Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2026:2187

2026-07-23 Strafrecht 23-001666-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-07-23
Publicatiedatum
2026-08-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
23-001666-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Terugwijzing door de Hoge Raad. De vraag die voorligt, is of de onderhavige brochure een geschrift is dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen. Van een brochure kan in zijn algemeenheid niet worden gezegd dat deze bewijsbestemming heeft. Deze brochure kan volgens het hof niet worden aangemerkt als een geschrift waaraan in het maatschappelijk verkeer zodanige betekenis pleegt te worden toegekend, dat sprake is van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen in de zin van artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De omstandigheid dat er beleggers zijn die wél vertrouwen (verklaren te) hebben gesteld in deze brochure, en (mede) op basis daarvan met het bedrijf in zee zijn gegaan, brengt op zichzelf de bewijsbestemming als bedoeld in voornoemde zin, niet met zich. Het hof spreekt de verdachte daarom vrij van het medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift. Veroordeling voor de overige twee strafbare feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (26.764 tekens)
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001666-25
datum uitspraak: 23 juli 2026



TEGENSPRAAK




Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 8 juli 2025 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 1 mei 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-997300-13 tegen:





[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,
adres: [adres] .





Procesgang


De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.



Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.



Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 13 juli 2023 het vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, vernietigd en opnieuw recht gedaan en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.



Tegen voormeld arrest van het gerechtshof heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld.



De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 8 juli 2025 het bestreden arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd, doch uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging, en de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teruggewezen teneinde de zaak ten aanzien daarvan opnieuw te berechten en af te doen.





Onderzoek van de zaak


Dit arrest is gewezen overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en, na terugwijzing, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juli 2026.



Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.






Tenlastelegging


Aan de verdachte is ten laste gelegd, voor zover na terugwijzing door de Hoge Raad nog aan de orde, dat:




feit 2

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 5 november 2013 te Aerdenhout (gemeente Bloemendaal) en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Leusden en/of Winterswijk en/of Boskoop (gemeente Alphen aan den Rijn) en/of Bussum (gemeente Gooise Meren) en/of Hoofddorp (gemeente Haarlemmermeer) en/of (elders) in Nederland en/of in Engeland en/of te Krefeld en/of (elders) in Duitsland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt en/of gebruik heeft doen maken van = = (een) valse of vervalste brochure(s) van [bedrijf 1] Ltd. (‘ [tekst] ’) (D-527) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware(n) dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat telkens valselijk - in strijd met de waarheid - in dat/die geschrift(en) - zakelijk weergegeven - stond vermeld dat
= = [bedrijf 1] Ltd. klein gestart was in 2002 en/of uitgegroeid was tot wereldspeler en/of = = [bedrijf 1] Ltd. verhandelbare, vrijwillige CO2 emissierechten aanbood met een uitstekend verwacht rendement en/of dat de rendementen van verhandelbare, vrijwillige emissierechten in potentie hoog konden zijn en/of
= =de focus van [bedrijf 1] Ltd. was het optimaliseren van rendement op emissierechten voor investeerders en/of
= =verwachte (wereldwijde) marktontwikkelingen en/of verplichtingen voor bedrijven en/of verwachte prijsontwikkelingen en/of rendementen die golden voor (de handel in) verplichte emissierechten, ook golden voor de handel in vrijwillige emissierechten en/of
= =de aangeschafte carbon credits werden bewaard onder de hoofdrekening van een beheerder, die onder het toezicht viel van (de Zwitserse toezichthouder) Verein zur Qualitätssicherung von Finanzdienstleistungen, bij een door de Verenigde Naties goedgekeurd internationaal Carbon Credit Register,
en bestaande dat opzettelijk gebruik maken en/of doen gebruik maken van dat/die geschrift(en) hierin dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) dat/die geschrift(en) heeft/hebben verstrekt en/of verzonden en/of doen verstrekken en/of doen verzenden aan
= = [persoon 1] en/of
= = [persoon 2] en/of
= = [persoon 3] en/of
= = [persoon 4]
= = [persoon 5] en/of
= = [persoon 6] en/of
= = [persoon 7] en/of
= = [persoon 8] en/of
= =(een) (andere) (potentiële) geïnteresseerde(n) in en/of koper(s) van vrijwillige CO2 emissierechten.




Vonnis waarvan beroep


Het vonnis waarvan beroep, voor zover na terugwijzing door de Hoge Raad aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.





Standpunten van partijen



Standpunt van de advocaat-generaal




De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.



