Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2026:1635

2026-06-18 Strafrecht 23-000573-21
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-06-18
Publicatiedatum
2026-06-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
23-000573-21
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Overeengekomen schikking.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.117 tekens)
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000573-21
datum uitspraak: 4 juni 2026


TEGENSPRAAK


Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-171398-20 tegen




[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
adres: [adres] .


Onderzoek ter terechtzitting


Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
4 juni 2026.



De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.



Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.





Ontvankelijkheid van de verdachte en de officier van justitie in het hoger beroep




Het hof heeft kennisgenomen van een tussen de verdachte en de officier van justitie gesloten schikking ex artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 22 januari 2025.



De advocaat-generaal heeft bevestigd dat de verdachte de overeengekomen schikking is nagekomen door betaling van € 1.300.000,-. Onderdeel van de schikking is dat beide partijen het door hen ingestelde hoger beroep in de onderhavige strafzaak zullen intrekken.



De verdachte en zijn raadsvrouw hebben de schikking ter terechtzitting bevestigd. Achtergrond van de overeengekomen schikking is volgens de raadsvrouw dat de verdachte afstand heeft genomen van zijn criminele verleden, een nieuwe start wil maken zonder hernieuwde detentie en de zaak als afgedaan wil kunnen beschouwen. De verdachte wenst op grond van de schikking niet-ontvankelijk te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.



Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd dat zowel de verdachte als de officier van justitie niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in het hoger beroep, gelet op hetgeen ten aanzien van de strafzaak is overeengekomen in de schikking met betrekking tot een ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van de verdachte.



Gehoord de verdediging en de advocaat-generaal en nu het hof ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zullen de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, overeenkomstig het bepaalde in artikel 416 Sv.





BESLISSING


Het hof verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.




Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. A.P.M. van Rijn en mr. H.A. Stalenhoef, in tegenwoordigheid van
mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 juni 2026.