Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2026:1626
2026-03-17
Civiel recht
200.350.656/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHARL:2026:1626 → ECLI:NL:RBNNE:2024:5084
Inhoudsindicatie
Heeft detacheringsbureau recht op vergoeding als een bedrijf een werknemer aantrekt die eerder door het detacheringsbureau voor een andere functie was aangedragen? Was er een opdracht? Is onrechtmatig gehandeld? Hof wijst net als rechtbank vordering van detacheringsbureau af.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBNNE:2024:5084 Rechtbank Noord-Nederland 11-12-2024
- ECLI:NL:HR:2022:853 Hoge Raad 10-06-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (21.544 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.350.656/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen C/18/234339
arrest van 17 maart 2026
in de zaak van
Technisi B.V.,
die is gevestigd in Groningen,
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als eisende partij,
hierna: Technisi,
advocaat: mr. E.Tj. van Dalen te Groningen,
tegen
Equans Noord-Nederland B.V.,
die is gevestigd in Roden
en bij de rechtbank optrad als gedaagde partij,
hierna: Equans,
advocaat: mr. K.L. Maes te Utrecht.
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
1.1
Technisi heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, op 11 december 2024 tussen partijen heeft uitgesproken (hierna: het vonnis). Naar aanleiding van het arrest van 2 september 2025 heeft op 15 januari 2026 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft Technisi een productie toegezonden die aan het procesdossier is toegevoegd. Van de mondelinge behandeling is een verslag gemaakt dat ook aan het procesdossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Partijen hebben het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.
2De kern van de zaak
2.1
Na een telefoongesprek heeft het uitzendbureau Technisi aan Equans een curriculum vitae (c.v.) toegezonden van een kandidaat-arbeidskracht. Equans heeft laten weten er voorlopig vanaf te zien die aangedragen kandidaat voor een gesprek uit te nodigen. Enkele maanden later heeft die kandidaat op een vacature bij Equans gesolliciteerd en is hij aangenomen. Technisi is van mening dat Equans de kandidaat niet buiten haar om had mogen aannemen en maakt aanspraak op een (schade)vergoeding. Equans vindt dat iedere rechtsgrond voor een (schade)vergoeding ontbreekt.
2.2
Technisi heeft bij de rechtbank gevorderd Equans te veroordelen tot betaling van
€ 35.604,25, aan (schade)vergoeding, vermeerderd met wettelijke handelsrente;
€ 1.158,- aan buitengerechtelijke incassokosten, met wettelijke rente;
de proceskosten.
2.3
De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen.
2.4
Technisi wil met het hoger beroep dat het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en dat de gevorderde (schade)vergoeding met wettelijke rente alsnog wordt toegewezen.
2.5
Het hof is het met de beslissing van de rechtbank eens en wijst het hoger beroep van Technisi af. Na de feiten te hebben weergeven, zal het hof de redenen geven die tot deze beslissing hebben geleid.
3De relevante feiten
3.1
Technisi is in 2021 opgericht en exploiteert een onderneming op het gebied van uitzending en detachering van technische professionals.
3.2
Technisi hanteert voor haar diensten algemene voorwaarden. In artikel 3 is omschreven wanneer de algemene voorwaarden van toepassing zijn. In deze bepaling is onder meer opgenomen:
“1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere aanbieding van de onderneming aan, en op iedere inleenovereenkomst tussen, de onderneming en de opdrachtgever waarop de onderneming deze voorwaarden van toepassing heeft verklaard, (…).
2. De opdrachtgever met wie eenmaal op deze voorwaarden is gecontracteerd, wordt geacht stilzwijgend met de toepasselijkheid daarvan op een later met de onderneming gesloten inleenovereenkomst in te stemmen.
3. Alle aanbiedingen, ongeacht de wijze waarop deze zijn gedaan, zijn vrijblijvend.
(…)”
Artikel 12 van de algemene voorwaarden heeft als onderwerp “verbod indienstneming of overname werknemer”. In het negende lid (12.9) is opgenomen:
“Indien door tussenkomst van Technisi een Werknemer aan een (mogelijke) opdrachtgever is voorgesteld c.q. met de mogelijke opdrachtgever in contact komt en die mogelijke opdrachtgever met die Werknemer binnen 12 maanden een rechtstreekse arbeidsverhouding aangaat voordat de opdracht tot stand komt, dient de opdrachtgever de onderneming daarvan onverwijld, schriftelijk in kennis te stellen. De (mogelijke) opdrachtgever is dan aan de onderneming een vergoeding verschuldigd als volgt. Die vergoeding beloopt 25% van de vergoeding, dat voor de betrokken Werknemer gelet op diens uit te oefenen functie en arbeidstijd en dergelijke van toepassing zou zijn geweest indien de opdracht tot stand zou zijn gekomen, over 2.000 gewerkte uren lopende vanaf de aanvang van de rechtstreekse arbeidsverhouding dan wel verbeurt hij aan de onderneming een direct opeisbare en niet voor rechterlijke matiging vatbare boete van € 5.000 per overtreding, alsmede een boete van € 500 voor ieder dag dat de overtreding voortduurt. Partijen zullen na kennisgeving in overleg treden ten einde de wens van de opdrachtgever te bespreken. Bij toestemming van de onderneming moet de opdrachtgever in elk geval een nader te bepalen bedrag aan de onderneming voldoen.”