De brochure ‘ [tekst] ’, die op de website van [bedrijf 1] Ltd. (hierna: [bedrijf 1] Ltd.) stond, is aan te merken als een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen. De bewijsbestemming dient blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad te worden vastgesteld op basis van de inhoud van het geschrift, de functie die het geschrift in het maatschappelijk verkeer pleegt te vervullen en de aard van het geschrift. De inhoud van de brochure ziet onder meer op de achtergrond van de belegging, de milieurelevantie, waarom [bedrijf 1] Ltd. een betrouwbaar bedrijf is, de precieze inhoud van de belegging en het te verwachten rendement. Het gaat dus niet om vage algemeenheden, maar om voor de belegger essentiële informatie die op hem van toepassing is. De functie van de brochure was om deze aan geïnteresseerde klanten te sturen, waarbij gezegd werd die grondig te lezen omdat daar dé informatie in stond over het product. Wat betreft de aard van de brochure verklaren getuigen dat deze er informatief, serieus en goed uitzag en dat zij er vertrouwen in hadden. Daarom kan worden gezegd dat een gemiddelde burger in het algemeen vertrouwen zal hebben in het stuk. Mede dankzij de “kleine lettertjes” is de brochure in deze vorm een document waaraan in het maatschappelijke verkeer een zodanige betekenis wordt toegekend dat sprake is van en geschrift dat bestemd is om als bewijs van enig feit te dienen, als bedoeld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).




Standpunt van de raadsvrouw




De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.



Primair heeft zij hiertoe aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de brochure ‘ [tekst] ’ is aan te merken als een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen. Voor de bewijsbestemming is vereist dat het gaat om een geschrift waarop derden in juridische of administratieve verhoudingen behoren te kunnen afgaan. De maatschappelijke bewijsbestemming ontbreekt, omdat niet uit de stukken blijkt dat toezichthouders, banken of andere instanties de brochure als bewijsdocument hanteerden; niet blijkt dat de brochure deel uitmaakte van contractuele kernstukken tussen [bedrijf 1] Ltd. en kopers; en/of evenmin blijkt dat de brochure werd ingebracht in officiële registraties of procedures als bewijs van rechten, hoedanigheid of verplichtingen. De brochure is (slechts) een commerciële wervingsfolder die is ontworpen om te overtuigen en te verkopen, niet om in een juridische of administratieve context als bewijs te dienen. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals of vervalst geschrift. Concrete aanwijzingen dat de verdachte wist dan wel bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de betreffende passages vals waren, ontbreekt. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat de reikwijdte beperkt dient te blijven omdat het om enkele passages in de brochure gaat en niet om een zuiver formeel document.





Beoordeling hof



Valse mededelingen




Het hof acht bewezen dat de in de tenlastelegging vermelde mededelingen uit de brochure ‘[tekst]
’ dat (i) [bedrijf 1] Ltd. klein was gestart in 2002 en uitgegroeid was tot een wereldspeler en dat (ii) de
aangeschafte carbon credits werden bewaard onder de hoofdrekening van een beheerder, die onder het toezicht viel van (de Zwitserse toezichthouder) Verein zur Qualitätssicherung von Finanzdienstleistungen, bij een door de Verenigde Naties (VN) goedgekeurd internationaal Carbon Credit Register, vals en in strijd met de waarheid waren.



Ten aanzien van de mededeling onder (i) overweegt het hof dat [bedrijf 1] Ltd. niet in 2002 is begonnen. Deze Engelse vennootschap is pas op 25 juli 2012 opgericht en ingeschreven in het Engelse handelsregister. Dat hier slechts sprake was van een typefout, zoals door de verdachte is verklaard, acht het hof niet aannemelijk. Van ‘klein beginnen en uitgroeien tot wereldspeler’ is dan immers geen sprake meer, nu diverse beleggers al enkele maanden na de oprichting zijn benaderd. Bovendien werd potentiële beleggers ook verteld dat het bedrijf al sinds 2002 bestond of dat het ‘een al jarenlang en wereldwijd opererende firma is op financieel gebied’, hetgeen er op duidt dat sprake was van een bewuste (valse) mededeling en strategie. Verder kan [bedrijf 1] Ltd. niet worden gekwalificeerd als wereldspeler. Zij was net begonnen, richtte zich voornamelijk op de Nederlandse markt en van activiteiten buiten Europa is niet gebleken.



