Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2016:104
2016-01-19
Civiel recht
200.158.363/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:754 → ECLI:NL:GHAMS:2016:104 bekrachtiging/bevestiging
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHAMS:2016:104 → ECLI:NL:GHAMS:2015:4652
Inhoudsindicatie
Tussentijds cassatie.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.103 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.158.363/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : 498670 / HA ZA 11-2434
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 januari 2016
inzake
1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WEAVER B.V.,
gevestigd te Naarden,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PARNASSUS PARTICIPATIEFONDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VENDIA GROUP B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
4. [APPELLANT SUB 4],
wonende te [woonplaats],
5. [APPELLANT SUB 5],
wonende te [woonplaats],
appellanten,
advocaat: mr. B.E.J.L.C. Verbunt te Amsterdam
tegen
1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ALSTONVILLE PROPERTIES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de vennootschap naar het recht van de Britse Maagdeneilanden
TROPICAL INDUSTRIAL INVESTMENTS LIMITED,
gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden,
geïntimeerden,
advocaat: mr. R.J. van Agteren te Amsterdam.
1Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna wederom respectievelijk Weaver, PPF, Vendia, [appellant sub 4], [appellant sub 5], Alstonville en Tropical genoemd. Appellanten gezamenlijk zullen Weaver c.s. worden genoemd.
In deze zaak heeft het hof op 10 november 2015 een tussenarrest gewezen waarbij het hof het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 augustus 2014 heeft bekrachtigd en de zaak heeft terugverwezen naar de rechtbank Amsterdam voor voortprocederen.
Bij brief van hun advocaat mr. B.E.J.L.C. Verbunt van 23 december 2015 heeft Weaver c.s. het hof verzocht - voor zover dat is vereist - te bepalen dat tegen het arrest van 10 november 2015 onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld.
Bij brief van hun advocaat mr. R.J. van Agteren van 6 januari 2016 hebben Alstonville en Tropical het hof bericht dat zij zich wat betreft het verzoek van Alstonville c.s. refereren aan het oordeel van het hof.
2Beoordeling
Het hof vindt in hetgeen door Weaver c.s. is aangevoerd, mede gelet op de referte van Alstonville en Tropical, voldoende aanleiding om het verzoek toe te wijzen.
3Beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het in deze zaak gewezen arrest van 10 november 2015 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P. van Achterberg, W.A.H. Melissen en J.F. Aalders en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2016.
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.158.363/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : 498670 / HA ZA 11-2434
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 januari 2016
inzake
1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WEAVER B.V.,
gevestigd te Naarden,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PARNASSUS PARTICIPATIEFONDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VENDIA GROUP B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
4. [APPELLANT SUB 4],
wonende te [woonplaats],
5. [APPELLANT SUB 5],
wonende te [woonplaats],
appellanten,
advocaat: mr. B.E.J.L.C. Verbunt te Amsterdam
tegen
1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ALSTONVILLE PROPERTIES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de vennootschap naar het recht van de Britse Maagdeneilanden
TROPICAL INDUSTRIAL INVESTMENTS LIMITED,
gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden,
geïntimeerden,
advocaat: mr. R.J. van Agteren te Amsterdam.
1Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna wederom respectievelijk Weaver, PPF, Vendia, [appellant sub 4], [appellant sub 5], Alstonville en Tropical genoemd. Appellanten gezamenlijk zullen Weaver c.s. worden genoemd.
In deze zaak heeft het hof op 10 november 2015 een tussenarrest gewezen waarbij het hof het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 augustus 2014 heeft bekrachtigd en de zaak heeft terugverwezen naar de rechtbank Amsterdam voor voortprocederen.
Bij brief van hun advocaat mr. B.E.J.L.C. Verbunt van 23 december 2015 heeft Weaver c.s. het hof verzocht - voor zover dat is vereist - te bepalen dat tegen het arrest van 10 november 2015 onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld.
Bij brief van hun advocaat mr. R.J. van Agteren van 6 januari 2016 hebben Alstonville en Tropical het hof bericht dat zij zich wat betreft het verzoek van Alstonville c.s. refereren aan het oordeel van het hof.
2Beoordeling
Het hof vindt in hetgeen door Weaver c.s. is aangevoerd, mede gelet op de referte van Alstonville en Tropical, voldoende aanleiding om het verzoek toe te wijzen.
3Beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het in deze zaak gewezen arrest van 10 november 2015 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P. van Achterberg, W.A.H. Melissen en J.F. Aalders en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2016.