Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2026:3222

2026-05-19 Civiel recht 200.361.999/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2026-05-19
Publicatiedatum
2026-05-22
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.361.999/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Inzageverzoek ex artikel 194 Rv

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.941 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN




locatie Leeuwarden



afdeling civiel recht



zaaknummer gerechtshof 200.361.999/01
zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle 11456503




arrest in het incident van 19 mei 2026




in de zaak van





ASR Schadeverzekeringen (ASR)

die is gevestigd in Utrecht
advocaat: mr. J.H. Tuit



en





[geïntimeerde] ( [geïntimeerde] )

die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. O.S.H. Horssius







1Het verloop van de procedure in hoger beroep


1.1.
ASR heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle (hierna: de kantonrechter), op 17 juni 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:


de dagvaarding in hoger beroep


de memorie van grieven inclusief incidentele vordering tot afschrift gegevens “ex artt. 195/195a RV en/of 22 Rv”


de memorie van antwoord in het incident








2De kern van de zaak


- in de hoofdzaak



2.1.
Deze zaak gaat over de vraag of ASR op grond van een door de vader van [geïntimeerde] afgesloten aansprakelijkheidsverzekering dekking moet verlenen voor de schade van [naam1] , die is ontstaan door een brand die [geïntimeerde] in een schuur van [naam1] heeft veroorzaakt.



2.2.
In het bestreden vonnis heeft de kantonrechter ASR veroordeeld dekking onder de aansprakelijkheidsverzekering te verlenen door € 24.994,85 te betalen aan [naam1] . ASR is ook in de kosten van het geding veroordeeld.



2.3.
ASR is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.



- in het incident





2.4.
ASR heeft een incidentele vordering ingesteld. Zij verlangt van [geïntimeerde] afgifte op grond van artikel 195 in combinatie met artikel 194 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) “van de diverse akten van cessie”.



2.5.
Het gaat ASR in dit kader om de akte(n) van cessie waarin [geïntimeerde] het meerdere boven de € 25.000 die hij in deze procedure van ASR vordert aan (een) derde(n) heeft gecedeerd. ASR tast naar haar zeggen in het duister over wat er wanneer door [geïntimeerde] is gecedeerd en aan wie. Zij wil daarom dat [geïntimeerde] afschrift van alle akten van cessie verschaft, zodat ASR in staat wordt gesteld haar positie te bepalen in dit geschil, ook ten aanzien van de vraag of de kantonrechter wel bevoegd is geweest om over het geschil van partijen te oordelen.



2.6.
Het hof zal de vordering in het incident toewijzen. Dat wordt hierna uitgelegd.






3De toelichting op de beslissing van het hof in het incident


3.1.
Aan dit incident ligt het volgende ten grondslag. De vader van [geïntimeerde] heeft in 2015 zichzelf en zijn gezinsleden verzekerd tegen aansprakelijkheid bij Aegon. ASR heeft in 2024 de verzekeringsportefeuille van Aegon overgenomen. Op 11 december 2021 is door toedoen van [geïntimeerde] een forse brand uitgebroken in een schuur op het perceel van [naam1] in [woonplaats] . [geïntimeerde] heeft de houtkachel in de schuur aangestoken en daarbij is een steekvlam tot aan het dak ontstaan, met een uitslaande brand tot gevolg De schuur en de daarin aanwezige roerende zaken zijn (gedeeltelijk) vernietigd door de brand.



3.2.
In een tussen [naam1] als eiser en [geïntimeerde] als gedaagde gewezen verstekvonnis van 5 maart 2024 heeft de kantonrechter [geïntimeerde] veroordeeld om aan [naam1] € 25.000,- te betalen aan brandschade. [naam1] had uitdrukkelijk afstand gedaan van zijn vorderingen op [geïntimeerde] wat betreft het meerdere boven € 25.000. In die procedure heeft [naam1] gesteld dat hij het restant van zijn geldvordering op [geïntimeerde] voorafgaand aan de procedure heeft gecedeerd aan een derde.



3.3.
Na de ontvangst van het verstekvonnis heeft Aegon twee advocaten van Loyens en Loeff ingeschakeld voor het opstellen van een verzetdagvaarding. Nog vóór de mondelinge behandeling in die verzetprocedure hebben die advocaten zich onttrokken aan de zaak.



3.4.
In een vonnis van 22 oktober 2024 is het verstekvonnis bekrachtigd. In het verzetvonnis heeft de kantonrechter vastgesteld dat als gevolg van de brand de gehele schuur en de daarin aanwezige zaken, waaronder landbouwmaterieel, een vrachtwagen, drie opleggers en (reserve)onderdelen verloren zijn gegaan. In de verstek- en verzetprocedure is [naam1] bijgestaan door mr. Horssius, die in deze procedure de advocaat van [geïntimeerde] is.