Ten aanzien van (ii) acht het hof van belang dat uit de bij de FIOD afgelegde verklaring van getuige [getuige 1] , coördinator registratie emissiehandel bij de Nederlandse Emissieautoriteit, blijkt dat de VN registers goedkeurt voor het verplichte systeem van emissiehandel tussen landen (op basis van het Kyoto-protocol). De VN keurt niet een register goed waarin zich vrijwillige CO2 emissierechten kunnen bevinden en vrijwillige CO2 emissierechten kunnen bijgevolg niet worden gehouden in een register dat door de VN is goedgekeurd.



Van de overige in feit 2 tenlastegelegde mededelingen acht het hof niet bewezen dat deze vals en in strijd met de waarheid waren. Ter zake is ook geen verweer gevoerd.




Geen geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen




De vraag die, gelet op hetgeen in cassatie is geoordeeld, thans voorligt, is of de brochure ‘ [tekst] ’ een geschrift is dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen. Dit betekent dat het hof zal moeten vaststellen of deze brochure kan worden aangemerkt als een geschrift waaraan in het maatschappelijk verkeer een zodanige betekenis pleegt te worden toegekend, dat sprake is van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen in de zin van artikel 225, eerste lid, Sr.
Van een brochure kan in zijn algemeenheid niet worden gezegd dat deze bewijsbestemming heeft. Van belang is zodoende de aard van het geschrift, de functie die een dergelijk geschrift in het maatschappelijk verkeer pleegt te vervullen en de inhoud ervan. Het gaat om de vraag of een gemiddelde burger in het algemeen vertrouwen zal stellen in het betreffende stuk, dan wel bepaalde maatschappelijke instanties in het stuk vertrouwen plegen te schenken.



Het hof dient de inhoud en karakteristieken van de brochure ‘ [tekst] ’ objectief vast te stellen. In deze brochure doet [bedrijf 1] Ltd. mededelingen van verschillende aard.



Enerzijds doet [bedrijf 1] Ltd. in deze brochure mededelingen die als (louter) reclame-uitingen kunnen worden gekenmerkt. Een aantal voorbeelden: “Actief participeren in minder vervuiling, met een uitstekend verwacht rendement (…) Met onze kennis van de markt en een full service dienstverlening streven wij naar een hoog rendement op schone lucht (…) Wij zijn uw gesprekspartner; zakelijk, discreet en verantwoord (…) Aandacht voor de markt en voor de klant, daar zijn wij goed in. Dat is wat ons onderscheidt. [bedrijf 1] biedt u deze kans met een team van bevlogen professionals. Keuze voor onze consultants vertaalt zich in de praktijk in een professioneel advies met oog voor detail en gericht op de relatie. De focus van onze dienstverlening en producten is helder; het optimaliseren van uw rendement op emissierechten, een product met winstpotentieel (…) [bedrijf 1] biedt u met VER’s interessante winstkansen op lange termijn. De handel in emissierechten is een van de snelst groeiende markten; nu is het instapmoment (…) Deze marktsituatie zorgt voor een unieke mogelijkheid. De algemene verwachting is, simpel gezegd, dat VER’s nooit goedkoper zullen worden dan ze nu zijn (…) De algemene verwachting is dat de marktvolumes voor VER’s tussen 2012 en 2020 sterk zullen groeien” (D-527, pp. 2-6). De brochure sluit af met een ‘risicowaarschuwing’ waarin staat dat dit document slechts tot doel heeft inleidende en achtergrondinformatie te verschaffen en niet is bedoeld als leidraad voor het nemen van beslissingen; het betreft ‘promotiemateriaal’ dat niet dient te worden beschouwd als verkoopaanbod van [bedrijf 1] Ltd. en aangeraden wordt advies in te winnen bij eigen adviseurs (D-527, p. 8).



Anderzijds doet [bedrijf 1] Ltd. in deze brochure ook mededelingen waarvan een potentiële belegger mag veronderstellen dat deze op waarheid berusten. Naast de hiervoor besproken valse mededelingen die deels betrekking hebben op het bedrijf (wereldspeler die al geruime tijd actief is) en deels op het product (credits bijgehouden in erkend register geautoriseerd door de Verein zur Qualitätssicherung von Finanzdienstleistungen), betreft dat bijvoorbeeld: “Zodra uw aankoop is voltooid, zullen wij uw carbon credits transfereren naar uw rekening bij [bedrijf 2] AG en voorzien wij u van een unieke login code zodat u altijd toegang heeft tot uw carbon creditrekening. U heeft zelf de volledige controle over uw carbon credits en kunt [bedrijf 2] AG op elk moment de opdracht geven deze te transfereren naar een andere rekening indien u besluit deze te verkopen danwel te gebruiken voor een CO2-uitstoot afkoop. Niemand kan over uw carbon credits beschikken zonder uw uitdrukkelijke toestemming” (D-527, p. 6).



