Dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld in verkeer door als bestuurder van auto op provinciale weg volledig op verkeerde weghelft terecht te komen en vervolgens frontaal in botsing te komen met tegemoetkomende auto als gevolg waarvan bijrijder is overleden en bestuurder zwaargewond is geraakt,
Wegenverkeerswet 1994
Art. 6 WVW
Genoemd in 2.458 uitspraken · Officiële wettekst
2.458 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
1. N-o OM in de vervolging. 2. Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. Ad 1. De verwerping door het hof van het tot n-o verklaring van het OM in de vervolging strekkend verweer geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 2. De HR herhaalt de to
Schuld ex art. 6 WVW 1994. Vooropgesteld moet worden dat in cassatie slechts kan worden onderzocht of de schuld aan het verkeersongeval i.d.z.v. art. 6 WVW 1994 – i.c. het bewezenverklaarde aanmerkelijk onoplettend en met aanmerkelijke verwaarlozing van de ten dezen geboden voorzichtigheid rijden –
Schuld i.d.z.v. art. 6 WVW1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AO5822. Anders dan het Hof kennelijk heeft geoordeeld, kan uit de enkele omstandigheid dat verdachte in de door het Hof vastgestelde omstandigheden van het geval de motorrijder aan wie hij voorrang had dienen te verlenen n
Zwaar lichamelijk letsel door schuld (roekeloosheid) in verkeer door als bestuurder van auto met snelheid van 175 tot 184 km/u te rijden op weg waar maximumsnelheid van 80 km/u geldt en te proberen op eenbaansweg links in te halen als gevolg waarvan ernstig ongeval plaatsvindt, waarbij bestuurder va
Roekeloosheid, art. 6 jo. art. 175.2 WVW 1994. De door het Hof in het bijzonder in aanmerking genomen omstandigheden dat verdachte onder invloed van alcohol en zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs slingerend, met wisselende snelheden en op te korte afstand van andere auto’s heeft gereden, v
1. Toestemming voor bloedonderzoek, art. 8.2.b. WVW 1994. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT3993. Hieruit volgt dat art. 359a Sv het toetsingskader vormt voor de gevolgen te verbinden aan het mogelijk onbevoegd vragen van toestemming voor bloedonderzoek aan een persoon
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BU2016. Bij de toetsing in cassatie van beslissingen in concrete gevallen, waarbij de HR slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid kan verschaffen omtrent de inhoud van het b
Dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld in het verkeer door als automobilist vanuit parkeerhaven de weg op te rijden om te keren ten gevolge waarvan aanrijding met motor is veroorzaakt, waardoor motorrijder is overleden en diens bijrijder ernstig gewond is geraakt, art. 6 WVW 1994. Schuld a.b.i
Nijmeegse scooterzaak. Vervolg op ECLI:NL:HR:2013:1964. Medeplegen van overtreding van art. 6 WVW 1994. Het Hof heeft geoordeeld dat de wijze waarop verdachte en zijn mededader met de motorscooter zijn gevlucht als een zó waarschijnlijke mogelijkheid besloten lag in hun eerdere nauwe en bewuste same
Art. 6 WVW. HR verwijst naar HR LJN AO5822. Het Hof heeft blijkens de gebezigde bewijsmiddelen en de overwegingen t.a.v. de bewezenverklaring vastgesteld dat de verdachte als bestuurder van een elf meter lange vrachtwagencombinatie reed op de Stadionkade te Amsterdam, dat hij op het kruispunt met de
Filefuik-zaak. 1. Roekeloosheid, art. 6 jo. art. 175 WVW 1994. 2. Klacht over toewijzing door de bp-en gevorderde kosten voor rechtsbijstand, art. 592a Sv. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. V.zv. het middel klaagt dat ’s Hofs motivering tekortschiet nu de door het
Artt. 6 en 175 WVW 1994. Roekeloosheid. HR herhaalt HR LJN A05822. Voor de schuldvorm "roekeloosheid" geldt op zichzelf hetzelfde, zij het dat daarbij moet worden betrokken dat deze roekeloosheid in de wetsgeschiedenis als “de zwaarste vorm van het culpose delict” wordt aangemerkt die tot onder meer