3.3
Equans is een internationaal opererend bedrijf dat zich richt op de technische dienstverlening.
3.4
Eind oktober 2022 heeft Technisi telefonisch contact opgenomen met Equans en [naam1] (hierna: [naam1] ) als kandidaat voor de functie van (service)monteur WTB voorgesteld. Vervolgens heeft Technisi op 28 oktober 2022 aan Equans het c.v. van [naam1] toegestuurd en in de begeleidende e-mail onder meer gemeld:
“(…) Wanneer u aangeeft graag in contact te willen komen met onze kandidaten, gaat u akkoord met onze algemene voorwaarden, die u bijgaand aantreft en die u ook kunt lezen en kunt downloaden (…). Het is uiteraard niet de bedoeling dat u rechtstreeks een relatie aangaat met onze kandidaten.”
3.5
Equans heeft [naam1] uitgenodigd voor een gesprek, welk gesprek op 9 november 2022 heeft plaatsgevonden. Dit gesprek heeft niet geleid tot een dienstverband of detachering van [naam1] bij Equans.
3.6
Ruim twee weken later heeft Technisi weer met Equans telefonisch contact opgenomen en bij e-mail van 24 november 2022 aan Equans - opnieuw voor de functie van (service)monteur WTB - het c.v. van [naam2] (hierna: [naam2] ) toegestuurd. In deze e-mail is dezelfde passage over de algemene voorwaarden opgenomen als in de eerdere e-mail betreffende kandidaat [naam1] .
3.7
Op 29 november 2022 heeft Technisi bij e-mail aan Equans gevraagd of al iets bekend is over de kandidaat [naam2] . Equans heeft diezelfde dag bij e-mail geantwoord: “Voorlopig zien we nog even af van een gesprek”.
3.8
[naam2] heeft op 13 maart 2023 (rechtstreeks) gesolliciteerd op een vacature voor de functie (Aankomend) Rotating Technicus bij Equans. Equans heeft hem daarop voor een gesprek op 20 maart 2023 uitgenodigd. [naam2] is aangenomen.
3.9
[naam2] , die via tussenkomst van Technisi bij een ander bedrijf werkzaam was, heeft de overeenkomst met Technisi tegen 1 juni 2023 opgezegd.
3.10
Technisi heeft Equans bij e-mail van 6 april 2023 laten weten te hebben begrepen dat [naam2] zonder haar tussenkomst binnenkort een arbeidsovereenkomst bij Equans gaat ondertekenen. Technisi meldt:
“Wij vinden het wel zo netjes als dit gaat verlopen via Technisi. Ik wil je dan ook vragen om dit te bespreken met [naam2] en de betrokken personen voordat hij zijn contract gaat ondertekenen bij Equans. Vervolgens kunnen we het administratief met elkaar afhandelen. (…)”
3.11
[naam2] heeft op 17 april 2023 de arbeidsovereenkomst met Equans getekend en is op 1 juni 2023 bij Equans in dienst getreden.
3.12
Equans is niet ingegaan op de uitnodiging van Technisi voor een gesprek, waarna Technisi bij e-mail van 5 juni 2023 heeft laten weten dat Equans “dan (…) wel gewoon” gaat “betalen”. Technisi heeft op basis van artikel 12.9 van de algemene voorwaarden het door Equans te betalen bedrag berekend op € 35.604,25 en daarvoor een factuur gestuurd. Equans heeft ondanks meerdere sommaties de factuur onbetaald gelaten.
4De toelichting op de beslissing van het hof
Omvang appel
4.1
In hoger beroep heeft Technisi in het petitum van de memorie van grieven dezelfde vorderingen geformuleerd als bij de rechtbank. Er is echter geen grief geformuleerd tegen de afwijzing door de rechtbank van de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten. Ter zitting heeft Technisi ook verklaard deze vordering niet langer te handhaven. Voorts heeft Technisi ter zitting verklaard ook niet meer de wettelijke handelsrente over de (schade)vergoeding te vorderen. Over dat bedrag wordt de wettelijke rente gevorderd.
4.2
Technisi is gerechtigd haar eis te verminderen. Equans heeft daartegen ook geen bezwaar gemaakt. Het hof zal op de verminderde eis beslissen.
4.3
Technisi heeft vier grieven tegen het vonnis van de rechtbank geformuleerd. Bij de beoordeling van de grieven stelt het hof voorop dat niet is gegriefd tegen het oordeel van de rechtbank in rechtsoverweging 4.6 van het vonnis dat de algemene voorwaarden ten aanzien van de kandidaat [naam1] tussen partijen als aanvaard hebben te gelden. Equans heeft ter zitting ook verklaard dat dit oordeel van de rechtbank volgens haar klopt. Het hof zal daarvan uitgaan. De grieven worden hierna thematisch behandeld.
