Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2019:3909

2019-11-26 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 18/3336 PW-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2019-11-26
Publicatiedatum
2019-12-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
18/3336 PW-PV
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Toekenning AOI-aanvulling. Geen sprake van bijzondere omstandigheden om met terugwerkende kracht per eerdere datum AOI toe te kennen.

Citeert (1)

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.454 tekens)
183336 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 mei 2018, 17/7039 (aangevallen uitspraak)







Partijen:




[appellant] te [woonplaats] (appellant)



de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)




Datum uitspraak: 26 november 2019



Zitting hebben: A.M. Overbeeke als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: C.M. van de Ven



Voor appellant is verschenen mr. F.E.R.M. Verhagen, advocaat. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.A. Buskens.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.



Appellant, geboren [in] 1941, heeft zich op 22 mei 2017 bij de Svb gemeld om met terugwerkende kracht tot 1 december 2008 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO‑aanvulling) aan te vragen.



Bij besluit van 6 juni 2017 heeft de Svb aan appellant met ingang van 22 mei 2017 een AIO‑aanvulling toegekend. Bij besluit van 17 juli 2017, gehandhaafd bij besluit van 15 september 2017 (bestreden besluit) heeft de Svb aan appellant bericht dat geen AIO‑aanvulling met terugwerkende kracht zal worden toegekend, omdat geen sprake is van bijzondere omstandigheden.



De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank, samengevat, overwogen dat gelet op vaste rechtspraak in beginsel geen recht op een AIO‑aanvulling bestaat over een periode voorafgaande aan de datum waarop de betrokkene zich heeft gemeld. Van dit uitgangspunt kan alleen worden afgeweken als bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, maar daarvan is volgens de rechtbank in het geval van appellant geen sprake. Onbekendheid met wet- of regelgeving, of gebrek aan voorlichting van de zijde van het betrokken bestuursorgaan, vormen volgens vaste rechtspraak geen bijzondere omstandigheden. Ook de omstandigheid dat appellant de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst is niet als een bijzondere omstandigheid aan te merken. Het is aan appellant om zich goed te (laten) informeren over voor hem relevante regelgeving. Hij had daarbij de hulp van anderen kunnen inschakelen. Appellant heeft geen stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn standpunt dat er bij hem sprake is van zodanige psychosociale omstandigheden die maken dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij de aanvraag niet eerder heeft gedaan.



De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellant heeft geen redenen aangevoerd waarom die gemotiveerde weerlegging van die gronden onjuist of onvolledig is. De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel rust en voegt daar nog het volgende aan toe. Dat door de Svb bij het toekennen van AOW inmiddels wel wordt gewezen op een mogelijk recht op een AIO‑aanvulling, leidt niet tot een ander oordeel. Het blijft immers de eigen verantwoordelijkheid van appellant om tijdig een aanvraag in te dienen. Dat appellant alleen dankzij het bijspringen van zijn kinderen kon voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan is evenmin aan te merken als een bijzondere omstandigheid. Anders dan appellant heeft betoogd, is de situatie van appellant wezenlijk anders dan die in de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3862, omdat het in die zaak om een psychisch zeer kwetsbaar persoon ging.



Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.



Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.



Waarvan proces-verbaal.



De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer





(getekend) C.M. van de Ven (getekend) A.M. Overbeeke