Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2026:192

2026-02-17 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 24/1515 PW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2026-02-17
Publicatiedatum
2026-02-25
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
24/1515 PW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

De Raad verklaart zich onbevoegd. Geen aanleiding voor doorbreken appèlverbod.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.071 tekens)
24/1515 PW


Datum uitspraak: 17 februari 2026


Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer


Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2024, 24/102 (aangevallen uitspraak)


Partijen:



[appellant] te [woonplaats] (appellant)


het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal



PROCESVERLOOP



Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.


OVERWEGINGEN


De aangevallen uitspraak is een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegen kan op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, geen hoger beroep worden ingesteld. Voor doorbreking van dit zogenoemde appèlverbod kan volgens vaste rechtspraak grond bestaan indien sprake is van evidente schending van eisen van een goede procesorde dan wel fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk proces geen sprake is.



Appellant heeft betoogd dat er in dit geval wel een grond is om het appèlverbod te doorbreken. Hij stelt dat sprake is van diverse schendingen van fundamentele rechtsbeginselen en noemt in dat verband onder andere het recht op toegang tot de rechter. Dit betoog treft geen doel. Appellant heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat met de aangevallen uitspraak dat rechtsbeginsel door de verzetrechter van de rechtbank is geschonden of dat deze de eisen van een goede procesorde niet in acht heeft genomen. Appellant heeft in de verzetprocedure immers toegang gehad tot de rechter. De verzetrechter van de rechtbank heeft appellant in de gelegenheid gesteld om op een zitting zijn standpunten naar voren te brengen, alvorens uitspraak te doen op het verzet. Appellant heeft van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt.



Overigens ziet de Raad geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de verzetrechter met de aangevallen uitspraak fundamentele rechtsbeginselen heeft veronachtzaamd. De verzetrechter van de rechtbank heeft vastgesteld dat het verzoek om vrijstelling van de verplichting tot betaling van het griffierecht zich niet in het dossier bevindt en ook in andere systemen van de rechtbank niet is terug te vinden. Daarnaast heeft de verzetrechter van de rechtbank uitgebreid gemotiveerd waarom dat verzoek zou zijn afgewezen vanwege misbruik van recht door appellant. Het oordeel dat sprake is van misbruik van recht heeft appellant niet bestreden. In wat appellant ten slotte heeft aangevoerd over de anonieme rechter ziet de Raad evenmin aanleiding voor doorbreking van het appèlverbod.



De Raad is gelet op het vorenstaande dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.



Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.



Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2026.





(getekend) M. Wolfrat





(getekend) A.H. Hagendoorn-Huls





Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.






Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 18 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:105.


Zie in dit verband (ook) de uitspraak van 18 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:105 (onder 4.6).