Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2023:2932

2023-04-04 Civiel recht 200.318.057/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2023-04-04
Publicatiedatum
2023-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.318.057/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RFR 2023/99

Inhoudsindicatie

Proceskostencompensatie ten aanzien van gecertificeerde instelling (GI) vernietigd; artikel 237 Rv biedt in dit geval geen basis om de GI de eigen kosten te laten dragen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.836 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN


locatie Leeuwarden, afdeling civiel


zaaknummer gerechtshof 200.318.057/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 136657)



arrest van 4 april 2023



in de zaak van


Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen,
kantoorhoudende te Assen,
die hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de rechtbank optrad als gedaagde,
hierna SJN te noemen,
advocaat: mr. J.G. Besling te Assen,


tegen




[geïntimeerde]
, die woont in [woonplaats1] ,
die bij de rechtbank optrad als eiser,
hierna [geïntimeerde] te noemen,
geen advocaat gesteld.





1Het geding in eerste aanlegVoor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen die de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, op 27 oktober 2021 en 20 juli 2022 heeft gewezen.


2De procedure in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 14 oktober 2022;
- het op 1 november 2022 aan [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven van 13 december 2022.



2.2
Vervolgens heeft SJN de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.


2.3

SJN vordert om het vonnis van 20 juli 2022 te vernietigen, uitsluitend voor zover het betreft de beslissing wat betreft de compensatie van de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, en opnieuw recht doende, zo nodig onder aanvulling en/of verbetering van gronden, [geïntimeerde] te veroordelen in de proceskosten zowel in eerste aanleg alsook in hoger beroep, bestaande uit verschotten en salaris van de advocaat, alsmede de kosten voor nasalaris van de advocaat ad € 131,- en in geval niet binnen veertien dagen is voldaan aan de bij het arrest uitgesproken veroordeling(en) en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden te vermeerderen met een bedrag van € 68,- voor nasalaris van de advocaat en de kosten van het betekeningsexploot.
3. De kern van de zaak



3.1

[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg een procedure gevoerd tegen SJN en tegen zijn ex-echtgenote [naam1] (hierna [naam1] te noemen), waarin hij heeft gevorderd om voor recht te verklaren dat SJN en [naam1] onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld. [geïntimeerde] heeft een schadevergoeding van SJN en [naam1] gevorderd en heeft tevens gevorderd om SJN en [naam1] te veroordelen in de kosten van het geding.


3.2
De rechtbank heeft de vorderingen van [geïntimeerde] afgewezen en de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.


3.3

De rechtbank heeft onder rechtsoverweging 4.6 het volgende overwogen:“ Hoewel [geïntimeerde] in het ongelijk wordt gesteld, zal de rechtbank de proceskosten compenseren
in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt. Tussen [geïntimeerde] en [naam1] geldt dat dat gebeurt vanwege de (gewezen) relatie tussen hen. Voor SJN ligt dat anders. De rechtbank realiseert zich dat art. 237 Rv in feite geen ruimte biedt voor deze compensatie. Dat het toch gebeurt, is vanwege het precaire karakter van de zaak, de kennelijke onmacht bij [geïntimeerde] en de wens van de rechtbank zo min mogelijk bij te dragen aan nieuwe strijdpunten. Daar heeft ook SJN niets aan. […] ”



3.4
SJN komt op tegen het hiervoor onder 3.3 weergegeven oordeel. SJN stelt zich op het standpunt dat [geïntimeerde] op grond van artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten had moeten worden veroordeeld.




4De motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1
Op grond van artikel 237 lid 1 Rv, in samenhang met artikel 353 Rv, wordt een partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, in de kosten veroordeeld. De kosten mogen echter geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd tussen echtgenoten of geregistreerde partners of andere levensgezellen, bloedverwanten in de rechte lijn, broers en zusters of aanverwanten in dezelfde graad, alsmede als partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld. Ook kan de rechter de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte.


4.2
Naar het oordeel van het hof biedt artikel 237 Rv geen basis om SJN de eigen proceskosten te laten dragen. SJN behoort niet tot de in de tweede volzin van artikel 237 lid 1 bedoelde personen en vast staat dat SJN op geen enkel punt in het ongelijk is gesteld. Gesteld noch gebleken is dat SJN nodeloos kosten heeft aangewend of veroorzaakt. De wet biedt geen ruimte om desondanks vanwege de door de rechtbank genoemde redenen alsnog over te gaan tot het compenseren van de proceskosten. Dat betekent dat [geïntimeerde] , conform de hoofdregel van artikel 237 lid 1 Rv, als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure in eerste aanleg moet worden veroordeeld. Het hof zal het bestreden vonnis vernietigen voor zover daarbij de proceskosten tussen SJN en [geïntimeerde] zijn gecompenseerd, en [geïntimeerde] veroordelen in de kosten van de procedure in eerste aanleg.


4.3
De kosten voor de procedure in eerste aanleg worden aan de zijde van SJN vastgesteld op € 2.076,- aan verschotten (griffierecht) en € 1.802,50 aan geliquideerd salaris van de advocaat van SJN (2,5 procespunten x tarief III van destijds € 721,- per punt).


4.4
SJN heeft verder gevorderd om [geïntimeerde] ook te veroordelen in de kosten van de procedure in hoger beroep. Het hof wijst ook die vordering toe. [geïntimeerde] is immers ook in hoger beroep de in het ongelijk gestelde partij. Onder de kosten van de procedure in hoger beroep vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.


4.5
De kosten voor de procedure in hoger beroep worden aan de zijde van SJN vastgesteld op € 783,- aan verschotten (griffierecht) en € 836,-,- aan geliquideerd salaris van de advocaat van SJN (1 procespunt x tarief I).


4.6
Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing.5. De beslissing


Het hof, rechtdoende in hoger beroep:



vernietigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 20 juli 2022, voor zover daarbij de proceskosten zijn gecompenseerd tussen SJN en [geïntimeerde] , in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, en in zoverre opnieuw recht doende:



veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties, aan de zijde van SJN wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op € 2.076,- aan griffierecht en op € 1.802,50 aan geliquideerd salaris van de advocaat van SJN (2,5 procespunten x tarief III van destijds € 721,- per punt), en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 783,- aan griffierecht en op € 836,- aan geliquideerd salaris van de advocaat van SJN (1 procespunt x tarief I), te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest;



verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Veenstra, O.E. Mulder en C. Coster en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 april 2023.




HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.