Verzekeringsrecht. Brandstichting. Merkelijke schuld als bedoeld in art. 294 (oud) K. Misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen verzekerde door aanspannen procedure tegen verzekeraar? Maatstaf; HR 29 juni 2007, LJN BA3516, NJ 2007/353. Terughoudendheid. Omstandigheid dat brand is gesticht in
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 130 Rv
Genoemd in 2.052 uitspraken · Officiële wettekst
2.052 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
Goederenrecht, (appel)procesrecht. Revindicatie schilderij. Vervolg van HR 14 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0462, NJ 2009/137. Vermeerdering van eis na cassatie en verwijzing; tweeconclusieregel; toelaatbaarheid herhaalde eiswijziging nadat deze eerder niet was toegelaten; art. 130 Rv; rechtsmidd
Procesrecht. Recht op mondelinge behandeling, art. 134 Rv en art. 6 EVRM. Belang dat uitspraak wordt gewezen door rechter(s) ten overstaan van wie de mondelinge behandeling plaatsvond. Procedure bij vervanging van rechter(s) na mondelinge behandeling: kennisgeving door gerecht; mogelijkheid nadere m
Contractenrecht. Procesrecht. Opzegging duurovereenkomst voor onbepaalde tijd; maatstaf; eisen van redelijkheid en billijkheid. Wijziging (grondslag) eis bij pleidooi; twee-conclusie-regel; grenzen rechtsstrijd. Art. 24, 347 Rv.
Verbintenissenrecht. Procesrecht. Uitleg samenwerkingsovereenkomst. Draagt de afwijzing van de op primaire grondslag gebaseerde vordering (wanprestatie) ook de afwijzing van de subsidiaire grondslagen (onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking)? Onmiddellijkheidsbeginsel. Rechterswisselin
22 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/176HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiseres 1], en 2. [eiser 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n ABN AMRO BANK N.V., voorzoveel mogelijk en nodig tevens in haar ho
Contractenrecht; procesrecht. Uitleg overeenkomst. Voldoende gesteld voor toewijzing schadevorderingen? Kan eiser voor het eerst in hoger beroep als lasthebber van een derde (op grond van cessie ter incasso) optreden en de vordering van de derde instellen?
Procesrecht. Internationale arbitrage. Verdrag inzake het Energiehandvest (Energy Charter Treaty, ECT). Weens Verdragenverdrag. Vordering tot vernietiging arbitrale vonnissen (Yukos Awards) op de voet van art. 1065 (oud) Rv. Verhouding vernietigingsprocedure en herroepingsprocedure (art. 1064 (oud)
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Unierecht. Consumentenrecht. Bestelknopbepaling (art. 6:230v lid 3 BW; art. 8 lid 2 Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten). Voldoet knop met alleen ‘bestellen’, ‘bestelling plaatsen’ of ‘bestelling afronden’ aan art. 6:230v lid 3 BW? Ambtshalve toetsi
Aansprakelijkheidsrecht; bevoegdheidsperikelen. Schadevordering van voormalige werkgever tegen oud-bestuurders/werknemers die op staande voet waren ontslagen wegens in dienstverband gepleegde strafbare feiten; samenloop, vraag of art. 2:9 en 7:661 BW in de weg staan aan toewijzing van een vordering
Koopovereenkomst; rechtsgevolgen vernietiging. Vervolg op HR 11 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3765, NJ 2013/492. Weigering eisvermeerdering na verwijzing, goede procesorde (art. 130 lid 2 Rv). Gevolgen van mededeling verpanding van vordering tot terugbetaling koopsom hangende de procedure in hoger
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbetering van de beschikkin
OK. Uitkoopprocedure. Peildatum bij de vaststelling van de prijs van de over te dragen aandelen. Uitgangspunt dat peildatum gelijk is aan de datum van het eindarrest heroverwogen. Vanaf heden zal de Ondernemingskamer in uitkoopprocedures die volgen op een openbaar bod bij het bepalen van de peildatu
Internationaal privaatrecht en intellectuele eigendom; bevoegdheid. Bevoegdheidsregels EEX-Verordening prevaleren boven art. 4.6 BVIE (rov. 29 e.v.). Art. 5 sub 3 EEX-Verordening ingeval van auteursrecht- en merkinbreuk via internet.
