Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2019:9687

2019-11-12 Civiel recht 200.223.502
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2019-11-12
Publicatiedatum
2019-11-12
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.223.502
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Incident tot schorsing wegens ophouden van de betrekkingen waarin een partij het geding voerde. Het hof stelt vast dat uit de overeenkomst en akte van levering, die eiseres in het incident tot schorsing heeft overgelegd, blijkt dat de vordering op appellanten aan haar is verkocht en geleverd. Door deze overdracht is de betrekking waarin geïntimeerde het geding voerde, namelijk die van rechthebbende van de vordering op appellanten, opgehouden te bestaan. Daarmee is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 225 lid 1 aanhef en onder c Rv. Dat is een grond voor schorsing van het geding. Die schorsing is door eiseres in het incident tot schorsing conform het bepaalde in artikel 225 lid 2 Rv door de akte ter rolle ingeroepen. Het hof oordeelt dan ook dat eiseres in het incident tot schorsing een geldige aanzegging tot schorsing heeft gedaan.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.695 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN


locatie Arnhem



afdeling civiel recht, handel



zaaknummer gerechtshof 200.223.502
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 5659736)




arrest van 12 november 2019




in het incident ex artikel 225 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

De Nederlandse Voorschotbank B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in het incident tot schorsing,
advocaat: mr. V.H. Affourtit,



in de zaak van





1 [appellant 1] ,

2. [appellant 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
appellanten, tevens verweerders in het incident tot schorsing,
in eerste aanleg: gedaagden,
advocaat: mr. R.P. Kuijper,



tegen:



de vennootschap naar buitenlands recht

Hoist Portfolio Holding Ltd.,
gevestigd te Jersey,
geïntimeerde, tevens verweerster in het incident tot schorsing,
in eerste aanleg: eiseres,
advocaat: mr. H.A.P. Pijnacker.



Eiseres in het incident tot schorsing zal hierna DNV B.V. worden genoemd. Appellant sub 1 zal hierna [appellant 1] , appellante sub 2 [appellant 2] en appellanten gezamenlijk zullen [appellanten] worden genoemd. Geïntimeerde zal hierna Hoist worden genoemd.




1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep


1.1
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 16 juli 2019 hier over.


1.2
Het verdere verloop blijkt uit de akte aanzegging schorsing ex artikel 225 Rv van DNV B.V.



1.3
Vervolgens heeft het hof [appellanten] en Hoist in de gelegenheid gesteld bij akte te reageren op de aanzegging van de schorsing ex artikel 225 Rv door DNV B.V. Partijen hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Het hof heeft vervolgens arrest in het incident (op het griffiedossier) bepaald.





2De motivering van de beslissing in het incident


2.1
DNV B.V. heeft bij akte (ex artikel 225 Rv) van 10 september 2019 de schorsing van de hoofdzaak ingeroepen.



2.2
Op grond van artikel 225 lid 1 sub c Rv kan een geding worden geschorst bij het ophouden van de betrekkingen waarin een partij het geding voerde, hetzij ten gevolge van rechtsopvolging onder algemene titel, hetzij door een andere oorzaak. Uitsluitend de (opvolger van) de partij aan de zijde waarvan de schorsingsoorzaak zich voordoet, is bevoegd te schorsen. Doel van dit voorschrift is de nieuwe procespartij in de gelegenheid te stellen zich te beraden over (voortzetting van de) procedure. De schorsing vindt plaats door betekening van de ingeroepen grond voor de schorsing aan de wederpartij dan wel door een daartoe strekkende akte ter rolle. Bij gebreke hiervan wordt het geding op naam van de oorspronkelijke partij voortgezet.



2.3
DNV B.V. heeft in haar akte aangevoerd dat niet Hoist, maar DNV B.V. rechthebbende is van de vordering op [appellanten] , omdat die vordering aan haar is verkocht en geleverd. Het hof stelt vast dat uit de overeenkomst en akte van levering van 2 september 2019 die DNV B.V. heeft overgelegd (“Agreement and deed of assignment”, productie 10 bij de akte van DNV B.V.) blijkt dat deze overdracht heeft plaatsgevonden. Door deze overdracht is de betrekking waarin Hoist het geding voerde, namelijk die van rechthebbende van de vordering op [appellanten] , opgehouden te bestaan. Daarmee is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 225 lid 1 aanhef en onder c Rv. Dat is een grond voor schorsing van het geding. Die schorsing is door DNV B.V. conform het bepaalde in artikel 225 lid 2 Rv door de akte ter rolle van 10 september 2019 ingeroepen. Het hof oordeelt dan ook dat DNV B.V. een geldige aanzegging tot schorsing heeft gedaan. [appellanten] en Hoist hebben zich niet tegen deze schorsing verzet. Het hof zal daarom de hoofdzaak schorsen.





3De beslissing


Het hof, recht doende:



verstaat dat de zaak geschorst is met ingang van 12 november 2019 en royeert de zaak ambtshalve.




Dit arrest is gewezen door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, C.J.H.G. Bronzwaer en S.B. Boorsma, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. C.J.H.G. Bronzwaer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 november 2019.