Geen (vervolg)opdracht
4.4
Technisi betoogt allereerst dat Equans aan haar de opdracht heeft gegeven voor de functie (service)monteur WTB kandidaten aan te dragen. Aan de opdracht heeft Technisi met het voordragen van kandidaat [naam1] uitvoering gegeven. Volgens Technisi is niet in geschil dat de algemene voorwaarden op deze dienst van Technisi van toepassing zijn. Toen [naam1] werd afgewezen, heeft Technisi kandidaat [naam2] voorgedragen. Dit paste in de gegeven opdracht, althans was volgens Technisi een door Equans gegeven vervolgopdracht, zodat de algemene voorwaarden van Technisi van toepassing bleven.
4.5
Equans heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zo was er bij Equans geen vacature voor een (service)monteur WTB en is aan Technisi ook geen (vervolg)opdracht gegeven kandidaat arbeidskrachten aan haar voor te dragen.
4.6
Het hof stelt vast dat er in ieder geval geen schriftelijke overeenkomst van opdracht tussen Equans en Technisi is.
4.7
Uit wat partijen hebben verklaard en aan stukken hebben overgelegd, leidt het hof af dat de feitelijke gang van zaken als volgt is geweest.
Technisi heeft het initiatief genomen voor het telefonisch contact met Equans en aandacht gevraagd voor [naam1] als service(monteur) WTB. In het telefonisch contact is afgesproken dat Technisi het c.v. van [naam1] zou toesturen. Dat heeft Technisi gedaan en in de begeleidende e-mail opgemerkt dat als Equans contact zoekt met [naam1] Equans akkoord gaat met de algemene voorwaarden van Technisi. Equans heeft dat contact met [naam1] gezocht door hem uit te nodigen voor een gesprek. Vervolgens achtte Equans [naam1] niet geschikt en is hij afgewezen. Equans heeft verklaard dat gelet op de tekst in de e-mail, waarin Technisi [naam1] heeft aangeboden, zij voor dit specifieke geval ( [naam1] ) de algemene voorwaarden van Technisi heeft aanvaard.
Ongeveer twee weken later heeft Technisi opnieuw het initiatief genomen voor een telefonisch contact met Equans en aandacht gevraagd voor [naam2] als service(monteur) WTB. Ook dat telefonisch contact heeft ertoe geleid dat Technisi het c.v. van [naam2] aan Equans heeft toegezonden. In de begeleidende e-mail van 24 november 2022 heeft Technisi niet gesteld dat, gelet op het eerdere contact over [naam1] , haar algemene voorwaarden van toepassing zijn. In die brief heeft Technisi opnieuw verklaard dat als Equans met – in dit geval – [naam2] in contact wilde komen, de algemene voorwaarden van Technisi van toepassing zijn. Equans heeft enkele dagen later laten weten voorlopig niet in [naam2] geïnteresseerd te zijn en dus ook niet met hem in contact wilde komen.
4.8
Gezien die feitelijke gang van zaken ontbreekt naar het oordeel van het hof een feitelijke grondslag voor het aannemen van een opdracht van Equans aan Technisi om kandidaten voor de functie van (service)monteur WTB aan te dragen of, na de afwijzing van kandidaat [naam1] , een nieuwe kandidaat voor die functie voor te stellen. Zo is zowel in het geval [naam1] als in het geval [naam2] het initiatief voor het contact van Technisi uitgegaan. In de tekst van de e-mail die Technisi na dat telefonisch contact aan Equans heeft gezonden ontbreekt een passage waaruit die door Technisi gestelde opdracht blijkt. In de bewoordingen van de e-mail van 24 november 2022 zijn geen aanknopingspunten te vinden dat de door Technisi gestelde vervolgopdracht is gegeven nadat kandidaat [naam1] door Equans was afgewezen. In de e-mail wordt zelfs gesteld dat alleen in het geval Equans met [naam2] contact wil de algemene voorwaarden van Technisi van toepassing zijn.
4.9
Technisi bepleit een (zeer) ruime uitleg van “contact” door daaronder ook te laten verstaan het toezenden van contactgegevens en werkverleden van de voorgedragen kandidaat. Die ruime uitleg blijkt niet uit de bewoordingen van de e-mail van 24 november 2022 en Technisi heeft ook geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat Equans die ruime uitleg aan ‘contact’ toekende dan wel redelijkerwijs aan toe moest kennen en/of Technisi er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat Equans van die ruime uitleg uitging.