Schuld i.d.z.v. art. 6 WVW 1994. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AO5822. Anders dan het Hof kennelijk heeft geoordeeld, kan uit de enkele omstandigheid dat verdachte in de door het Hof vastgestelde omstandigheden van het geval de fietser aan wie hij voorrang had dienen te verlenen
Dood door schuld in het verkeer, art. 6 WVW 1994. Dodelijk verkeersongeval veroorzaakt door psychose t.g.v. amfetaminegebruik te wijten aan schuld verdachte? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AO5822 en ECLI:NL:HR:2008:BC3797 m.b.t. bestanddeel “schuld” in art. 6 WVW 1994 en vero
Vordering tul en oplegging vervangende hechtenis die duur van niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt, art. 14g en 22d Sr. Omzetting vier weken voorwaardelijke hechtenis in taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:383 en E
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. Het Hof heeft zijn oordeel dat te dezen sprake is van roekeloosheid voorzien van een motivering als bedoeld in deze overwegingen. V.zv. het middel klaagt dat die motiveri
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BU2016. Bij de toetsing in cassatie van beslissingen in concrete gevallen, waarbij de HR slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid kan verschaffen omtrent de inhoud van het b
Roekeloosheid, art. 6 jo. art. 175 WVW 1994. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht daarvan schiet de bewijsvoering van het Hof tekort. De door het Hof blijkens de nadere bewijsoverweging i.h.b. in aanmerking genomen omstandigheden zouden toereikend kunnen zijn
Schuld ex. art. 6 WVW 1994. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN AO5822. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte als bestuurder van een personenauto ’s nachts met een snelheid van 50 à 60 km/u rijdende over een buitenweg die niet van straatverlichting was voorzien, zonder snelheid te min
-
Dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld (roekeloosheid) in het verkeer door als passagier van bestelbus vanaf achterbank onverhoeds aan handrem te trekken waardoor bus met 70 km/u tegen viaduct botst, waardoor bestuurder overlijdt en bijrijder zwaar gewond raakt, art. 6 jo. 175.2 (oud) WVW 1994
Nijmeegse scooterzaak. Veroordeling ter zake van medeplegen van dood door schuld in het verkeer. Gevangenisstraf 3 jaar en 9 maanden. Medeverdachte: ECLI:NL:GHSHE:2016:2428.
Art. 6 WVW 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood. 1. Schuld en causaliteit. 2. Verkeerde toepassing van art. 27 Sr. Ad 1. Snelheidswedstrijd tussen verdachte en X. Het Hof heeft o.b.v. onder meer diens vaststellingen geoordeeld dat ook verdachte zich zeer onvoorzichti
Roekeloosheid bij een verkeersruzie op de snelweg, art. 6 en 175 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960 m.b.t. roekeloosheid als zwaarste, aan opzet grenzende, schuldvorm, waarvan alleen in uitzonderlijke gevallen sprake is. Uit de bewijsvoering kan worden afgeleid dat
Roekeloosheid, art. 6 jo. art. 175 WVW 1994. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:960, NJ 2014/25. De bewijsvoering van het Hof schiet tekort. De door het Hof blijkens de nadere bwo in aanmerking genomen omst. (drinken van 7x de toegestane hoeveelheid alcohol, rijden met een snelheid van minstens 147 km/uur
OM-cassatie. Dodelijk ongeval. Vrijspraak art. 5 WVW 1994. Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte geen gevaar op de weg heeft veroorzaakt of het verkeer heeft gehinderd. Daarbij heeft het Hof in aanmerking genomen dat de X-weg een voorrangsweg is en verdachte erop mocht vertrouwen dat de bromfiet
