Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2024:579

2024-02-14 Strafrecht 22-002182-23
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2024-02-14
Publicatiedatum
2024-04-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
22-002182-23
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Gepubliceerd naar aanleiding arrest van de Hoge Raad.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.634 tekens)
Rolnummer: 22-002182-23
Parketnummer: 10-167471-22 en 10-141392-22
Datum uitspraak: 14 februari 2024
VERSTEK

Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken




Arrest



gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 4 juli 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:





[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1972,
Zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.





De vordering van de advocaat-generaal




De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.





Procesgang




In eerste aanleg zijn de zaken met parketnummers 10-167471-22 (dagvaarding I) en 10-141392-22 (dagvaarding II) gevoegd. De verdachte is vrijgesproken van het onder dagvaarding I tenlastegelegde feit 2 onder. De verdachte is ter zake van het onder dagvaarding I tenlastegelegde feit 1 en het onder dagvaarding II tenlastegelegde feit veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met een proeftijd van 2 jaren.



Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.








Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep




De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem als feit 2 onder dagvaarding I is ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en daarom mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open.



Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen deze in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.



Het hof stelt ten aanzien van het aan de verdachte onder dagvaarding I tenlastegelegde feit 1 en het onder dagvaarding II tenlastegelegde feit vast dat de verdachte geen schriftuur met grieven tegen het vonnis heeft ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, ook voor deze delen van het vonnis niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.



Het voorgaande komt erop neer dat de verdachte in het gehele hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.





















BESLISSING


Het hof:



Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.




Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Wiersinga,
mr. M.J. de Haan-Boerdijk en mr. F. de Jong, in bijzijn van de griffier mr. L. Knoop.



Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 februari 2024.



Mr. M.J. de Haan-Boerdijk en mr. F. de Jong zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.