Ook de algemene voorwaarden geven steun aan de opvatting van Equans dat in het geval van [naam2] geen sprake was van een (vervolg)opdracht waarop de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Zo is het voordragen van [naam2] (hooguit) als een aanbieding te beschouwen en zijn op grond van artikel 3.3 aanbiedingen vrijblijvend. Voorts zijn op grond van 3.1 de algemene voorwaarden alleen van toepassing als Technisi de algemene voorwaarden van toepassing heeft verklaard of – mede op basis van artikel 3.2 – een inleenovereenkomst tussen partijen tot stand komt. In de e-mail, waarin Technisi [naam2] heeft aangeboden, zijn de algemene voorwaarden alleen van toepassing verklaard als Equans contact met [naam2] wil en daar heeft Equans desgevraagd toen van afgezien. Verder is een inleenovereenkomst niet tot stand gekomen.
4.10
Het contact dat enige maanden later in maart 2023 tussen [naam2] en Equans tot stand is gekomen, leidt evenmin tot (het alsnog) van toepassing zijn van de algemene voorwaarden (op kennelijk een eerst dan tot stand komen van een overeenkomst met betrekking tot [naam2] ). Equans heeft toereikend onderbouwd dat dit contact op initiatief van [naam2] tot stand is gekomen op basis van een advertentie op de website van Equans. [naam2] solliciteerde naar die functie. Niet in geschil is dat dit [naam2] vrij stond. Enige feitelijke aanknopingspunten dat Equans [naam2] zou hebben bewogen op die advertentie te solliciteren zijn niet gesteld of gebleken. Bovendien betrof het een andere functie dan de functie waarvoor Technisi [naam2] had aangeboden.
4.11
De hiervoor geschetste feitelijke gang van zaken past in de door Technisi overgelegde verklaring van haar medewerker [naam3] , neergelegd in zijn e-mail van 23 december 2025, zodat die verklaring niet tot een ander oordeel kan leiden. Equans heeft weliswaar aangeboden [naam3] als getuige te horen, maar heeft niet verklaard wat [naam3] meer of anders zou verklaren. Onder deze omstandigheden is er geen reden Technisi tot bewijslevering toe te laten.
Geen onrechtmatig handelen
4.12
Technisi heeft aan haar vordering tot schadevergoeding (meer) subsidiair ten grondslag gelegd dat Equans onrechtmatig tegenover haar heeft gehandeld. Volgens Technisi heeft Equans geprofiteerd van haar kennis en tijd met betrekking tot de aangedragen kandidaat [naam2] door zonder enige vergoeding aan Technisi te betalen [naam2] binnen een jaar na de gekregen c.v. van [naam2] hem buiten Technisi om in dienst te nemen. Technisi betoogt dat na de toezending van de c.v. [naam2] voor Equans voor de duur van een jaar ‘besmet’ was.
4.13
Het hof is van oordeel dat van onrechtmatig handelen van Equans geen sprake is geweest. Voor dat oordeel betrekt het hof in het bijzonder de volgende feiten en omstandigheden.
Allereerst is Technisi een professionele dienstverlener. Technisi heeft als werkwijze gekozen
het c.v. van [naam2] (in hoge mate ongevraagd) aan Equans toe te zenden met de mededeling dat de algemene voorwaarden van Technisi pas van toepassing zijn - en kennelijk pas een overeenkomst tot stand komt - als Equans met [naam2] in contact wil treden. Equans heeft van dat contact afgezien. Dat stond Equans vrij. Door op deze wijze in de markt te opereren, behoort het tot het bedrijfsrisico van Technisi dat kandidaten op andere wijze dan door een detacherings- of plaatsingsovereenkomst met Technisi bij een potentiële opdrachtgever in dienst kunnen worden genomen. Dat bedrijfsrisico had Technisi eenvoudig kunnen beperken door met Equans voorafgaand aan de toezending van het c.v. van [naam2] een overeenkomst te sluiten waarin de wederzijdse rechten en plichten worden vastgelegd voor het traject dat vooraf gaat aan het al dan niet tot stand komen van een detacherings- of plaatsingsovereenkomst. Dat is niet gebeurd.
Ten tweede heeft [naam2] enige maanden na de toezending van het c.v. bij Equans op een andere functie gesolliciteerd. Feitelijke omstandigheden waaruit zou kunnen blijken dat Equans [naam2] heeft bewogen bij haar te solliciteren zijn niet gesteld of gebleken. In het kader van die sollicitatie heeft [naam2] zijn persoonlijke gegevens verstrekt. Niet gesteld of gebleken is dat Technisi eerder meer of andere informatie over [naam2] heeft gegeven waarmee Equans haar voordeel heeft gedaan of kon doen.
Ten derde kan in gevallen als de onderhavige niet spoedig worden aangenomen dat een werkgever tegenover een uitzend-/detacheringsbureau onrechtmatig handelt doordat dit indirect de rechten en verplichtingen van arbeidskrachten op basis van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) zou kunnen beperken.
De conclusie
4.14
Het hoger beroep slaagt niet. Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. Omdat Technisi in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Technisi tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.
4.15
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).
5De beslissing
Het hof:
5.1
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 11 december 2024;
5.2
veroordeelt Technisi tot betaling van de volgende proceskosten van Equans:
€ 2.255,- aan griffierecht
€ 3.340,- aan salaris van de advocaat van Equans (2 procespunten x tarief III)
5.3
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
5.4
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
5.5
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs D.H. de Witte, W.F. Boele en C.P. Lunter, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
17 maart 2026.