Falende bewijsklacht schuld a.b.i. art. 6 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen over toetsing in cassatie uit ECLI:NL:HR:2004:AO5822, NJ 2005/252. ’s Hofs oordeel dat verdachte, mede als gevolg van de door hem ingenomen alcoholhoudende drank, aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend is gewee
Artt. 6 en 175 WVW 1994. Roekeloosheid. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht van die overwegingen schiet de bewijsvoering van het Hof tekort. De door het Hof in het bijzonder in aanmerking genomen omstandigheden – kort gezegd, dat door verdachte die niet besch
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BU2016. Bij de toetsing in cassatie van beslissingen in concrete gevallen, waarbij de HR slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid kan verschaffen omtrent de inhoud van het b
1. Schuld ex art. 6 WVW 1994. 2. Strafmotivering / geen blijk van inzicht in verwijtbaarheid. Ad 1. In cassatie kan slechts worden onderzocht of de schuld aan het verkeersongeval ex art. 6 WVW 1994, in het onderhavige geval het bewezenverklaarde zeer onvoorzichtig en onoplettend handelen, uit de doo
Dodelijk verkeersongeval in Eindhoven waarbij lid van arrestatie- en ondersteuningsteam als bestuurder van politieauto die deel uitmaakt van colonne in botsing is gekomen met vrouw op snorfiets. Dood door “schuld” in het verkeer, art. 6 WVW 1994. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep van verdachte waar
Schuld i.d.z.v. roekeloosheid, art. 6 en 175 WVW 1994. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. Het Hof heeft zijn oordeel dat te dezen sprake is van roekeloosheid voorzien van een motivering als in deze overwegingen bedoeld. V.zv. het middel klaagt dat die motivering tekor
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht van deze overwegingen schiet de bewijsvoering van het Hof tekort.
Artt. 6 en 175 WVW 1994. Schuld. Roekeloosheid. HR herhaalt de relevante overwegingen t.a.v. schuld i.d.z.v. art. 6 WVW 1994 en “roekeloosheid” uit HR LJN A05822 en HR LJN BU2016. De motivering van het Hof schiet tekort. De door het Hof genoemde omstandigheden zouden toereikend kunnen zijn voor het
-
Artikel 4 lid 1 WAM en daarop gebaseerde polisvoorwaarde, die aansprakelijkheid uitsluit voor schade toegebracht aan de bestuurder van het motorrijtuig dat het ongeval veroorzaakt. De bestuurder verliest niet zijn hoedanigheid vanaf het moment van het aantrekken van de handrem door een passagier, wa
Letselschadezaak. WAM-aansprakelijkheid voor schade van de bestuurder van een voertuig van de verzekeraar. Eigen schuld. Billijkheidscorrectie.
Artt. 6 en 175 WVW 1994. Bewijs van schuld ex art. 6 WVW 1994; roekeloosheid. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AO5822 en HR LJN BU2016. De door het Hof genoemde omstandigheden dat verdachte de controle over het rijtuig heeft verloren, doordat hij na het gebruik van alcoholhoudende drank
Verlaten plaats ongeval. ‘Betrokkenheid’ bij een verkeersongeval a.b.i. art. 7.1 aanhef en onder a WVW 1994. De HR herhaalt in een vooropstelling de relevante overwegingen uit HR LJN AP1215 m.b.t. betrokkenheid bij een verkeersongeval in de zin van genoemde bepaling. De HR voegt daaraan toe dat in h
Artikel 6 WVW'94. Schuld in de gradatie van roekeloosheid. Verdachte heeft als bestuurder van een auto met veel te hoge snelheid, langere tijd en op korte afstand achter een andere auto gereden en is ondermeer in botsing gekomen met overstekende persoon in rolstoel die daardoor is overleden. Geen st
Schuld ex art. 6 WVW 1994. Toentertijd 69-jarige verdachte, die een black-out heeft t.g.v. een epileptische aanval, rijdt buiten de bebouwde kom met zijn auto tegen rechts voor hem rijdende 65-jarige fietser aan, als gevolg waarvan zij zwaar lichamelijk letsel (traumatisch hersenletsel en diverse fr
