Procesrecht. Verkeerde partij gedagvaard; voldoende belang bij inhoudelijke beoordeling vordering? Uitlatingen in de procedure namens de partij die gedagvaard had moeten worden; opgewekt vertrouwen. Voortzetting procedure tegen rechtspersoon na ontbinding en vereffening; art. 2:1
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 225 Rv
Genoemd in 512 uitspraken · Officiële wettekst
512 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht, insolventierecht. Verzoek tot schorsing cassatieprocedure op grond van art. 28 Fw nadat gefourneerd is, arrest is gevraagd en datum conclusie P-G is bepaald. Strekking art. 30 lid 1 Fw. Betekenis schriftelijk commentaar op conclusie P-G (art. 44 lid 3 Rv). Art. 25 li
Procesrecht. Faillissement eiseres hangende geding in eerste aanleg. Art. 27 F. vereist rechterlijke tussenkomst zodat schorsing ex art. 27 F. eerst ingaat op tijdstip waarop rechter het verzoek tot schorsing heeft toegewezen. Uitzondering op hoofdregel dat in geval hoger beroep
Procesrecht. Schorsing en hervatting; art. 225-227 Rv. Onder verlies van hoedanigheid als bedoeld in art. 226 lid 1 Rv. valt mede te verstaan schorsing als advocaat, hetzij op grond van disciplinaire maatregel, hetzij op andere wettelijke grond. Indien schorsing voor korte tijd,
Procesrecht. Hoger beroep tegen tussenvonnis met toestemming rechtbank; nadien wijst rechtbank tweede tussenvonnis, waartegen geïntimeerde incidenteel beroep instelt zonder toestemming rechtbank en zijn eis wijzigt. Is incidenteel beroep ontvankelijk? Mocht hof de eiswijziging to
Eisers vorderen een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens de weduwen en overige familieleden van de mannen die op 9 december 1947 door Nederlandse militairen zijn geëxecuteerd in Rawagedeh (Indonesië) en jegens de man die gewond is geraakt bij de
Eigendom van een strook grond; verkrijgende (art. 3:99 BW) of bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW)?; devolutieve werking; maatstaf voor inbezitneming.
Cassatieprocesrecht. Verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat bij de Hoge Raad (art. 407 lid 3 Rv). Gevolgen van het verval van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ (art. 9j lid 1 Advocatenwet). Schorsing geding van rechtswege, art. 226 Rv. Wijze van hervatting
Erfrecht. Procesrecht. Na overname procedure door vereffenaar in verband met beneficiaire aanvaarding nalatenschap, volgt veroordeling erfgenamen in persoon. Ontvankelijkheid, belang erfgenamen bij cassatieberoep. Wie is in cassatie de (formele) procespartij in geval van bewind?
Verwijzing na cassatie. Toepasselijk recht op arbeidsovereenkomsten van Hongaarse vrachtwagenchauffeurs in dienst van een Hongaarse zustervennootschap van een Nederlands transportbedrijf. Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:2165 Hof Den Bosch: ECLI:NL:GHSHE:2017:1874
Verzekeringsrecht. Kennisgevingsplicht van verzekeraar na ontdekking niet-nakoming mededelingsplicht door verzekeringnemer. Moet bij toepassing van art. 7:929 lid 1 BW in verband met de aanvang van de tweemaandentermijn worden uitgegaan van een subjectieve uitleg (daadwerkelijke
Procesrecht. Cassatie. Incidentele beslissingen over schorsing van geding tussen onder curatele gestelde persoon en voormalig curator (art. 225 lid 1, onder c, Rv in verbinding met art. 418a Rv), en over oproeping opvolgend curator (art. 30g Rv).
Procesrecht. Verlies van hoedanigheid van advocaat tijdens procedure, schorsing van rechtswege, nietigheid van nadien verrichte proceshandelingen, art. 226 in verbinding met art. 225 lid 3 Rv. Vereiste voor beroep op nietigheid: partij die nietigheid inroept moet benadeeld zijn d
Vervolg op HR 21 mei 2010, nr. 08/04726, LJN BL5447. Geding in cassatie geldig geschorst? Indien verweerder is verschenen leidt niet-inachtneming betekeningsvoorschriften slechts tot nietigheid in geval van onredelijke benadeling. Sterk persoonlijk belang bij vorderingen niet vol
Procesrecht. Pandrecht. Schorsing en hervatting geding (art. 225 lid 1, aanhef en onder c, Rv en art. 227 Rv). Kan pandhouder die na mededeling van pandrecht inningsbevoegd wordt (3:246 lid 1 BW), door middel van schorsing en hervatting lopende procedure overnemen van pandgever?
Procesrecht. Octrooirecht. Modellenrecht. Slaafse nabootsing. Voortzetting procedure in appel door oorspronkelijke partijen. Na rechtenoverdracht procederen onder lastgeving op naam. Stelplicht en bewijslast. Beschermingsomvang. Plausibiliteit. Problem-solution approach. Procesko
Aansprakelijkheid van asbestproducent jegens derde die in het kader van zijn werkzaamheden (timmerman in de bouw) veelvuldig met asbest in aanraking is gekomen. Verjaring van de schadevergoedingsvordering. Groepsaansprakelijkheid. Smartengeld.
Arbeidsrecht. Schorsing concurrentiebeding internationale chauffeurs in kort geding. Een concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet van de werkgever te beschermen en niet om werknemers te binden.
consumentenkrediet, oneerlijk rentebeding, geen recht op rente, geen aanpassing vordering tot vergoeding ter hoogte van wettelijke rente. Hof wijst tussenarrest met het oog op de berekening van de verschuldigde hoofdsom.
Art. 81 lid 1 RO. Personenrecht. Curatele. Door curator aan curandus opgelegd contactverbod met advocaat. Maatstaf HR 28 januari 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1246. Art. 6 en 8 EVRM. Motivering oordeel dat contact met de advocaat uit medisch oogpunt onverantwoord is.
Procesrecht. Hoger beroep tegen tussenvonnis met toestemming rechtbank; nadien wijst rechtbank tweede tussenvonnis, waartegen geïntimeerde incidenteel beroep instelt zonder toestemming rechtbank en zijn eis wijzigt. Is incidenteel beroep ontvankelijk? Mocht hof de eiswijziging to
Art. 3:170, 3:171, 3:184 en 3:185 BW Partijen zijn deelgenoten in de onverdeelde nalatenschap van hun moeder. Tot de nalatenschap behoort de vordering op pachter tot betaling van (achterstallige) pachtpenningen. Zolang geen verdeling heeft plaatsgehad komen de verpachtersrechten
Procesrecht. Art. 225 Rv. Art. 401a lid 2 Rv. Niet-ontvankelijkheid in cassatieberoep tegen tussenuitspraak over schorsing en hervatting.
hoger beroep tegen rolbeslissing, bindende eindbeslissing, incidenteel appel niet-ontvankelijk ex art. 337 lid 2 Rv, cessie als grond voor schorsing van het geding ex art. 225 lid 1 Rv, terugwijzing ex art. 356 Rv, overneming en hervatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Arbitrage; vordering tot vernietiging arbitraal vonnis (art. 1065 lid 1 Rv (oud)). Begrip ‘investering’ in zin van BIT India-Mauritius; criterium ‘bijdrage aan economische ontwikkeling gastland’; begrip ‘essential interests’ in zin van art. 11 lid 3