Procesrecht. Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Vordering tot schadevergoeding wegens tekortkoming. Verdeling stelplicht en bewijslast ten aanzien van causaal verband; art. 150 Rv. Te hoge eisen gesteld aan stel- en motiveringsplicht bij beroep op schadebeperkingsplicht?
Antillenzaak. Cassatie; geding na verwijzing; na cassatie en verwijzing geen wijziging van eis mogelijk; uitzondering van HR 2 oktober 1998, nr. C97/152, LJN ZC2721, NJ 1999, 683 doet zich niet voor.
Octrooirecht. Procesrecht. Verenigbaarheid van de tweeconclusieregel met art. 138 lid 3 Europees Octrooiverdrag? Uitleg art. 138 lid 3 EOV aan de hand van art. 31-32 Weens Verdragenverdrag. Toepassing van de tweeconclusieregel naar aanleiding van bij akte in hoger beroep aangebrachte beperkingen op
Huurgeschil. Eiswijziging, rechtsmiddelenverbod, art. 130 lid 1 en 2 Rv.. Geen doorbreking rechtsmiddelenverbod, HR 28 mei 1999, LJN ZC2914, NJ 2000/220; uitzondering in HR 12 mei 2006, LJN AV8720, NJ 2006/293. Niet-appellabel vonnis na eiswijziging appellabel?
Procesrecht. Beroep tegen beslissing op verzoek tot wraking. Ontvankelijk? Art. 39 lid 5 Rv; doorbrekingsleer.
Arbitragerecht. Vernietiging van een arbitraal vonnis wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst ( art. 1065 lid 1, aanhef en onder a, Rv.); gronden tot vernietiging als bedoeld in art. 1064 lid 5 Rv.; toelaatbaarheid van nieuwe feitelijke of juridische stelling in vernietigingsproce
Opzegging van huurovereenkomsten ter zake vaste standplaatsen op Recreatiepark Duinrand door de verhuurder/exploitant vanwege een door de verhuurder/exploitant beoogde herstructurering van het recreatiepark, in het kader waarvan de verhuurder/exploitant op het terrein kampeerhuisjes en vakantiewoni
Kort geding; geschil over onrechtmatig gebruik bedrijfsgeheimen; verlof conservatoir bewijsbeslag; inzagevordering art. 843a Rv; vereisten ‘rechtmatig belang’ en ‘bepaalde bescheiden’ voor inzagevordering; samenhang tussen vereisten ‘rechtmatig belang’ en ‘bepaalde bescheiden’?; selectie bescheiden
Appelprocesrecht. Buiten behandeling laten van nieuwe vordering in hoger beroep zonder toepassing te geven aan art. 130 Rv. Relatievermogensrecht. Verrekening uit hoofde van beëindigde samenlevingsovereenkomst. Ingangsdatum wettelijke rente.
Procesrecht. Omvang rechtsstrijd in appel. Naar vaste rechtspraak rechtsstrijd niet enkel en definitief omlijnd door appeldagvaarding maar mede door in memorie van grieven voorgestelde grieven. Hof heeft bepaalde grieven ten onrechte niet in beoordeling betrokken, nu het niet heeft geoordeeld dat bl
Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Voorlopige machtiging. Faxbericht door advocaat van betrokkene gezonden aan de rechtbank na afloop van de mondelinge behandeling. Was de rechtbank gehouden de inhoud van dit faxbericht in de beoordeling te betrekken?