ECLI:NL:RBNNE:2024:5084.
Grieven 1 en 2.
Grief 3.
Grief 4.
HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.350.656/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen C/18/234339
arrest van 17 maart 2026
in de zaak van
Technisi B.V.,
die is gevestigd in Groningen,
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als eisende partij,
hierna: Technisi,
advocaat: mr. E.Tj. van Dalen te Groningen,
tegen
Equans Noord-Nederland B.V.,
die is gevestigd in Roden
en bij de rechtbank optrad als gedaagde partij,
hierna: Equans,
advocaat: mr. K.L. Maes te Utrecht.
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
1.1
Technisi heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, op 11 december 2024 tussen partijen heeft uitgesproken (hierna: het vonnis). Naar aanleiding van het arrest van 2 september 2025 heeft op 15 januari 2026 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft Technisi een productie toegezonden die aan het procesdossier is toegevoegd. Van de mondelinge behandeling is een verslag gemaakt dat ook aan het procesdossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Partijen hebben het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.
2De kern van de zaak
2.1
Na een telefoongesprek heeft het uitzendbureau Technisi aan Equans een curriculum vitae (c.v.) toegezonden van een kandidaat-arbeidskracht. Equans heeft laten weten er voorlopig vanaf te zien die aangedragen kandidaat voor een gesprek uit te nodigen. Enkele maanden later heeft die kandidaat op een vacature bij Equans gesolliciteerd en is hij aangenomen. Technisi is van mening dat Equans de kandidaat niet buiten haar om had mogen aannemen en maakt aanspraak op een (schade)vergoeding. Equans vindt dat iedere rechtsgrond voor een (schade)vergoeding ontbreekt.
2.2
Technisi heeft bij de rechtbank gevorderd Equans te veroordelen tot betaling van
€ 35.604,25, aan (schade)vergoeding, vermeerderd met wettelijke handelsrente;
€ 1.158,- aan buitengerechtelijke incassokosten, met wettelijke rente;
de proceskosten.
2.3
De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen.
2.4
Technisi wil met het hoger beroep dat het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en dat de gevorderde (schade)vergoeding met wettelijke rente alsnog wordt toegewezen.
2.5
Het hof is het met de beslissing van de rechtbank eens en wijst het hoger beroep van Technisi af. Na de feiten te hebben weergeven, zal het hof de redenen geven die tot deze beslissing hebben geleid.
3De relevante feiten
3.1
Technisi is in 2021 opgericht en exploiteert een onderneming op het gebied van uitzending en detachering van technische professionals.
3.2
Technisi hanteert voor haar diensten algemene voorwaarden. In artikel 3 is omschreven wanneer de algemene voorwaarden van toepassing zijn. In deze bepaling is onder meer opgenomen:
“1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere aanbieding van de onderneming aan, en op iedere inleenovereenkomst tussen, de onderneming en de opdrachtgever waarop de onderneming deze voorwaarden van toepassing heeft verklaard, (…).
2. De opdrachtgever met wie eenmaal op deze voorwaarden is gecontracteerd, wordt geacht stilzwijgend met de toepasselijkheid daarvan op een later met de onderneming gesloten inleenovereenkomst in te stemmen.
3. Alle aanbiedingen, ongeacht de wijze waarop deze zijn gedaan, zijn vrijblijvend.
(…)”
Artikel 12 van de algemene voorwaarden heeft als onderwerp “verbod indienstneming of overname werknemer”. In het negende lid (12.9) is opgenomen:
“Indien door tussenkomst van Technisi een Werknemer aan een (mogelijke) opdrachtgever is voorgesteld c.q. met de mogelijke opdrachtgever in contact komt en die mogelijke opdrachtgever met die Werknemer binnen 12 maanden een rechtstreekse arbeidsverhouding aangaat voordat de opdracht tot stand komt, dient de opdrachtgever de onderneming daarvan onverwijld, schriftelijk in kennis te stellen. De (mogelijke) opdrachtgever is dan aan de onderneming een vergoeding verschuldigd als volgt. Die vergoeding beloopt 25% van de vergoeding, dat voor de betrokken Werknemer gelet op diens uit te oefenen functie en arbeidstijd en dergelijke van toepassing zou zijn geweest indien de opdracht tot stand zou zijn gekomen, over 2.000 gewerkte uren lopende vanaf de aanvang van de rechtstreekse arbeidsverhouding dan wel verbeurt hij aan de onderneming een direct opeisbare en niet voor rechterlijke matiging vatbare boete van € 5.000 per overtreding, alsmede een boete van € 500 voor ieder dag dat de overtreding voortduurt. Partijen zullen na kennisgeving in overleg treden ten einde de wens van de opdrachtgever te bespreken. Bij toestemming van de onderneming moet de opdrachtgever in elk geval een nader te bepalen bedrag aan de onderneming voldoen.”
