Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2024:884

2024-02-06 Civiel recht 200.327.347
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2024-02-06
Publicatiedatum
2024-02-06
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.327.347
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Opvragen processtukken bij een procespartij. Niet gebleken dat verandering van eis in hoger beroep op tijd kenbaar is gemaakt aan wederpartij, tegen wie verstek is verleend. Art. 22 Rv. Art. 353 lid 1 Rv. Art. 130 lid 3 Rv.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.091 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN




locatie Arnhem, afdeling civiel



zaaknummer gerechtshof 200.327.347
zaaknummer rechtbank Gelderland C/05/402822




arrest van 6 februari 2024




in de zaak van




ASR Schadeverzekering N.V.

die is gevestigd in Utrecht
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als eiseres in conventie en verweerster in reconventie
hierna: ASR
advocaat: mr. W. Knoester



tegen





[geïntimeerde]


die woont in [woonplaats1]
die bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie en eiser in reconventie
hierna: [geïntimeerde]
niet verschenen.






1Het verloop van de procedure in hoger beroep


1.1.
ASR heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, op 8 maart 2023 tussen partijen heeft uitgesproken. ASR heeft [geïntimeerde] op 17 mei 2023 gedagvaard om te verschijnen op de zitting van dit hof van 30 mei 2023. [geïntimeerde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Het hof heeft, zoals dat heet, verstek tegen [geïntimeerde] verleend.



1.2.
Vervolgens heeft ASR de memorie van grieven en de stukken van de procedure aan het hof gegeven. Daarna heeft het hof bepaald dat het hof uitspraak zal doen met een arrest.





2De redenen voor de beslissing


2.1.
Bij de stukken van de procedure die ASR aan het hof heeft verstrekt, ontbreken een aantal stukken. Het gaat om de volgende stukken die in het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 1 december 2022 bij de rechtbank zijn genoemd:


de spreekaantekeningen van mr. Van Dijk


de aantekeningen van de griffier.


Het hof heeft die stukken nodig voordat het verder kan beslissen. Het hof zal daarom bepalen dat ASR die stukken alsnog aan het hof moet verstrekken. Voor zover ASR die stukken niet heeft, kan zij deze opvragen bij de rechtbank of [geïntimeerde] dan wel diens toenmalige advocaat.



2.2.
Zowel ASR als de rechtbank gaat in op de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek van het Verbond Van Verzekeraars (hierna: de Gedragscode). Het hof heeft de Gedragscode niet gevonden tussen de stukken van de procedure. Het hof zal bepalen dat ASR dit stuk aan het hof moet geven, op grond van artikel 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).



2.3.
Het hof constateert dat de eis van ASR die is genoemd in de memorie van grieven anders is dan de eis die ASR in de procedure bij de rechtbank heeft ingesteld, waarnaar in de dagvaarding van 17 mei 2023 wordt verwezen. ASR heeft haar eis dus veranderd in hoger beroep. Omdat uit de stukken van de procedure niet is gebleken dat ASR die verandering van eis op tijd aan [geïntimeerde] kenbaar heeft gemaakt met een zogenoemd exploot, zal het hof uitgaan van de eis van ASR zoals die bij de rechtbank is ingesteld (op grond van artikel 353 lid 1 Rv gelezen in verband met artikel 130 lid 3 Rv).



2.4.
Verder zal het hof iedere beslissing aanhouden.





3De beslissing


Het hof:



3.1.
bepaalt dat ASR op de roldatum 5 maart 2024 aan het hof moet verstrekken de hiervoor genoemde:



spreekaantekeningen van mr. Van Dijk


aantekeningen van de griffier


Gedragscode





3.2.
houdt verder iedere beslissing aan.



Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, J. Sap en V. van der Kuil en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2024.