Procesrecht. Hoger beroep tegen tussenvonnis met toestemming rechtbank; nadien wijst rechtbank tweede tussenvonnis, waartegen geïntimeerde incidenteel beroep instelt zonder toestemming rechtbank en zijn eis wijzigt. Is incidenteel beroep ontvankelijk? Mocht hof de eiswijziging toestaan en daarop de
Europees Aanbestedingsrecht Exceptio Pluris Litis Consortium Grossmann/rechtsverwerking (6:2 BW) Voldoende proactieve houding door stellen van vragen? Rechtsverwerking bij fundamentele gebreken? 2:163c Aw 2012.
Verzet wijziging eis in procedure tot vernietiging arbitraal vonnis; art. 130 Rv; artt. 1064 lid 5, 1052 lid 2 en 1068 Rv.
Geschil tussen ex-echtelieden over de vaststelling van de door de man aan de vrouw te betalen alimentatie; vervolg op HR 14 mei 2004, nr. R03/105, NJ 2004, 371; geding na verwijzing, beoordeling ‘ex nunc’, vermeerdering van verzoek, eisen van een goede procesorde, ambtshalve toetsing maatstaf van ar
Huur bedrijfsruimte. Wederzijds ontbinding gevorderd wegens tekortkoming; art. 6:265 BW, vraag of tekortkoming ontbinding rechtvaardigt, uitleg gedingstukken. Is in appel vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige executie vonnis mogelijk? Toepasselijkheid van HR 30 januari 2004, ECLI:NL:HR
Aanspraak op een bruidsschat. De vrouw heeft reeds in Iran haar bruidsschat opgeëist en de Iraanse rechter heeft vastgesteld dat de man deze aan haar dient te betalen. Met inachtneming van de in de jurisprudentie ontwikkelde vereisten (Bontmantel-arrest) komt het hof tot het oordeel dat gewicht moet
Luchtvaartwet (LVW), schadeloosstelling ex art. 50 (oud), waardevermeerdering ex art. 55 (oud). Geschil over schade door bouwverbod voor terrein in nabijheid van luchthaven Schiphol (zie ook HR 6 februari 2009, LJN BG5056). Ontvankelijkheid in cassatie (art. 54 lid 4 en 5 LVW jo. 53 Ow), herstel vor
Familierecht. Procesrecht. Alimentatie. Pensioenverevening. Heeft de vrouw haar op art. 843a Rv/art. 22 Rv gebaseerde verzoek om inzage prijsgegeven? Moest hof gelegenheid geven om beroep op bedrog uiteen te zetten? Uitleg art. 8c PSW. Art. 3 Wvps. Moet bij in eigen beheer opgebouwd pensioen bij ve
Effectenlease. Samenloop onverschuldigde betaling en onrechtmatige daad. Verschil rentevergoeding. Advisering tussenpersoon. Geen buitengerechtelijke kosten verschuldigd.
vergoeding van proceskosten na ingetrokken kort geding
Voorlopige voorziening tot ontruiming woning in hoger beroep toegewezen. Bevel tot sluiting van de woning vanwege drugshandel gevolgd door ontbinding van de huurovereenkomst op die grond (artikel 7:231 tweede lid BW). Ontbinding rechtsgeldig, ook al heeft de ontbinding plaatsgevonden (kort) voordat
Telecommunicatie. Tele2 vordert schadevergoeding wegens wanprestatie van KPN. Verjaring. Verrekeningsmogelijkheden na verjaring. Staan verbeurde boetes in de weg aan schadevergoeding? Exoneratiebedingen gedeeltelijk buiten toepassing verklaard wegens opzet en bewuste roekeloosheid, die worden aangen
Kort Geding. Geschil over de indexering van tarieven die Zilveren Kruis Achmea heeft voorgeschreven in een selectieve procedure voor de inkoop van eerstelijnsdiagnostiek in 2024 en 2025. Personeelskosten: nakoming van een OVA-doorberekeningsclausule in het Integraal Zorgakkoord. Overige kosten: wede
Appelprocesrecht. Hoor en wederhoor (art. 19 Rv). Recht van appellant om te reageren op vermeerderde eis en nieuwe stellingen van geïntimeerde. Reservering van proceskosten op grond van referte bij schriftelijke toelichting.
