wens van de moeder om met de kinderen naar [plaats 2] , Frankrijk, te verhuizen, gelegen in haar streven om aldaar duurzaam en volwaardig deel te kunnen nemen aan het arbeidsproces en zich (deels) financieel onafhankelijk van de vader te kunnen positioneren. De omstandigheid dat de moeder mogelijk over vermogen beschikt, doet aan het voorgaande niet af. Reeds daarom heeft de vader onvoldoende belang bij zijn verzoek. Het hof zal zijn verzoek daarom afwijzen.



Aanvullende verzoeken moeder





De standpunten van partijen





5.16
De moeder stelt – samengevat – het volgende. De tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking in Frankrijk is door toedoen van de vader bemoeilijkt. Zij verzoekt het hof daarom de vervangende toestemming voor de daarvoor noodzakelijke administratieve en praktische handelingen zo concreet mogelijk te formuleren, zodat zij, ook indien de vader de tenuitvoerlegging van de beslissing van het hof zal proberen te frustreren, de kinderen op een school in Frankrijk kan inschrijven. Tegelijkertijd verzoekt de moeder het hof de toestemming zodanig algemeen te formuleren dat deze niet is beperkt tot een specifieke school, nu bij de huidige stand van zaken nog onduidelijk is op welke school voor de kinderen in het schooljaar 2026/2027 plaats is. Verder verzoekt de moeder het hof om de te wijzen beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ten slotte verzoekt de moeder haar vervangende toestemming te verlenen voor het aanmelden van de kinderen voor extra curriculaire activiteiten, nu zij dit, gelet op het handelen van de vader, noodzakelijk acht.



5.17
De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling de noodzaak van deze verzoeken betwist. Hij stelt dat, indien het hof de moeder vervangende toestemming verleent voor de verhuizing naar [plaats 2] , Frankrijk, hij de uitvoering van deze beslissing en de daarmee samenhangende administratieve en/of praktische handelingen niet zal belemmeren.



Het oordeel van het hof





5.18
Het hof ziet aanleiding om de moeder de verzochte vervangende toestemming te verlenen voor de noodzakelijke administratieve en/of praktische handelingen die verband houden met de verhuizing van de kinderen naar [plaats 2] , Frankrijk. De moeder heeft voldoende belang bij dit verzoek. Zij heeft, zoals reeds overwogen, toegelicht dat zij eerder problemen heeft ondervonden bij de inschrijving van de kinderen op een school als gevolg van de houding van de vader. Gelet hierop acht het hof het in het belang van de kinderen dat de moeder over de benodigde toestemming beschikt om de verhuizing en de daarmee samenhangende administratieve en/of praktische handelingen te kunnen uitvoeren. Het hof ziet aanleiding om, gelet op het belang van de kinderen dat zij voorafgaand aan de start van het schooljaar 2026/2027 op een passende school kunnen worden ingeschreven, voornoemde beslissingen, zoals door de moeder verzocht, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat het instellen van een eventueel beroep in cassatie de uitvoerbaarheid niet schorst. Het hof ziet geen aanleiding om de moeder ook vervangende toestemming te verlenen voor het aanmelden van de kinderen voor extra curriculaire activiteiten. Het hof acht deze aanmelding minder urgent en heeft geen reden om aan te nemen dat de vader daaraan niet mee zal werken.



Proceskosten





5.19
Gelet op de familierechtelijke aard van de procedure zal het hof de proceskosten in hoger beroep compenseren.



5.20
Dit alles leidt tot de volgende beslissing.





6De beslissing


Het hof:




in de zaak met zaaknummer 200.369.503/01:




bekrachtigt de bestreden beschikking, voor zover daarbij aan de moeder vervangende toestemming is verleend, welke de toestemming van de vader vervangt, om met de kinderen te verhuizen naar [plaats 2] , Frankrijk, en in aanvulling daarop:



bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder zal zijn;



verleent de moeder vervangende toestemming voor alle noodzakelijke administratieve en/of praktische handelingen die nodig zijn om de kinderen in [regio] , Frankrijk, in te schrijven bij de daartoe bevoegde autoriteiten;



verleent de moeder vervangende toestemming om de kinderen met ingang van het schooljaar 2026/2027 in te schrijven op nader door de moeder aan te wijzen privé- of publieke middelbare scholen in de regio [regio] , Frankrijk, en om alle beslissingen te nemen en handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn ter aanmelding c.q. inschrijving van de kinderen op deze middelbare scholen, onder andere maar niet beperkt tot:
 het ondertekenen van de benodigde formulieren ter inschrijving op de door de moeder voor ieder van de kinderen gekozen school en;
 alle andere noodzakelijke administratieve en/of praktische handelingen te verrichten die nodig zijn om de kinderen met ingang van het schooljaar 2026/2027 te laten starten op de door de moeder gekozen middelbare scholen;



verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;



wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af;




in de zaak met zaaknummer 200.369.503/02:




verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking.




Deze beschikking is gegeven door mrs. E.B.J. van Elden, C.S.F. de Nijs en M.L.H. Gelauff, bijgestaan door mr. J. van Gaalen als griffier, en is op 12 augustus 2026 bij vervroeging uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.