Oplegging Tbs-maatregel bij veroordeling t.z.v. art. 6 jo. 175 WVW 1994. Motiveringsplicht ex art. 359.7 Sv. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:BY8434: ingeval aan verdachte de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege is opgelegd t.z.v. een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor
Schuld in de zin van roekeloosheid. Art. 6, 175 WVW 1994. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht van deze overwegingen schiet ’s Hofs bewijsvoering tekort. De door het Hof i.h.b. in aanmerking genomen omstandigheden – kort gezegd: fors alcoholgebruik en ernst
Schuld a.b.i. art. 6 WVW 1994. De HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2004:AO5822. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte met een – gelet op de bijzondere omstandigheden (op 1 januari 2010 omstreeks 00:25 uur, veel mensen op straat, volop afsteken van vuurwerk) – te hoge snelheid en
Schuld ex art. 6 WVW 1994. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AO5822. Het Hof heeft o.m. vastgesteld dat verdachte in de schemering als bestuurder van een personenauto over een weg heeft gereden met een snelheid die 11 à 19 km/u hoger was dan de toegestane max. snelheid van 80 km/u, d
Onder normale bezigheden a.b.i. art. 6 WVW 1994 dienen te worden verstaan bezigheden die kunnen worden aangemerkt als ambts- of beroepsbezigheden of bezigheden die daarmee vergelijkbaar zijn (HR LJN AA9370, NJ 2001, 162). Blijkens de bewijsmiddelen heeft het hof vastgesteld dat X een zware hersensch
Tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ex art. 6 WVW 1994. Uit de als bewijsmiddel gebezigde medische verklaring betreffende het slachtoffer voorzover inhoudende “uitwendig letsel: aangezichtskneuzingen, gekneusde linkerpols, verwachte duur arbeidsongeschikthei
Conclusie AG. Doodslag door opzettelijk met vrachtwagen inrijden op motoragent en verlaten plaats ongeluk (art. 287 Sr en 7 WWW 1991). Middel 1 over de oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel naast een ongemaximeerde terbeschikkingstelling met verpleging van overheids
Conclusie A-G. Verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel (art. 6 WVW). Bewezenverklaring roekeloosheid via art. 5a WVW. Hoewel deelklacht terecht klaagt over de gebrekkige bewijsmotivering van het voor art. 5a vereiste opzet op 'gevaarlijk inhalen’, faalt het middel omdat roekeloosheid ook zonder
Overtreding van artikel 6 WVW. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte roekeloos heeft gereden, zoals bedoeld in artikel 5a WVW. Als gevolg van het roekeloze rijgedrag zijn twee vrouwen komen te overlijden. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden,
Conclusie AG. Verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel (art. 6 WVW 1994). 1: Bewijsklachten schuld i.d.z.v. 6 WVW 1994. 2: Klacht over verwerping verweer en UOS-klachten. 3: Ontbrekende pleitnota in hoger beroep. Onderzoek ter terechtzitting nadien opnieuw aangevangen wegens gewijzigde samenstel
Verzekeringsrecht, WAM; bestuurdersexoneratie in de zin van art. 4 lid 1 WAM van toepassing in geval van passagier die aan handrem trekt een ernstig ongeval veroorzaakt waardoor degene die achter het stuur zit letselschade oploopt? BenGH 8 december 1994, A93/5, ECLI:NL:XX:1994:AD6481. Parallel met B
Vordering b.p. Kosten rechtsbijstand. Liquidatietarief. HR herhaalt uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1533 en ECLI:NL:HR:2000:ZD1786 dat rechtsbijstandskosten geen rechtstreekse schade zijn a.b.i. art. 51f.1 Sv en daarom niet als onderdeel van de schade in de zin van art. 51f Sv kunnen worden gevorderd, dan wel
Als gevolg van letsel opgelopen door een aanrijding een aantal weken geen vrijwilligerswerk kunnen verrichten. Art. 6 WVW 1994, uitleg bestanddeel “zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat”. HR herhaalt relevante ov
HR: art. 81.1 RO.