3.5.
In het in dit hoger beroep bestreden vonnis heeft de kantonrechter ASR veroordeeld aan [geïntimeerde] dekking te verlenen door aan [naam1] € 24.994,85 te betalen. De kantonrechter heeft (onder meer) overwogen dat [geïntimeerde] expliciet afstand heeft gedaan van het meerdere boven € 25.000 en dat de kwestie van de cessie in het midden kan blijven. [geïntimeerde] stelt dat hij het meerdere van zijn vordering boven € 25.000 op ASR heeft gecedeerd.



3.6.

Na het bestreden vonnis van de kantonrechter heeft ASR expertisebureau [bedrijf1] gevraagd om de schade als gevolg van de brand in kaart te brengen. In een e-mailbericht van 21 augustus 2025 heeft registerexpert toedrachtonderzoek [naam2] aan de advocaat van [geïntimeerde] geschreven:
“De opgaven zoals afgelopen dinsdag met [bedrijf1] gedeeld sluiten op bedragen van € 201.480 voor [naam1] en € 368.840 voor [naam3] . Nu deze bedragen ver boven het bedrag van € 25.000 uitkomen, is het relevant om eveneens inzicht te ontvangen in de cessie. Graag ontvangen wij dan ook een kopie van de akte van cessie, zodat duidelijk is welke partij de cessionaris is en onder welke voorwaarden de cessie heeft plaatsgevonden.”




3.7.

[naam3] is de zoon van [naam1] . [naam3] is directeur/grootaandeelhouder van [bedrijf2] B.V. Deze vennootschap is op 7 februari 2023 failliet verklaard. Het in de schuur aanwezige materiaal dat als gevolg van de brand verloren is gegaan, was geen eigendom van [naam1] , maar van [naam3] en/of [bedrijf2] B.V.



De exhibitievordering





3.8.
Artikel 195 Rv biedt een partij de mogelijkheid om de rechter te verzoeken de wederpartij te bevelen om inzage in bepaalde stukken te geven. De rechter toetst dit verzoek aan de voorwaarden uit artikel 194 Rv. Op grond van artikel 194 Rv heeft een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking recht op inzage in, afschrift of uittreksel van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft. Dit is anders als bij degene die over de verlangde gegevens beschikt, gewichtige redenen bestaan die zich tegen de gegevensverstrekking verzetten of die partij een beroep op een verschoningsrecht kan doen.



3.9.
Niet in geschil is dat tussen ASR en [geïntimeerde] een rechtsbetrekking bestaat. [geïntimeerde] is voor aansprakelijkheid als gevolg van de brand verzekerd bij ASR. [geïntimeerde] betwist niet dat hij over de akte(n) beschikt waarmee hij naar zijn eigen zeggen zijn vordering op ASR uit hoofde van de schadevordering van [naam1] op hem, boven de € 25.000, - heeft gecedeerd aan (een) derde(n). Wel is tussen partijen in geschil of ASR voldoende belang heeft bij de verlangde inzage.



3.10.

Op grond van artikel 3:94 lid 4 BW kunnen de personen tegen wie het geleverde vorderingsrecht moet worden uitgeoefend, verlangen dat hun een door de vervreemder gewaarmerkt uittreksel van de akte ter hand wordt gesteld. Dit om te voorkomen dat een schuldenaar (in dit geval ASR) niet bevrijdend betaalt aan een onbevoegde. ASR heeft recht op de door haar gevraagde afgifte en dus een voldoende belang.
Aan het vorenstaande doet niet af dat [geïntimeerde] op zich wel terecht heeft aangevoerd dat de bevoegdheid van de kantonrechter in hoger beroep niet meer ter discussie gesteld kan worden. Voor zover de niet in duidelijkheid uitmuntende eerste grief van ASR die bevoegdheid ter discussie stelt en die grief mede aan het inzageverzoek ten grondslag is gelegd, is dat onderdeel van de grondslag ontoereikend.




3.11.
Gewichtige redenen van de zijde van [geïntimeerde] die zich tegen de gegevensverstrekking verzetten, zijn het hof niet gebleken. Gelet op een en ander en mede gezien het in artikel 194 Rv neergelegde recht om in een geval als deze een afschrift te verlangen, heeft ASR voldoende recht en belang op een afschrift van de akte(n) van cessie.



De conclusie





3.12.
Het hof wijst de incidentele vordering toe, waarbij een termijn van veertien dagen het hof redelijk voorkomt. Het hof houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak.



3.13.
De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich volgens het roljournaal bevindt. Verder houdt het hof iedere beslissing aan.






4De beslissing


Het hof:




in het incident




4.1.
beveelt [geïntimeerde] om binnen veertien dagen na heden aan ASR te verstrekken (een) gewaarmerkte afschrift(en) van de akte(n) van cessie waarmee [geïntimeerde] het meerdere van zijn vordering boven de € 25.000 op ASR uit hoofde van de schadevordering van [naam1] op hem, aan (een) derde(n) heeft gecedeerd;



4.2.
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot hierover bij eindarrest zal worden beslist;



in de hoofdzaak in hoger beroep





4.3.
bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich volgens het roljournaal bevindt;



4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.



Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, W.F. Boele en P.S. Bakker, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.