Procesrecht. Lastgeving door curator van failliete pandgever aan pandhouder om procedure op eigen naam te voeren? Bewijsoordeel. Uitleg brieven curator, relevantie van afspraak over kosten procedure.
Komt aan een beslissing in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis in een schadestaatprocedure gezag van gewijsde toe in een volgende schadestaatprocedure tussen dezelfde partijen (art. 236 Rv)?
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbetering van de beschikkin
Erfrecht. Schenking voor overlijden door gevolmachtigde, tevens erfgenaam, aan zichzelf. Bewijslast (oogmerk van) schenking. Bewijs niet geleverd. Gevolgen daarvan in relatie tot artikel 3:194 lid 2 BW; nu (ook)sprake is van opzet is het aandeel verbeurd aan de andere erfgenaam. Strekking artikel 3:
Uitleg van artikel 2.2 lid 2 onder b van het Besluit zorgverzekering. Het hof gaat nader in op de vraag hoe moet worden vastgesteld of een gedeclareerd tarief van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder voor verleende zorg in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend is. De zorgverze
Collectieve actie consumentenbond- NN over beleggingsverzekering- tussenvonnis- nadere akte over onder meer kosten. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2020:6762
Merkenrecht; bevel aan gedaagde om STOLICHNAYA- en MOSKOVKAYA-merken op naam te zetten van eiseres (Russische staatsonderneming); nietigverklaring van latere merken van gedaagde die STOLICHNAYA, MOSKOVSKAYA of STOLI bevatten en inbreukverbod.
Octrooirecht. Procesrecht. Verenigbaarheid van de tweeconclusieregel met art. 138 lid 3 Europees Octrooiverdrag? Uitleg art. 138 lid 3 EOV aan de hand van art. 31-32 Weens Verdragenverdrag. Toepassing van de tweeconclusieregel naar aanleiding van bij akte in hoger beroep aangebrachte beperkingen op
Huwelijksgoederenrecht. Verdeling van huwelijksgoederengemeenschap. Motiveringsklacht.
Artikel 5:112 lid 3 BW. Vereniging naast Vereniging van Eigenaars. Geen verplicht lidmaatschap aangenomen; ook niet op andere gronden verplichting tot betaling van bijdrage naast die aan de VvE.
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Aanvullend verzoek in hoger beroep, art. 283, 362 en 130 lid 1 Rv. Rechtsmiddelenverbod, art. 130 lid 2 Rv. Doorbreking niet mogelijk.
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over kinderalimentatie. Procesrecht. Hoger beroep, bevoegdheid vrouw tot wijziging van eis tegen in geding niet verschenen man zonder bekende woon- of verblijfplaats (art. 130 lid 3 Rv.), hernieuwde oproeping na eiswijziging; toepasselijkheid van E
Procesrecht. Art. 130 Rv. Verandering of vermeerdering van eis bij verstek. Verzoek alsnog te mogen betekenen. Eisen van goede procesorde.
Procesrecht. Zekerheidsstelling voor de proceskosten (art. 224 Rv). Staat Vriendschapsverdrag met Colombia in de weg aan verplichting tot zekerheidstelling? Wie bepaalt welke zekerheid wordt gesteld? Mogelijkheid om bij volgend arrest terug te komen van bevolen zekerheidstelling.
verstek, ambtshalve toetsing, wegenwacht service, (directe) pechhulp, telefonisch afgesloten overeenkomst, verzekering, Wft, (pre)contractuele informatie, bedenktermijn, oneerlijk beding
Collectieve actie wakkerpolis tegen NN over beleggingsverzekeringen (universal life). Eerste kosten. Voor de polissen vanaf 1994 is er in principe voldoende contractuele basis voor het in rekening brengen. Door de manier van in rekening brengen, zou tussentijdse beëindiging van de polis (zeer) nadel
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Machtiging tot voortzetting crisismaatregel (art. 7:8 Wvggz). Ontvankelijkheid cassatieberoep; verhouding tussen Wvggz en Rv. Voorwaarde van art. 5:7, onder d, Wvggz dat psychiater die medische verklaring afgeeft, minimaal één jaar geen zorg heeft
vaststelling van wanbeleid en verantwoordelijkheid voor wanbeleid
Tussenarrest in octrooigeschil. Beroep op gewijzigde octrooiconclusies in strijd met de twee-conclusies-regel. Uitleg 'intrekking' beroep op oude octrooiconclusies.
