Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2025:746
2025-04-16
Bestuursrecht; Belastingrecht
BK-23/1092bis
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Hersteluitspraak bij ECLI:NL:GHDHA:2025:635
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1398 Gerechtshof Den Haag 14-08-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.032 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-23/1092bis
Uitspraak van 16 april 2025 ter herstel van de uitspraak van 27 februari 2025
in het geding tussen:
[X]
te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: A.F.M.J. Verhoeven)
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
(vertegenwoordiger: […] )
gedaan ter verbetering van de uitspraak van dit Hof van 27 februari 2025, nummer
BK-23/1092, inzake het hoger beroep van belanghebbende en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 26 september 2023, nummer SGR 22/3193.
De uitspraak in het hoger beroep
1.1.
Het Hof heeft in deze zaak op 27 februari 2025 uitspraak gedaan. Nadien is het Hof gebleken van een omissie in rechtsoverweging 6 en in het dictum van de uitspraak.
1.2.
In rechtsoverweging 6 en in het dictum van de uitspraak is een bedrag vermeld van € 226,75. Dit bedrag berust op een misslag. Het juiste bedrag is € 453,50, zoals blijkt uit de som en de tekst in rechtsoverweging 6. Naar het oordeel van het Hof is sprake van een kennelijke fout die zich leent voor herstel door middel van de onderhavige hersteluitspraak
1.3.
Herstel van deze misslag brengt mee dat rechtsoverweging 6 van de uitspraak als volgt komt te luiden:
“Het Hof stelt de proceskosten, op de voet van artikel 8:75 Awb in verbinding met het Besluit en de daarbij behorende bijlage, vast op € 453,50 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de hogerberoepsfase (2 punten (zienswijze incidenteel hoger beroep en bijwonen zitting) x wegingsfactor 0,25 x € 907). De wegingsfactor is vastgesteld conform het richtsnoer van de gerechtshoven 2024, paragraaf 1.2 (onder meer Hof Den Haag 14 augustus 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1398).”
en het dictum van de uitspraak van 27 februari 2025 als volgt komt te luiden:
“Het Gerechtshof:
bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, en
veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in het incidentele hoger beroep tot een bedrag van € 453,50.”
Beslissing
Het Gerechtshof herstelt de uitspraak van 27 februari 2025, nummer BK-23/1092, op de hiervoor onder 1.3 vermelde wijze.
Deze uitspraak is vastgesteld door L.D.M.A Reijs, in tegenwoordigheid van de griffier L. van den Bogerd.
De griffier, de voorzitter,
L. van den Bogerd L.D.M.A Reijs
De beslissing is op 16 april 2025 in het openbaar uitgesproken.
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-23/1092bis
Uitspraak van 16 april 2025 ter herstel van de uitspraak van 27 februari 2025
in het geding tussen:
[X]
te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: A.F.M.J. Verhoeven)
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
(vertegenwoordiger: […] )
gedaan ter verbetering van de uitspraak van dit Hof van 27 februari 2025, nummer
BK-23/1092, inzake het hoger beroep van belanghebbende en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 26 september 2023, nummer SGR 22/3193.
De uitspraak in het hoger beroep
1.1.
Het Hof heeft in deze zaak op 27 februari 2025 uitspraak gedaan. Nadien is het Hof gebleken van een omissie in rechtsoverweging 6 en in het dictum van de uitspraak.
1.2.
In rechtsoverweging 6 en in het dictum van de uitspraak is een bedrag vermeld van € 226,75. Dit bedrag berust op een misslag. Het juiste bedrag is € 453,50, zoals blijkt uit de som en de tekst in rechtsoverweging 6. Naar het oordeel van het Hof is sprake van een kennelijke fout die zich leent voor herstel door middel van de onderhavige hersteluitspraak
1.3.
Herstel van deze misslag brengt mee dat rechtsoverweging 6 van de uitspraak als volgt komt te luiden:
“Het Hof stelt de proceskosten, op de voet van artikel 8:75 Awb in verbinding met het Besluit en de daarbij behorende bijlage, vast op € 453,50 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de hogerberoepsfase (2 punten (zienswijze incidenteel hoger beroep en bijwonen zitting) x wegingsfactor 0,25 x € 907). De wegingsfactor is vastgesteld conform het richtsnoer van de gerechtshoven 2024, paragraaf 1.2 (onder meer Hof Den Haag 14 augustus 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1398).”
en het dictum van de uitspraak van 27 februari 2025 als volgt komt te luiden:
“Het Gerechtshof:
bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, en
veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in het incidentele hoger beroep tot een bedrag van € 453,50.”
Beslissing
Het Gerechtshof herstelt de uitspraak van 27 februari 2025, nummer BK-23/1092, op de hiervoor onder 1.3 vermelde wijze.
Deze uitspraak is vastgesteld door L.D.M.A Reijs, in tegenwoordigheid van de griffier L. van den Bogerd.
De griffier, de voorzitter,
L. van den Bogerd L.D.M.A Reijs
De beslissing is op 16 april 2025 in het openbaar uitgesproken.