3.3
Equans is een internationaal opererend bedrijf dat zich richt op de technische dienstverlening.
3.4
Eind oktober 2022 heeft Technisi telefonisch contact opgenomen met Equans en [naam1] (hierna: [naam1] ) als kandidaat voor de functie van (service)monteur WTB voorgesteld. Vervolgens heeft Technisi op 28 oktober 2022 aan Equans het c.v. van [naam1] toegestuurd en in de begeleidende e-mail onder meer gemeld:
“(…) Wanneer u aangeeft graag in contact te willen komen met onze kandidaten, gaat u akkoord met onze algemene voorwaarden, die u bijgaand aantreft en die u ook kunt lezen en kunt downloaden (…). Het is uiteraard niet de bedoeling dat u rechtstreeks een relatie aangaat met onze kandidaten.”
3.5
Equans heeft [naam1] uitgenodigd voor een gesprek, welk gesprek op 9 november 2022 heeft plaatsgevonden. Dit gesprek heeft niet geleid tot een dienstverband of detachering van [naam1] bij Equans.
3.6
Ruim twee weken later heeft Technisi weer met Equans telefonisch contact opgenomen en bij e-mail van 24 november 2022 aan Equans - opnieuw voor de functie van (service)monteur WTB - het c.v. van [naam2] (hierna: [naam2] ) toegestuurd. In deze e-mail is dezelfde passage over de algemene voorwaarden opgenomen als in de eerdere e-mail betreffende kandidaat [naam1] .
3.7
Op 29 november 2022 heeft Technisi bij e-mail aan Equans gevraagd of al iets bekend is over de kandidaat [naam2] . Equans heeft diezelfde dag bij e-mail geantwoord: “Voorlopig zien we nog even af van een gesprek”.
3.8
[naam2] heeft op 13 maart 2023 (rechtstreeks) gesolliciteerd op een vacature voor de functie (Aankomend) Rotating Technicus bij Equans. Equans heeft hem daarop voor een gesprek op 20 maart 2023 uitgenodigd. [naam2] is aangenomen.
3.9
[naam2] , die via tussenkomst van Technisi bij een ander bedrijf werkzaam was, heeft de overeenkomst met Technisi tegen 1 juni 2023 opgezegd.
3.10
Technisi heeft Equans bij e-mail van 6 april 2023 laten weten te hebben begrepen dat [naam2] zonder haar tussenkomst binnenkort een arbeidsovereenkomst bij Equans gaat ondertekenen. Technisi meldt:
“Wij vinden het wel zo netjes als dit gaat verlopen via Technisi. Ik wil je dan ook vragen om dit te bespreken met [naam2] en de betrokken personen voordat hij zijn contract gaat ondertekenen bij Equans. Vervolgens kunnen we het administratief met elkaar afhandelen. (…)”
3.11
[naam2] heeft op 17 april 2023 de arbeidsovereenkomst met Equans getekend en is op 1 juni 2023 bij Equans in dienst getreden.
3.12
Equans is niet ingegaan op de uitnodiging van Technisi voor een gesprek, waarna Technisi bij e-mail van 5 juni 2023 heeft laten weten dat Equans “dan (…) wel gewoon” gaat “betalen”. Technisi heeft op basis van artikel 12.9 van de algemene voorwaarden het door Equans te betalen bedrag berekend op € 35.604,25 en daarvoor een factuur gestuurd. Equans heeft ondanks meerdere sommaties de factuur onbetaald gelaten.
4De toelichting op de beslissing van het hof
Omvang appel
4.1
In hoger beroep heeft Technisi in het petitum van de memorie van grieven dezelfde vorderingen geformuleerd als bij de rechtbank. Er is echter geen grief geformuleerd tegen de afwijzing door de rechtbank van de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten. Ter zitting heeft Technisi ook verklaard deze vordering niet langer te handhaven. Voorts heeft Technisi ter zitting verklaard ook niet meer de wettelijke handelsrente over de (schade)vergoeding te vorderen. Over dat bedrag wordt de wettelijke rente gevorderd.
4.2
Technisi is gerechtigd haar eis te verminderen. Equans heeft daartegen ook geen bezwaar gemaakt. Het hof zal op de verminderde eis beslissen.
4.3
Technisi heeft vier grieven tegen het vonnis van de rechtbank geformuleerd. Bij de beoordeling van de grieven stelt het hof voorop dat niet is gegriefd tegen het oordeel van de rechtbank in rechtsoverweging 4.6 van het vonnis dat de algemene voorwaarden ten aanzien van de kandidaat [naam1] tussen partijen als aanvaard hebben te gelden. Equans heeft ter zitting ook verklaard dat dit oordeel van de rechtbank volgens haar klopt. Het hof zal daarvan uitgaan. De grieven worden hierna thematisch behandeld.