Onrechtmatige uitingen in de pers.
Procesrecht. Is sprake van een ontoelaatbare wijziging van partijhoedanigheid indien stichting eerst optreedt als vertegenwoordiger van slachtoffers en na eiswijziging in hoedanigheid van claimstichting in de zin van art. 3:305a (oud) BW? Bijzondere omstandigheden van het geval.
Rentederivaat. Professionele partij in zin Wft. Verjaring. Geen sprake van schending zorgplicht, doeloverschrijding en wilsgebreken. Aanvulling (van de grondslagen) van de eis afgewezen.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbetering van de beschikkin
Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet vernietigd, arbeidsovereenkomst ontbonden. Ontvankelijkheid van verzoeken tot toewijzing transitievergoeding en billijke vergoeding. Zijn de verzoeken tijdig gedaan? Vervaltermijn van art. 7:686a lid 4, onder a en b, BW. Grondslag van deze verzoeken. Voorwaardel
Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2018:2452, ECLI:NL:RBGEL:2017:6840 en ECLI:NL:RBGEL:2017:2040 Overstromen riool. Nadere toelichting op deskundigenbericht op de voet van 194 lid 5 Rv.
Collectieve actie tegen Nationale-Nederlanden Levensverzekeringsmaatschappij N.V. (“NN”) over Flexibel Verzekerd Beleggen-polissen, van het type universal life. De vorderingen worden afgewezen. De rechtbank oordeelt dat NN in het algemeen voldoende informatie heeft gegeven over de kosten en de premi
Procesrecht. Hoger beroep tegen tussenvonnis met toestemming rechtbank; nadien wijst rechtbank tweede tussenvonnis, waartegen geïntimeerde incidenteel beroep instelt zonder toestemming rechtbank en zijn eis wijzigt. Is incidenteel beroep ontvankelijk? Mocht hof de eiswijziging toestaan en daarop de
“Letselschadezaak. Overwegingen over de eindleeftijd bij verlies verdienvermogen, de rekenrente, de kosten van huishoudelijke hulp en het verlies zelfwerkzaamheid en over de betekenis van de richtlijnen van de Letselschade Raad voor de begroting van de twee laatstgenoemde schadeposten. Abstracte beg
Bijzondere overeenkomsten. Geneeskundige behandelingsovereenkomst. Inbrengen anticonceptiemiddel. Procesrecht. Ingevolge art. 130 lid 2 Rv. geen hogere voorziening tegen het, op een aan de feitenrechter voorbehouden uitleg van de gedingstukken gebaseerde, oordeel dat eisvermeerdering in strijd is me
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over kinderalimentatie. Procesrecht. Hoger beroep, bevoegdheid vrouw tot wijziging van eis tegen in geding niet verschenen man zonder bekende woon- of verblijfplaats (art. 130 lid 3 Rv.), hernieuwde oproeping na eiswijziging; toepasselijkheid van E
Verzekeringsfraude. Aan gedaagde zijn bedragen ten onrechte uitgekeerd. Gedaagde heeft zijn inlichtingenplicht (artikel 7:941 lid 2 BW) geschonden. Op grond van artikel 7:941 lid 5 BW is het recht op uitkering vervallen. De verzekeraar heeft niet onrechtmatig gehandeld door een persoonlijk onderzoe
Megahome. Tussenvonnis. Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement van omvangrijk concern. Geen sprake van pauliana ex. art. 42 Fw ter zake rekening-courant mutaties en betalingen, omdat geen sprake was van onverplichte rechtshandelingen. Geen sprake van pauliana ex. art. 47 Fw omdat benadeling v