Het hof is van oordeel dat [bedrijf 1] Ltd. in de brochure ‘ [tekst] ’, qua inhoud, in overwegende mate wervende reclame-uitingen doet en financieel rooskleurige toekomstperspectieven schetst waar het haar eigen product betreft. De functie van het geschrift als geheel is potentiële investeerders interesseren in (de aankoop van) carbon credits van [bedrijf 1] Ltd. en niet (zozeer) hen te informeren over de wederzijdse rechten en plichten. Tot slot is de aard van de brochure overwegend wervend en daarmee vooral een reclamemiddel.



Het voorgaande brengt het hof tot het oordeel dat deze brochure niet kan worden aangemerkt als een geschrift waaraan in het maatschappelijk verkeer zodanige betekenis pleegt te worden toegekend, dat sprake is van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen in de zin van artikel 225, eerste lid, Sr. De omstandigheid dat er beleggers zijn die wél vertrouwen (verklaren te) hebben gesteld in deze brochure, en (mede) op basis daarvan met [bedrijf 1] Ltd. in zee zijn gegaan, brengt op zichzelf de bewijsbestemming als bedoeld in voornoemde zin, niet met zich.



Aldus acht het hof het onder 2 tenlastegelegde niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.





Oplegging van straffen


De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.



De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van de tijd die de
verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.



De raadsvrouw heeft verzocht aan de verdachte een taakstraf op te leggen voor de duur van 240 uren en
een gevangenisstraf voor de duur van 196 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd
van 2 jaren. Volgens de raadsvrouw dient een hogere straf, ook voor de maatschappij, geen enkel doel meer, gelet op het extreme tijdsverloop van de procedure, de bepleite vrijspraak van feit 2, de ongelijkheid in vervolgings- en sanctiebeleid ten opzichte van de medeverdachten en de strafoplegging in vergelijkbare zaken. De verdachte is bereid en in staat een werkstraf uit te voeren. Hij werkt als zelfstandige, waardoor een werkstraf voor hem daadwerkelijk belastend zou zijn.



Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.



De verdachte heeft zich bij de verkoop van vrijwillige CO2 emissierechten schuldig gemaakt aan (beleggings)fraude. Dit strafbare feit heeft de verdachte gepleegd in een criminele organisatie waarin hij een belangrijke rol had, een en ander gedurende een periode van bijna anderhalf jaar. De verdachte heeft – samen met zijn medeverdachten – een behoorlijk aantal slachtoffers opgelicht. Als gevolg van dit handelen zijn de slachtoffers gedupeerd en is hun vertrouwen in de medemens geschaad. De verdachte en zijn medeverdachten hebben – uitsluitend gedreven door eigen financieel gewin – aanzienlijke schade aangericht en ook het vertrouwen geschonden dat men in het algemeen moet kunnen stellen in het financiële handelsverkeer.



De verdachte heeft een cruciale rol gehad in de hiervoor beschreven strafbare feiten. Hij heeft samen met

[persoon 7] de verkoop van de vrijwillige emissierechten geïnitieerd en dit zogenaamde investeringsobject vanuit Engeland naar Nederland gebracht. De verdachte had een belangrijke rol in het verkoopproces en binnen de criminele organisatie en heeft er substantiële geldbedragen mee verworven.



Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 25 juni 2026 is hij niet
eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld.



Gelet op de ernst en omvang van de hiervoor beschreven strafbare feiten, alsmede gelet op de rol van de verdachte daarin, is uitsluitend een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. De door de raadsvrouw verzochte taakstraf in combinatie met een gevangenisstraf die inhoudt dat de verdachte (op dit moment) niet terug hoeft naar de gevangenis, doet onvoldoende recht aan de hiervoor beschreven ernst van de feiten. De vrijspraak voor het onder 2 tenlastegelegde, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de ouderdom van de feiten maken dat niet anders. Het hof acht alles afwegende in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden passend en geboden.




Redelijke termijn

In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de
fundamentele vrijheden (EVRM) is het recht van iedere verdachte gewaarborgd binnen een redelijke
termijn te worden berecht.