1 . Art. 51 Sv. 2. Het in hulpeloze toestand achterlaten van een ander a.b.i. art. 7.1.b WVW 1994. 3. Vordering b.p. Ad 1. Falende klacht over het niet naleven van het in art. 51, tweede volzin, Sv vervatte voorschrift. Uit het aan de cassatieschriftuur gehechte stuk kan niet worden afgeleid dat de
Een 65-jarige automobilist uit Groesbeek is door de rechtbank vrijgesproken van het verwijtbaar veroorzaken van een dodelijk ongeval. De man wordt geen verwijt gemaakt omdat aannemelijk is geworden dat hij ten tijde van het ongeval een hartstilstand heeft gehad waardoor hij is flauwgevallen.
Jeugdzaak. Letsel door schuld in verkeer (art. 6 WVW 1994) en verlaten plaats ongeval (art. 7.1.b (oud) WVW 1994). 1. Bewijsklacht verlaten plaats ongeval t.a.v. “hulpeloze toestand”. 2. Verandering van wetgeving, art. 1.2 Sr. Kon hof bij oplegging van schadevergoedingsmaatregel gijzeling bepalen i.
Automobilist geeft geen voorrang aan voetganger op zebrapad waardoor botsing ontstaat. Zwaar lichamelijk letsel bij de voetganger. Vrijspraak artikel 6 WVW en vrijspraak artikel 5 WVW, veroordeling voor artikel 49 RVV. Geldboete €750,00
Conclusie A-G. Doodslag in het verkeer, meermalen gepleegd (art. 287 Sr). Aanrijding van snorfiets door automobilist te Alblasserdam in 2022 waarbij twee jonge vrouwen om het leven zijn gekomen. Het middel komt met meerdere klachten op tegen het oordeel van het hof dat sprake is van voorwaardelijk o
Art 6 WVW met dodelijke afloop. Hypoglykemie bij vrachtwagenchauffeur met diabetes. Vaststelling strafrechtelijke schuld van de chauffeur. Matigende invloed op mate van schuld vanwege (scherpe) instelling door behandelend artsen van de door verdachte na te streven bloedsuikerwaarden. Eis: 6 maanden
Op 15 september 2020 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden tussen een personenauto en een bromfietster met duopassagier, waarbij de bestuurster van de bromfiets is overleden en de passagier zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De automobilist heeft de maximum snelheid fors overschreden en on
Vrijspraak artikel 6 WVW, bewezenverklaring 5 WVW
Antilliaanse zaak. Schuld a.b.i. art. 4.1 Landsverordening Wegverkeer Aruba. Verdachte rijdt door epileptische aanval op verkeerde weghelft en veroorzaakt dodelijk verkeersongeval. Verkeersongeval te wijten aan schuld verdachte? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:830 m.b.t. het m
Conclusie AG. Medeplichtigheid bij of na het plegen van het feit? Oordeel hof dat het verder vervoeren van een oplegger met gestolen goederen (kobalt) strafbare medeplichtigheid oplevert geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De AG stelt zich op het standpunt da
Conclusie A-G. Verbeterde lezing of grondslagverlating van op art. 13 lid 1 aanhef en onder a Flora- en faunawet (oud) toegesneden tenlastelegging?
Nijmeegse scooterzaak. Veroordeling ter zake van medeplegen van dood door schuld in het verkeer. Gevangenisstraf 4 jaar. Medeverdachte: ECLI:NL:GHSHE:2016:2429.
aanrijding auto en motor, letselschade motor; niet vast te stellen wie door rood reed; toepassing HR 8 juli 2011 ECLI:NL:HR:2011:BP6996.