Geen (vervolg)opdracht
4.4
Technisi betoogt allereerst dat Equans aan haar de opdracht heeft gegeven voor de functie (service)monteur WTB kandidaten aan te dragen. Aan de opdracht heeft Technisi met het voordragen van kandidaat [naam1] uitvoering gegeven. Volgens Technisi is niet in geschil dat de algemene voorwaarden op deze dienst van Technisi van toepassing zijn. Toen [naam1] werd afgewezen, heeft Technisi kandidaat [naam2] voorgedragen. Dit paste in de gegeven opdracht, althans was volgens Technisi een door Equans gegeven vervolgopdracht, zodat de algemene voorwaarden van Technisi van toepassing bleven.
4.5
Equans heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zo was er bij Equans geen vacature voor een (service)monteur WTB en is aan Technisi ook geen (vervolg)opdracht gegeven kandidaat arbeidskrachten aan haar voor te dragen.
4.6
Het hof stelt vast dat er in ieder geval geen schriftelijke overeenkomst van opdracht tussen Equans en Technisi is.
4.7
Uit wat partijen hebben verklaard en aan stukken hebben overgelegd, leidt het hof af dat de feitelijke gang van zaken als volgt is geweest.
Technisi heeft het initiatief genomen voor het telefonisch contact met Equans en aandacht gevraagd voor [naam1] als service(monteur) WTB. In het telefonisch contact is afgesproken dat Technisi het c.v. van [naam1] zou toesturen. Dat heeft Technisi gedaan en in de begeleidende e-mail opgemerkt dat als Equans contact zoekt met [naam1] Equans akkoord gaat met de algemene voorwaarden van Technisi. Equans heeft dat contact met [naam1] gezocht door hem uit te nodigen voor een gesprek. Vervolgens achtte Equans [naam1] niet geschikt en is hij afgewezen. Equans heeft verklaard dat gelet op de tekst in de e-mail, waarin Technisi [naam1] heeft aangeboden, zij voor dit specifieke geval ( [naam1] ) de algemene voorwaarden van Technisi heeft aanvaard.
Ongeveer twee weken later heeft Technisi opnieuw het initiatief genomen voor een telefonisch contact met Equans en aandacht gevraagd voor [naam2] als service(monteur) WTB. Ook dat telefonisch contact heeft ertoe geleid dat Technisi het c.v. van [naam2] aan Equans heeft toegezonden. In de begeleidende e-mail van 24 november 2022 heeft Technisi niet gesteld dat, gelet op het eerdere contact over [naam1] , haar algemene voorwaarden van toepassing zijn. In die brief heeft Technisi opnieuw verklaard dat als Equans met – in dit geval – [naam2] in contact wilde komen, de algemene voorwaarden van Technisi van toepassing zijn. Equans heeft enkele dagen later laten weten voorlopig niet in [naam2] geïnteresseerd te zijn en dus ook niet met hem in contact wilde komen.
4.8
Gezien die feitelijke gang van zaken ontbreekt naar het oordeel van het hof een feitelijke grondslag voor het aannemen van een opdracht van Equans aan Technisi om kandidaten voor de functie van (service)monteur WTB aan te dragen of, na de afwijzing van kandidaat [naam1] , een nieuwe kandidaat voor die functie voor te stellen. Zo is zowel in het geval [naam1] als in het geval [naam2] het initiatief voor het contact van Technisi uitgegaan. In de tekst van de e-mail die Technisi na dat telefonisch contact aan Equans heeft gezonden ontbreekt een passage waaruit die door Technisi gestelde opdracht blijkt. In de bewoordingen van de e-mail van 24 november 2022 zijn geen aanknopingspunten te vinden dat de door Technisi gestelde vervolgopdracht is gegeven nadat kandidaat [naam1] door Equans was afgewezen. In de e-mail wordt zelfs gesteld dat alleen in het geval Equans met [naam2] contact wil de algemene voorwaarden van Technisi van toepassing zijn.
4.9
Technisi bepleit een (zeer) ruime uitleg van “contact” door daaronder ook te laten verstaan het toezenden van contactgegevens en werkverleden van de voorgedragen kandidaat. Die ruime uitleg blijkt niet uit de bewoordingen van de e-mail van 24 november 2022 en Technisi heeft ook geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat Equans die ruime uitleg aan ‘contact’ toekende dan wel redelijkerwijs aan toe moest kennen en/of Technisi er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat Equans van die ruime uitleg uitging.
Ook de algemene voorwaarden geven steun aan de opvatting van Equans dat in het geval van [naam2] geen sprake was van een (vervolg)opdracht waarop de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Zo is het voordragen van [naam2] (hooguit) als een aanbieding te beschouwen en zijn op grond van artikel 3.3 aanbiedingen vrijblijvend. Voorts zijn op grond van 3.1 de algemene voorwaarden alleen van toepassing als Technisi de algemene voorwaarden van toepassing heeft verklaard of – mede op basis van artikel 3.2 – een inleenovereenkomst tussen partijen tot stand komt. In de e-mail, waarin Technisi [naam2] heeft aangeboden, zijn de algemene voorwaarden alleen van toepassing verklaard als Equans contact met [naam2] wil en daar heeft Equans desgevraagd toen van afgezien. Verder is een inleenovereenkomst niet tot stand gekomen.
