Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2017:4060
2017-11-21
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
16/7448 WAO
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Herhaald verzoek om herziening. Er zijn geen nova gesteld en het herzieningsverzoek is meer dan één jaar na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht ingediend. Gelet op vaste rechtspraak is herzieningsverzoek onredelijk laat ingediend en moet niet-ontvankelijk worden verklaard.
Citeert (3)
- ECLI:NL:CRVB:2015:1233 Centrale Raad van Beroep 24-03-2015
- ECLI:NL:CRVB:2014:2756 Centrale Raad van Beroep 15-08-2014
- ECLI:NL:CRVB:2015:1055 Centrale Raad van Beroep 20-03-2015
Geciteerd door (24)
- ECLI:NL:CRVB:2026:608 Centrale Raad van Beroep 15-05-2026
- ECLI:NL:CRVB:2025:76 Centrale Raad van Beroep 10-01-2025
- ECLI:NL:CRVB:2025:78 Centrale Raad van Beroep 10-01-2025
- ECLI:NL:CRVB:2024:2285 Centrale Raad van Beroep 04-12-2024
- ECLI:NL:CRVB:2024:1500 Centrale Raad van Beroep 24-07-2024
- ECLI:NL:CRVB:2024:565 Centrale Raad van Beroep 20-03-2024
- ECLI:NL:CRVB:2024:235 Centrale Raad van Beroep 01-02-2024
- ECLI:NL:CRVB:2023:2107 Centrale Raad van Beroep 10-11-2023
- ECLI:NL:CRVB:2023:2080 Centrale Raad van Beroep 31-10-2023
- ECLI:NL:CRVB:2022:2202 Centrale Raad van Beroep 13-10-2022
- ECLI:NL:CRVB:2022:2141 Centrale Raad van Beroep 29-09-2022
- ECLI:NL:CRVB:2022:1667 Centrale Raad van Beroep 14-07-2022
- ECLI:NL:CRVB:2022:1491 Centrale Raad van Beroep 30-06-2022
- ECLI:NL:CRVB:2022:1259 Centrale Raad van Beroep 02-06-2022
- ECLI:NL:CRVB:2022:854 Centrale Raad van Beroep 07-04-2022
- ECLI:NL:CRVB:2022:390 Centrale Raad van Beroep 17-02-2022
- ECLI:NL:CRVB:2021:3034 Centrale Raad van Beroep 03-12-2021
- ECLI:NL:CRVB:2021:2858 Centrale Raad van Beroep 18-11-2021
- ECLI:NL:CRVB:2021:1328 Centrale Raad van Beroep 03-06-2021
- ECLI:NL:CRVB:2021:1047 Centrale Raad van Beroep 21-04-2021
- ECLI:NL:CRVB:2020:3334 Centrale Raad van Beroep 27-11-2020
- ECLI:NL:CRVB:2020:1309 Centrale Raad van Beroep 25-06-2020
- ECLI:NL:CRVB:2019:3117 Centrale Raad van Beroep 26-09-2019
- ECLI:NL:CRVB:2018:3515 Centrale Raad van Beroep 08-11-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (4.129 tekens)
167448 WAO
Datum uitspraak: 21 november 2017
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 maart 2015, 14/2638 WAO-V
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft bij brief van 25 oktober 2016 voor een tweede maal gevraagd om herziening van de door de Raad op 24 maart 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1233) gegeven uitspraak.
Het Uwv heeft op dit verzoek geen reactie gegeven.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 10 oktober 2017. Partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
1. Op grond van artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht heeft de Raad geoordeeld dat appellant in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan de uitspraak van de Raad van 15 augustus 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:2756) niet in stand kan blijven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding voor het indienen van het hoger beroepschrift verschoonbaar is.
3. De Raad oordeelt als volgt.
3.1.1.
Gelet op de uitspraak van de Raad van 20 maart 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1055), moet in het belang van de rechtseenheid voorop worden gesteld, dat van degene die om herziening vraagt van een uitspraak mag worden verlangd dat hij niet onredelijk lang wacht met de indiening van dat verzoek. Een onredelijk laat ingediend herzieningsverzoek moet niet-ontvankelijk worden verklaard.
3.1.2.
Een verzoek om herziening wordt in de regel geacht onredelijk laat te zijn ingediend, indien het verzoek is ingediend meer dan een jaar nadat de indiener bekend is geworden met de daarin gestelde nieuwe feiten en omstandigheden (nova) dan wel, indien geen nova zijn gesteld, als het is ingediend meer dan een jaar na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht.
3.1.3.
De hiervoor in 3.1.2 geformuleerde regel geldt niet voor het indienen van een verzoek om herziening van een uitspraak over een bestuurlijke boete. Een dergelijk verzoek is niet aan de in 3.1.2 vermelde termijn van één jaar gebonden.
3.2.
In deze zaak, die geen betrekking heeft op een uitspraak over een bestuurlijke boete, zijn bij het herzieningsverzoek geen nova gesteld en is het herzieningsverzoek meer dan één jaar na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht ingediend. Daarom moet worden geoordeeld dat het verzoek om herziening onredelijk laat is ingediend. 3.3. Gelet op 3.1.1 tot en met 3.2 moet het voorliggende herzieningsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van H. Achtot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2017.
(getekend) A.T. de Kwaasteniet
(getekend) H. Achtot
RH
Datum uitspraak: 21 november 2017
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 maart 2015, 14/2638 WAO-V
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft bij brief van 25 oktober 2016 voor een tweede maal gevraagd om herziening van de door de Raad op 24 maart 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1233) gegeven uitspraak.
Het Uwv heeft op dit verzoek geen reactie gegeven.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 10 oktober 2017. Partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
1. Op grond van artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht heeft de Raad geoordeeld dat appellant in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan de uitspraak van de Raad van 15 augustus 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:2756) niet in stand kan blijven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding voor het indienen van het hoger beroepschrift verschoonbaar is.
3. De Raad oordeelt als volgt.
3.1.1.
Gelet op de uitspraak van de Raad van 20 maart 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1055), moet in het belang van de rechtseenheid voorop worden gesteld, dat van degene die om herziening vraagt van een uitspraak mag worden verlangd dat hij niet onredelijk lang wacht met de indiening van dat verzoek. Een onredelijk laat ingediend herzieningsverzoek moet niet-ontvankelijk worden verklaard.
3.1.2.
Een verzoek om herziening wordt in de regel geacht onredelijk laat te zijn ingediend, indien het verzoek is ingediend meer dan een jaar nadat de indiener bekend is geworden met de daarin gestelde nieuwe feiten en omstandigheden (nova) dan wel, indien geen nova zijn gesteld, als het is ingediend meer dan een jaar na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht.
3.1.3.
De hiervoor in 3.1.2 geformuleerde regel geldt niet voor het indienen van een verzoek om herziening van een uitspraak over een bestuurlijke boete. Een dergelijk verzoek is niet aan de in 3.1.2 vermelde termijn van één jaar gebonden.
3.2.
In deze zaak, die geen betrekking heeft op een uitspraak over een bestuurlijke boete, zijn bij het herzieningsverzoek geen nova gesteld en is het herzieningsverzoek meer dan één jaar na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht ingediend. Daarom moet worden geoordeeld dat het verzoek om herziening onredelijk laat is ingediend. 3.3. Gelet op 3.1.1 tot en met 3.2 moet het voorliggende herzieningsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van H. Achtot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2017.
(getekend) A.T. de Kwaasteniet
(getekend) H. Achtot
RH