De zaken betreffen hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 juni 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:CA3123. Het gaat om boetes wegens schending van de geheimhoudingsplicht van de netbeheerder op grond van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. De conclusie wordt aan partijen toegez
Schuld i.d.z.v art. 6 WVW 1994. Verdachte is met een trekker met oplegger een voorrangskruising opgereden zonder voorrang te verlenen aan een van links komend personenbusje. Met zijn overweging dat verdachte het personenbusje voorrang had moeten geven en om die reden zijn snelhei d had moeten aanpas
-
“Schuld” i.d.z.v. art. 6 WVW1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AO5822. Gelet op ’s Hofs vaststellingen geeft het oordeel dat verdachte zodanig onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden dat sprake is van schuld a.b.i. art. 6 WVW1994 geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is
Zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan ex art. 6 WVW 1994. Uit de aard van het letsel (chirurg: “breuk in de achtervoet”, politiearts: “hielbeenbreuk, geschatte genezingsduur plm.: een half jaar”) en de geschatte duur van
Vrijspraak voor 6 WVW. De onderdelen van de tenlastelegging komen feitelijk voort uit één gedraging, namelijk te hard rijden. Hierdoor heeft de verdachte niet op tijd kunnen stoppen en geen voorrang verleend. Het zicht naar rechts werd belemmerd door een rietkraag en blijkbaar was de verdachte er on
Conclusie AG. Verkeersongeval tussen auto en fietser op avond dat het donker was en het wegdek erg glad was door sneeuw. Verdachte nam met auto in T-splitsing bocht te ruim en raakte daarbij een tegemoetkomende fietser. Het eerste middel klaagt over het oordeel dat het verkeersongeval aan de schuld
De rechtbank acht bewezen dat verdachte tijdens het rijden op een provinciale weg (de N34), waarbij de rijstroken voor het elkaar tegemoetkomende verkeer niet fysiek van elkaar zijn gescheiden en waar een maximumsnelheid van 100 km/u geldt, langere tijd onoplettend is geweest en onvoldoende aandacht
Dodelijk verkeersongeval Oldehove. Veroordeling voor artikel 6 WVW 1994 (schuld aan het veroorzaken van een verkeersongeval door zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag, waardoor twee personen werden gedood en één persoon zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen), voor rijden onder invloed van a
Conclusie AG. Art. 6 WVW 1994. Eerste middel bevat rechtsklacht over oordeel hof dat ongeval aan 'schuld' verdachte te wijten was. Tweede middel klaagt over verwerping verweer dat verdachte ten tijde van ongeval black-out moet hebben gehad. Beide middelen falen. Conclusie strekt tot vernietiging van
De rechtbank spreekt verdachte vrij voor overtreding van artikel 6 WVW. De rechtbank veroordeelt verdachte voor overtreding van artikel 5 WVW en legt op een geldboete van €750,-.
Dood door schuld in het verkeer door in 2020 in Wijdewormer als bestuurder van auto met zeer onverantwoord hoge snelheid te rijden en met grote impact te botsen op andere auto, art. 6 WVW 1994 en verlaten plaats van ongeval, art. 7 WVW 1994. Strafmotivering (gevangenisstraf van 6 maanden en ontzeggi
Doodslag in het verkeer. Motoragent slachtoffer van vrachtwagenchauffeur. Voorwaardelijk opzet-overwegingen. Tbs-dwang en gevangenisstraf van 9 jaar.
Conclusie A-G. Verkeersongeval met dodelijke afloop en zwaar lichamelijk letsel (art. 6 WVW 1994). Rijden op de verkeerde weghelft. Vier middelen. M1 klaagt over innerlijk tegenstrijdige bewijsvoering. M2 en M3 zijn gericht tegen de bewezenverklaring van de culpa en de verwerping van een uos/alterna
Veroordeling artikel 6 WVW via de constructie van artikel 5a WVW. Er is sprake geweest van roekeloosheid: verdachte, beginnend bestuurder, heeft opzettelijk meerdere verkeersregels in ernstige mate geschonden, door met een huurscooter in een voetgangersgebied, met een te hoge snelheid en zijn telefo
veroordeeld voor art. 6 WVW. Bewijsoverweging t.a.v. roekeloosheid.
