Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2021:2933

2021-08-03 Civiel recht 200.291.405/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2021-08-03
Publicatiedatum
2024-01-25
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.291.405/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

hoger beroep tegen rolbeslissing, bindende eindbeslissing.

Citeert (1)

Geciteerd door (1)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.474 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht


Zaaknummer: 200.291.405/01
Zaak-/rolnummer rechtbank: C/09/520565 / HA ZA 16-1204





Arrest van 3 augustus 2021


inzake





[appellante] Holding B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,
appellante,
hierna te noemen: [appellante],
advocaat: mr. C.J.R. van Binsbergen te Alphen aan den Rijn,



tegen


1. mr. Roland Slotboom in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van ECP Finance B.V.,

kantoorhoudende te Rotterdam,
geïntimeerde,
hierna te noemen: de curator,
niet verschenen,


2. Dynniq Nederland B.V.,

gevestigd te Amersfoort,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Dynniq,
advocaat: mr. P.C. Tennekes te Utrecht.





Het geding
Bij exploot van 5 maart 2021 is [appellante] in hoger beroep gekomen van de rolbeslissing van de rechtbank Den Haag van 9 december 2020.


Bij rolbeslissing van 11 mei 2021 zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid van [appellante] in haar hoger beroep.




[appellante] heeft vervolgens een akte genomen waarop Dynniq bij antwoordakte heeft gereageerd.



Ten slotte is arrest bepaald.




Beoordeling van de ontvankelijkheid


Ingevolge artikel 337 lid 1 Rv kan van vonnissen waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd, hoger beroep worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen. Ingevolge artikel 337 lid 2 Rv kan van andere tussenvonnissen hoger beroep slechts tegelijk met dat van het eindvonnis worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald.


De rolbeslissing van 9 december 2020 waartegen het onderhavige beroep is gericht, is geen vonnis als bedoeld in artikel 337 lid 1 Rv. Voorts is gesteld noch gebleken dat de rechter anders heeft bepaald als bedoeld in artikel 337 lid 2 Rv.



3. [appellante] heeft in haar akte aangevoerd dat met de rolbeslissing van 9 december 2020 een einde is gemaakt aan het geding voor zover het haar deelname daaraan betreft aangezien de rechtbank daarin heeft overwogen dat de door [appellante] aangezegde schorsing en hervatting geen effect sorteert. Het geding is hiermee voor [appellante] geëindigd zodat de rolbeslissing voor haar heeft te gelden als een eindvonnis. [appellante] kan hiertegen niet tegelijk met het eindvonnis in de hoofdzaak in hoger beroep gaan omdat zij tegen dat vonnis geen hoger beroep kan instellen aangezien zij daarbij geen procespartij is en hoger beroep alleen voor procespartijen openstaat. [appellante] heeft voor haar standpunt verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:183, waarin de Hoge Raad heeft overwogen dat door een uitdrukkelijk dictum waarin is geoordeeld dat een vordering tot tussenkomst op de voet van art. 3 Onteigeningswet wordt afgewezen, definitief wordt beslist dat de partij die tussenkomst verlangt, geen rechthebbende, mede-rechthebbende of derde-belanghebbende is als bedoeld in die bepaling en dat dat vonnis in zoverre een eindvonnis is.
4. Naar het oordeel van het hof slaagt het betoog van [appellante]. Hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in zijn arrest van 30 januari 2015 ten aanzien van de afwijzing van een incidentele vordering tot tussenkomst, heeft mutatis mutandis ook te gelden ten aanzien van de afwijzing van een incidentele vordering tot schorsing van het geding op grond van artikel 225 Rv. Ook een dergelijke afwijzing heeft tot gevolg dat definitief wordt beslist dat de partij die de grond tot schorsing inroept, geen procespartij wordt in de hoofdzaak zodat een dergelijke beslissing voor die partij heeft te gelden als een eindvonnis.
5. De slotsom is dat [appellante] ontvankelijk moet worden verklaard in haar hoger beroep.




Beslissing
Het hof:

- verklaart [appellante] ontvankelijk in haar hoger beroep;

- verwijst de zaak naar de rol van 14 september 2021 voor het indienen van een memorie van grieven door [appellante].



Dit arrest is gewezen door mrs. J.E.H.M. Pinckaers, C.J. Verduyn en C.A. Joustra en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 augustus 2021 in aanwezigheid van de griffier.