Appellant maakte als eiser kort geding aanhangig en trok dat één dag voor de geplande mondelinge behandeling in. Geïntimeerde verzocht en kreeg als gedaagde bij de voorzieningenrechter proceskostenveroordeling in lijn met HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087. Ontvankelijkheid appellant in het hoger
Alimentatie. Terugbetaling van te veel ontvangen kinderalimentatie? Moet gebruiksvergoeding voor voormalige echtelijke woning worden betrokken bij bepaling van behoefte? Betekenis van exploitatielasten van buitenlandse woning bij bepaling van behoefte. Indexering van partneralimentatie. Grenzen van
Uitleg van de inleidende dagvaarding. In het lichaam van de inleidende dagvaarding is de vordering weergegeven maar in het petitum van de inleidende dagvaarding is die vordering door een kennelijke fout weggevallen. Uitleg van de dagvaarding brengt mee dat de in het lichaam van de dagvaarding genoem
Erfrecht/executeurschap. Bekrachtiging in hoger beroep van ontslag executeur ex 4:149 lid 2 BW. Het hof acht in voldoende mate aannemelijk dat betrokkene in zijn functie van executeur c.a. wel de diverse “steken” heeft laten vallen terwijl hij volgens het testament steeds moest overleggen met de and
Baggerschip vaart tegen aansluitleiding van Evides aan. Schadevaring als bedoeld in artt. 8:1003 e.v. BW. Schuld van het schip. Verder zijn van belang de tot 31 maart 2018 geldende Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (hierna WION), het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten
Verbintenissenrecht. Procesrecht. Uitleg samenwerkingsovereenkomst. Draagt de afwijzing van de op primaire grondslag gebaseerde vordering (wanprestatie) ook de afwijzing van de subsidiaire grondslagen (onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking)? Onmiddellijkheidsbeginsel. Rechterswisselin
Overheidsaansprakelijkheid. Erfpacht op Texel. Collectieve actie. Procedure tussen collectieve belangenorganisatie en individuele erfpachters op Texel (eisers) enerzijds en Staatsbosbeheer en de Staat (het Rijksvastgoedbedrijf) anderzijds. Geschil over waardebepaling van bloot eigendom bij verkoop v
Hoger beroep tegen toewijzing van incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding als bedoeld in artikel 223 lid 1 Rv (verbod – op straffe van een dwangsom – tot het treffen van executiemaatregelen).
Erfdienstbaarheid van weg. Waar lopen de perceelsgrenzen. Is de erfdienstbaarheid uitgebreid. Is er sprake van een openbare weg of een buurweg.
spoedappel kort geding; samenwerking in joint venture; omvang exclusiviteit te beoordelen volgens Haviltex-maatstaf; tekortkoming; schadeomvang; toepassing Poot/ABP-leer; bestuurdersaansprakelijkheid; verlaging beslagmaxima, verbod tot schending van exclusiviteit.
Huurprijsvaststelling middenstandsbedrijfsruimte. Wijziging van eis in hoger beroep toegestaan. Weging gehuurde vloeroppervlakte voor de berekening van de huurprijs. Waardering vierkantemeters op functionaliteit en berekening vierkantemeterprijs vergelijkbare bedrijfsruimte. Verhouding tussen advies
Beeindiging samenlevingsovereenkomst. Goede procesorde gezien veelheid van stukken. Vermeerderingen van eis en nieuwe vorderingen in hoger beroep. Verrekening van vele posten. Loyaal meewerken aan toedeling of verkoop gezamenlijke woning en daaraan door het hof verbonden consequenties.
