Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2026:2217
2026-08-11
Civiel recht; Personen- en familierecht
200.368.874/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijkverklaring. Artikelen: 359 jo. 278 Rv, 281 en 362 Rv
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.580 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.368.874/01
zaaknummer rechtbank: C/15/371871 / FA RK 25-5894
beschikking van de meervoudige kamer van 11 augustus 2026 in de zaak van
[de vader ]
,
postadres te [plaats A] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
en
[de moeder] ,
wonende te [plaats B] , gemeente [gemeente] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. E.E. Tiebie te Heerhugowaard.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige] , geboren [in] 2019, hierna: [minderjarige] .
1De procedure bij de rechtbank
Het hof verwijst voor het verloop van de procedure bij de rechtbank naar de beschikking van de rechtbank Nood-Holland, locatie Haarlem, van 10 februari 2026, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer.
2De procedure in hoger beroep
2.1
Op de griffie van het hof is op 10 mei 2026 per e-mailbericht een beroepschrift ingekomen, waarmee de vader in hoger beroep wenst te komen van voornoemde beschikking. Dit beroepschrift is niet, zoals de wet voorschrijft, door een advocaat ondertekend en ingediend.
2.2
Bij brief van 15 mei 2026 is de vader in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen twee weken te herstellen door het beroepschrift alsnog door een advocaat te doen ondertekenen en ter griffie in te dienen.
2.3
Bij e-mailbericht van 27 mei 2026 heeft de vader verzocht om uitstel.
Het hof heeft diezelfde dag het uitstelverzoek gehonoreerd en de vader de gelegenheid gegeven om uiterlijk 12 juni 2026 het verzuim alsnog te herstellen.
2.4
Op 4 juni 2026 heeft het hof een e-mailbericht van de vader ontvangen dat gericht is aan de Amsterdamse Orde van Advocaten, waaruit het hof begrijpt dat de door de deken aangewezen advocaat geen hoger beroep voor de vader wil instellen.
2.5
Bij e-mailbericht van 12 juni 2026 heeft de vader opnieuw verzocht om uitstel. Dit verzoek heeft het hof bij e-mailbericht van 15 juni 2026 gehonoreerd, waarbij de vader de gelegenheid heeft gekregen het verzuim uiterlijk 29 juni 2026 te herstellen.
2.6
Bij e-mailberichten van 30 juni 2026 en 7 juli 2026 heeft de vader rechtstreeks bijlagen aan het hof gestuurd zonder dat zich een advocaat namens de vader heeft gesteld.
3De motivering van de beslissing
3.1
Op grond van het bepaalde in artikel 359 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in verbinding met artikel 278 lid 3 Rv dient een beroepschrift door een advocaat te zijn ondertekend en te worden ingediend.
3.2
Indien een verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ondertekend en ingediend, biedt de rechter de verzoeker de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn dit verzuim te herstellen. Maakt de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik, [de vader ] wordt hij op grond van het in artikel 281 lid 1 Rv bepaalde in het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Deze bepalingen zijn op grond van artikel 362 Rv van overeenkomstige toepassing in hoger beroep.
3.3
Het bericht van de vader van 10 mei 2026 en alle daarop volgende berichten van de vader voldoen niet aan de eisen van artikel 359 Rv in verbinding met artikel 278 lid 3 Rv, omdat deze niet zijn ondertekend en ingediend door een advocaat. De vader is bij berichten van 15 en 27 mei en 15 juni 2026 telkens in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen. Van deze gelegenheid heeft hij geen gebruik gemaakt.
Dit brengt mee dat de vader in het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
4De beslissing
Het hof:
verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.F.E Geerlings, mr. M. Overmars en mr. M. Perfors, in tegenwoordigheid van mr. W.J. Boon als griffier en is op 11 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.368.874/01
zaaknummer rechtbank: C/15/371871 / FA RK 25-5894
beschikking van de meervoudige kamer van 11 augustus 2026 in de zaak van
[de vader ]
,
postadres te [plaats A] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
en
[de moeder] ,
wonende te [plaats B] , gemeente [gemeente] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. E.E. Tiebie te Heerhugowaard.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige] , geboren [in] 2019, hierna: [minderjarige] .
1De procedure bij de rechtbank
Het hof verwijst voor het verloop van de procedure bij de rechtbank naar de beschikking van de rechtbank Nood-Holland, locatie Haarlem, van 10 februari 2026, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer.
2De procedure in hoger beroep
2.1
Op de griffie van het hof is op 10 mei 2026 per e-mailbericht een beroepschrift ingekomen, waarmee de vader in hoger beroep wenst te komen van voornoemde beschikking. Dit beroepschrift is niet, zoals de wet voorschrijft, door een advocaat ondertekend en ingediend.
2.2
Bij brief van 15 mei 2026 is de vader in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen twee weken te herstellen door het beroepschrift alsnog door een advocaat te doen ondertekenen en ter griffie in te dienen.
2.3
Bij e-mailbericht van 27 mei 2026 heeft de vader verzocht om uitstel.
Het hof heeft diezelfde dag het uitstelverzoek gehonoreerd en de vader de gelegenheid gegeven om uiterlijk 12 juni 2026 het verzuim alsnog te herstellen.
2.4
Op 4 juni 2026 heeft het hof een e-mailbericht van de vader ontvangen dat gericht is aan de Amsterdamse Orde van Advocaten, waaruit het hof begrijpt dat de door de deken aangewezen advocaat geen hoger beroep voor de vader wil instellen.
2.5
Bij e-mailbericht van 12 juni 2026 heeft de vader opnieuw verzocht om uitstel. Dit verzoek heeft het hof bij e-mailbericht van 15 juni 2026 gehonoreerd, waarbij de vader de gelegenheid heeft gekregen het verzuim uiterlijk 29 juni 2026 te herstellen.
2.6
Bij e-mailberichten van 30 juni 2026 en 7 juli 2026 heeft de vader rechtstreeks bijlagen aan het hof gestuurd zonder dat zich een advocaat namens de vader heeft gesteld.
3De motivering van de beslissing
3.1
Op grond van het bepaalde in artikel 359 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in verbinding met artikel 278 lid 3 Rv dient een beroepschrift door een advocaat te zijn ondertekend en te worden ingediend.
3.2
Indien een verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ondertekend en ingediend, biedt de rechter de verzoeker de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn dit verzuim te herstellen. Maakt de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik, [de vader ] wordt hij op grond van het in artikel 281 lid 1 Rv bepaalde in het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Deze bepalingen zijn op grond van artikel 362 Rv van overeenkomstige toepassing in hoger beroep.
3.3
Het bericht van de vader van 10 mei 2026 en alle daarop volgende berichten van de vader voldoen niet aan de eisen van artikel 359 Rv in verbinding met artikel 278 lid 3 Rv, omdat deze niet zijn ondertekend en ingediend door een advocaat. De vader is bij berichten van 15 en 27 mei en 15 juni 2026 telkens in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen. Van deze gelegenheid heeft hij geen gebruik gemaakt.
Dit brengt mee dat de vader in het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
4De beslissing
Het hof:
verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.F.E Geerlings, mr. M. Overmars en mr. M. Perfors, in tegenwoordigheid van mr. W.J. Boon als griffier en is op 11 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.