Als uitgangspunt wordt, nadat de redelijke termijn is aangevangen, 2 jaren per instantie aangehouden. In deze zaak is echter sprake van bijzondere omstandigheden die met zich brengen dat de redelijke termijn deels op 3 jaren dient te worden gesteld. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.



Onderhavige zaak maakt deel uit van onderzoek Zevenblad, een grootschalig (beleggingsfraude-) onderzoek met meerdere verdachten en bestaande uit meerdere deelonderzoeken. In onderzoek Zevenblad heeft op 5 november 2013 een actiedag plaats gevonden, waarbij diverse verdachten zijn aangehouden. Het omvangrijke onderzoek heeft onder meer heeft bestaan uit rechtshulpverzoeken in 19 verschillende landen. Er zijn veel getuigen gehoord. Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep (voorafgaand aan de terugwijzing door de Hoge Raad) hebben in onderhavig deelonderzoek met meerdere verdachten meerdere zittingsdagen plaatsgevonden. Gelet op de omvang van het onderzoek, de ingewikkeldheid daarvan en het internationale karakter acht het hof een redelijke termijn van 3 jaren per instantie gerechtvaardigd in de fasen voorafgaand aan het instellen van cassatie en terugwijzing. Voor de fasen in cassatie en na terugwijzing hanteert het hof 2 jaren per instantie.



De redelijke termijn vangt aan op het moment dat door de Nederlandse Staat jegens de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit een strafvervolging zal worden ingesteld.



In het onderhavige geval moet de aanvangsdatum van de redelijke termijn op 5 november 2013 worden gesteld, de datum waarop de verdachte is aangehouden en in verzekering is gesteld. Het vonnis van de rechtbank dateert van 1 mei 2020. Tegen dit vonnis is op 14 mei 2020 namens de verdachte hoger beroep ingesteld, waarna het hof op 13 juli 2023 arrest heeft gewezen. Tegen dit arrest is op 27 juli 2023 cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, die op 8 juli 2025 arrest heeft gewezen en de zaak naar het hof heeft teruggewezen. Thans doet het hof uitspraak op 23 juli 2026.



Uitgaande van een redelijke termijn van 3 jaren in eerste aanleg en in hoger beroep, voorafgaand aan cassatie en terugwijzing, is in die fasen sprake van een overschrijding met 3 jaren en 6 maanden respectievelijk 2 maanden. Uitgaande van een redelijke termijn van 2 jaren zowel in de cassatiefase als in de fase na terugwijzing is in die fasen geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.



De hiervoor genoemde overschrijdingen in eerste aanleg en eerste appelfase van (in totaal) 3 jaren en 8 maanden zijn niet aan de verdachte te wijten en moeten dan ook leiden tot een lagere straf. Het hof zal op grond hiervan de op te leggen straf matigen en volstaan met een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van het voorarrest.




Tenuitvoerlegging

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv, aan de orde is.




Beslag

Gedurende het onderzoek naar de aan de verdachte ten laste gelegde feiten zijn in beslag genomen:
een HP Compaq computer, een Apple Power Mac computer, een Apple computer, twee Nokia telefoons
en acht documentenmappen. Deze in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen moeten worden
verbeurdverklaard. Het bewezenverklaarde is met behulp van die aan de verdachte toebehorende
voorwerpen begaan of voorbereid.





Toepasselijke wettelijke voorschriften


De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 63 (oud), 140 en 326 Sr.






BESLISSING


Het hof:



Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover thans nog aan de orde na terugwijzing door
de Hoge Raad, en doet in zoverre opnieuw recht.



Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.



Veroordeelt de verdachte ter zake van het onder 1 en 3 bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.



Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.



Verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:



een HP Compaq computer (goednummer OI2619-48684-IBN-A .pc1);


een Apple Power Mac computer (goednummer OI2619-48684-A11 .pc2);


een Apple computer (goednummer OI2619-48684-IBN-B3 .pc3);


twee Nokia telefoons (goednummers OI2619-48684-B3 .GSM1 en OI2619-48684-B3 .GSM2);


acht documentenmappen (goednummers OI2619-48684-KVI-029, OI2619-48684-KVI-031, OI2619-48684-KVI-032, OI2619-48684-KVI-041, OI2619-48684-KVI-047 tot en met OI2619-48684-KVI-049, en OI2619-48684-KVI-058).




Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Senden, mr. A.P.M. van Rijn en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 juli 2026.



=========================================================================


[…]










Zie bijvoorbeeld de getuigen [getuige 2] en [persoon 7] .