Afwikkeling nalatenschap. 6:43 BW en 6:44 BW imputatie, verjaring 3:308 BW en 3:323 BW
Familierecht; ontvankelijkheid aanvullende procesinleiding; terugbetalingsverplichting alimentatie; heropening debat; afgifte stukken;
Familierecht. Pensioenverevening bij scheiding. Verzoek heropening debat; moet staking verdere pensioenopbouw worden aangemerkt als vermindering van aanspraken in de zin van art. 8c PSW; dient pensioen dat o.b.v. voor-huwelijkse dienstjaren wordt berekend ook voor verevening in aanmerking te komen;
Verkoop percelen bouwgrond aan projectontwikkelaars. Vestiging voorkeursrecht gemeente. Zijn koopovereenkomst en verlengingsovereenkomst geëindigd door verstrijken uiterste datum levering? Schadeplichtigheid o.g.v. afbreken onderhandelingen?
afwikkeling vof
In deze zaak spelen drie geschilpunten, twee in principaal hoger beroep en een in incidenteel hoger beroep. Deze geschilpunten worden door het hof afzonderlijk behandeld. Geschilpunt 1: Tussen de partijen in dit geding is een investment agreement tot stand gekomen. Appellanten in principaal hoger be
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of een tussentijds beroep in cassatie tegen de beslissing van de geheimhoudingskamer van het Hof, ontvankelijk te achten is. Het betreft de beslissing van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2021, nr. 20/00569, ECLI:NL:GHARL:2021:4161. Belang
Diefstal van cryptovaluta (bitcoins). Kan schriftelijke bekentenis als bewijs dienen?
Procedure na verwijzing Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:2216); Beperking vordering i.v.m. competentiegrens; artikel 93 Rv; Artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder c BW geldt niet voor overeenkomst van geldlening; Artikel 18 WvK.
behoort een spaarrekening van een minderjarig kind tot de huwelijksgemeenschap van diens ouders?
octrooi, bezwaar tegen eisvermeerdering bij incidenteel appel wegens strijd met goede procesorde gehonoreerd o.m. gelet op eerdere beperking eis, uitleg conclusies, inventiviteit, gesteld technisch effect niet geopenbaard, motivatie, succesverwachting
Overheidsaanbesteding. Concessie voor buitenreclame. Gemeente heeft ten onrechte appellant uitgesloten wegens niet voldoen aan bij nota van inlichtingen terloops toegevoegd gunningscriterium. De winnende inschrijving is terecht niet uitgesloten wegens ernstige fouten in de uitoefening van beroep of
Verzekeringsrecht. Letselschade. Is art. 7:941 lid 5 BW (analoog) van toepassing bij WAM-aansprakelijkheid? Bewijsoordeel over vraag of eiseres als passagier in auto zat tijdens ongeval. Betekenis veroordelingen voor plegen/uitlokken van valsheid in geschrift en meineed voor het als bewijs dienen va
Als gevolg van factuurfraude door een derde (en vervolgens gebrek aan controle door de huurder) betaalt de huurder de huur voor de gehuurde kantoorruimte op een verkeerde bankrekening (van de derde, die geen verhaal biedt). Geen bevrijdende betaling in de zin van artikel 6:34 lid 1 BW. Contractuele
Contradictoir. Opzegging distributieovereenkomst met distributeur in Turkije. Vo. 1400/2002, vo. 1475/95. Motiveringsplicht voor de opzegging. Distributieovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd kan met termijn van 1 of 2 jaar worden opgezegd. Bij opzegging met verkorte termijn gelden materiële e
Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Vervolg van HR 27 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0010, NJ 2011/258. Wet verplichte deelname in bedrijfstakpensioenfonds 2000. Hof beslist dat werkgeefster onder Fondsen voor Metaalindustrie valt, maar niet met terugwerkende kracht premies behoeft af te dragen.
Wck; doorlopend krediet: voldaan aan artikel 33 aanhef en onder c sub 1 Wck; roodstand rekening-courant: Wck niet van toepassing; geen grondslag voor hoofdelijke veroordeling; toewijzing op de voet van artikel 6:6 BW.