4.10
Het contact dat enige maanden later in maart 2023 tussen [naam2] en Equans tot stand is gekomen, leidt evenmin tot (het alsnog) van toepassing zijn van de algemene voorwaarden (op kennelijk een eerst dan tot stand komen van een overeenkomst met betrekking tot [naam2] ). Equans heeft toereikend onderbouwd dat dit contact op initiatief van [naam2] tot stand is gekomen op basis van een advertentie op de website van Equans. [naam2] solliciteerde naar die functie. Niet in geschil is dat dit [naam2] vrij stond. Enige feitelijke aanknopingspunten dat Equans [naam2] zou hebben bewogen op die advertentie te solliciteren zijn niet gesteld of gebleken. Bovendien betrof het een andere functie dan de functie waarvoor Technisi [naam2] had aangeboden.
4.11
De hiervoor geschetste feitelijke gang van zaken past in de door Technisi overgelegde verklaring van haar medewerker [naam3] , neergelegd in zijn e-mail van 23 december 2025, zodat die verklaring niet tot een ander oordeel kan leiden. Equans heeft weliswaar aangeboden [naam3] als getuige te horen, maar heeft niet verklaard wat [naam3] meer of anders zou verklaren. Onder deze omstandigheden is er geen reden Technisi tot bewijslevering toe te laten.
Geen onrechtmatig handelen
4.12
Technisi heeft aan haar vordering tot schadevergoeding (meer) subsidiair ten grondslag gelegd dat Equans onrechtmatig tegenover haar heeft gehandeld. Volgens Technisi heeft Equans geprofiteerd van haar kennis en tijd met betrekking tot de aangedragen kandidaat [naam2] door zonder enige vergoeding aan Technisi te betalen [naam2] binnen een jaar na de gekregen c.v. van [naam2] hem buiten Technisi om in dienst te nemen. Technisi betoogt dat na de toezending van de c.v. [naam2] voor Equans voor de duur van een jaar ‘besmet’ was.
4.13
Het hof is van oordeel dat van onrechtmatig handelen van Equans geen sprake is geweest. Voor dat oordeel betrekt het hof in het bijzonder de volgende feiten en omstandigheden.
Allereerst is Technisi een professionele dienstverlener. Technisi heeft als werkwijze gekozen
het c.v. van [naam2] (in hoge mate ongevraagd) aan Equans toe te zenden met de mededeling dat de algemene voorwaarden van Technisi pas van toepassing zijn - en kennelijk pas een overeenkomst tot stand komt - als Equans met [naam2] in contact wil treden. Equans heeft van dat contact afgezien. Dat stond Equans vrij. Door op deze wijze in de markt te opereren, behoort het tot het bedrijfsrisico van Technisi dat kandidaten op andere wijze dan door een detacherings- of plaatsingsovereenkomst met Technisi bij een potentiële opdrachtgever in dienst kunnen worden genomen. Dat bedrijfsrisico had Technisi eenvoudig kunnen beperken door met Equans voorafgaand aan de toezending van het c.v. van [naam2] een overeenkomst te sluiten waarin de wederzijdse rechten en plichten worden vastgelegd voor het traject dat vooraf gaat aan het al dan niet tot stand komen van een detacherings- of plaatsingsovereenkomst. Dat is niet gebeurd.
Ten tweede heeft [naam2] enige maanden na de toezending van het c.v. bij Equans op een andere functie gesolliciteerd. Feitelijke omstandigheden waaruit zou kunnen blijken dat Equans [naam2] heeft bewogen bij haar te solliciteren zijn niet gesteld of gebleken. In het kader van die sollicitatie heeft [naam2] zijn persoonlijke gegevens verstrekt. Niet gesteld of gebleken is dat Technisi eerder meer of andere informatie over [naam2] heeft gegeven waarmee Equans haar voordeel heeft gedaan of kon doen.
Ten derde kan in gevallen als de onderhavige niet spoedig worden aangenomen dat een werkgever tegenover een uitzend-/detacheringsbureau onrechtmatig handelt doordat dit indirect de rechten en verplichtingen van arbeidskrachten op basis van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) zou kunnen beperken.
De conclusie
4.14
Het hoger beroep slaagt niet. Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. Omdat Technisi in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Technisi tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.
4.15
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).
5De beslissing
Het hof:
5.1
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 11 december 2024;
5.2
veroordeelt Technisi tot betaling van de volgende proceskosten van Equans:
€ 2.255,- aan griffierecht
€ 3.340,- aan salaris van de advocaat van Equans (2 procespunten x tarief III)
5.3
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
5.4
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
5.5
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs D.H. de Witte, W.F. Boele en C.P. Lunter, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
17 maart 2026.
ECLI:NL:RBNNE:2024:5084.
Grieven 1 en 2.
Grief 3.
Grief 4.
HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.