Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2019:4037

2019-12-05 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 18/3168 AOW-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2019-12-05
Publicatiedatum
2019-12-12
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
18/3168 AOW-PV
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Begrip duurzaam gescheiden leven, vaste rechtspraak van de Raad. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval uit de feiten en omstandigheden niet ondubbelzinnig blijkt dat sprake is van duurzaam gescheiden leven. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en verwijst naar de overwegingen waarop dat oordeel is gebaseerd. In hoger beroep niet gebleken dat appellant niet kan worden gehouden aan wat hij op het formulier “Onderzoek woonsituatie” heeft aangegeven. Geen sprake van onduidelijke feiten.

Citeert (5)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.528 tekens)
183168 AOW-PV


Datum uitspraak: 5 december 2019




Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 24 mei 2018, 18/468 (aangevallen uitspraak) en op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade







Partijen:




[appellant] te [woonplaats] (appellant)



de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)




Zitting heeft: J.J.T. van den Corput
Griffier: B.V.K. de Louw



Ter zitting zijn verschenen: appellant, bijgestaan door mr. E. Sahin, advocaat, en door E. El Idrissi, tolk. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep




bevestigt de aangevallen uitspraak;


wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.




Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.



1. Appellant ontvangt een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), laatstelijk voor een ongehuwde pensioengerechtigde. Bij besluit van 9 november 2017, in stand gelaten bij beslissing op bezwaar van 9 februari 2018 (bestreden besluit) heeft de Svb het ouderdomspensioen van appellant met ingang van augustus 2017 herzien in dat voor een gehuwde pensioengerechtigde. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat appellant is gehuwd met de in Marokko woonachtige [naam] (echtgenote) en dat uit het door appellant ingevulde formulier “Onderzoek woonsituatie” niet blijkt dat hij duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Volgens hem is wel sprake van duurzaam gescheiden leven.

4. Voor zijn vaste rechtspraak over de uitleg van het begrip duurzaam gescheiden leven verwijst de Raad naar zijn uitspraken van 19 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3017 en ECLI:NL:CRVB:2019:3018.

5. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval uit de feiten en omstandigheden niet ondubbelzinnig blijkt dat sprake is van duurzaam gescheiden leven. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en de overwegingen over de gronden waarop dat oordeel is gebaseerd en verwijst daarnaar. Ook in hoger beroep is de Raad niet gebleken dat appellant niet kan worden gehouden aan wat hij op het formulier “Onderzoek woonsituatie” heeft aangegeven.

6. In hoger beroep heeft appellant zich beroepen op de uitspraak van 17 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX1667, waarin de Raad heeft geoordeeld dat sprake was van onzorgvuldig onderzoek. De Svb heeft in verweer terecht aangevoerd dat, anders dan in genoemde uitspraak, in het onderhavige geval geen sprake is van onduidelijke feiten. Verder heeft appellant zich beroepen op de uitspraken van de Raad 14 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY6807 en van 15 april 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AI0648, waarin de Raad heeft geoordeeld dat sprake was van duurzaam gescheiden leven . De Svb heeft hierover in verweer terecht aangevoerd dat de situatie van appellant niet gelijk is aan de situatie in deze uitspraken. In de situatie van appellant is ten tijde hier van belang, anders dan in genoemde uitspraken, wel sprake van zich presenteren als echtpaar en de wens om samen te wonen.

7. Het hoger beroep slaagt niet. Dit betekent dat het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade zal worden afgewezen.

8. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.



Waarvan proces-verbaal.



De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer




(getekend) B.V.K. de Louw (getekend) J.J.T. van den Corput







Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip duurzaam gescheiden leven.