Overtreding artikel 6 WVW. Roekeloos rijgedrag volgens artikel 5a WVW. Dodelijke afloop. 10 maanden gevangenisstraf met aftrek, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een onvoorwaardelijke rijontzegging van 3 jaar.
Conclusie AG. Art. 5a.1 WVW 1994. Falende middelen over het in ernstige mate schenden van de verkeersregels, opzet en het te duchten gevaar als bedoeld in art. 5a WVW 1994. Strekt tot verwerping van het beroep. (art. 81.1 RO)
Veroordeling wegens artikel 6 WVW (roekeloosheid) tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een OBM van 4 jaar. Vorderingen van benadeelde partijen. Affectieschade. Shockschade.
kort geding. verzekeringsfraude? autoverzekering. Vordering tot verwijdering persoonsgegevens uit Incidentenregister en EVR en tot rectificatie melding CBV toegewezen. Verwijdering uit IVR en Gebeurtenissenadministratie afgewezen. Toetsingskader. AVG, PIFI, Gedragscode.
Schuld aan een verkeersongeval waarbij een voetganger is overleden. Tevens verlaten plaats ongeval. Voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, een taakstraf voor de duur van 240 uren en een rijontzegging voor duur van 18 maanden. Veroordeling voor vergoeding van immateriële schade aan de nabesta
Veroordeling tot voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf en deels voorwaardelijke OBM voor het veroorzaken van een verkeersongeval waaraan de verdachte schuldig is in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet. De rechtbank concludeert dat de verdachte roekeloos heeft gereden, zoals bedoeld in artikel
Veroordeling van 10 maanden jeugddetentie en een rijontzegging van 3 jaar voor het aanrijden van een motoragent.
Onrechtmatige daad. Aanrijding tussen trein en melkwagen (vrachtwagen) op onbewaakte spoorwegovergang. Verhaalsvordering van de WAM-verzekeraar op beheerder van het spoor. Gevaarzetting. Aandeel van ieder der betrokkenen bij ongeval. Vaststelling schade.
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 48-jarige man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De verdachte heeft als bestuurder van een bestelauto aan het verkeer deelgenomen terwijl hij zwaar onder invloed van alcohol verkeerde. Daarbij heeft hij te hard
Destijds 15-jarige verdachte wordt veroordeeld voor veroorzaken dodelijk verkeersongeval door roekeloos rijden.
Artikelen 6 en 8 Wegenverkeerswet 1994 (eendaadse samenloop). Verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel. Roekeloos. Gevangenisstraf 180 dagen, waarvan 167 dagen voorwaardelijk, taakstraf 240 uren, rijontzegging 3 jaren. Geldboete € 370,00 voor rijden zonder rijbewijs (artikel 107 Wegenverkeerswet
Artikelen 6, 8 en 107 van de Wegenverkeerswet 1994. Toepassing van verruimde roekeloosheidsbegrip in art. 175 lid 2 WVW. De verdachte is veroordeeld voor het veroorzaken van een verkeersongeval waardoor aan een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, het rijden onder invloed van drugs en het
Veroordeling artikel 6 WVW. Forse overschrijding van de maximumsnelheid (131 km/uur binnen bebouwde kom). Stappenschema roekloosheid op basis van artikel 175 lid 2 jo. 5a WVW. Vrijspraak ter zake roekeloosheid omdat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van schending van verkeersregels in "ernst
Veroordeling art. 6 WVW. Verdachte heeft zeer onoplettend en onvoorzichtig gereden en daardoor een dodelijk verkeersongeval veroorzaakt. Ernstige schuld. Straf conform LOVS-oriëntatiepunten: gevangenisstraf 6 maanden en ontzegging rijbevoegdheid 2 jaar.
Verdachte is schuldig aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994 waarbij een fietsster zwaar lichamelijk letsel opliep en haar passagier werd gedood. Verdachte heeft te hard gereden, onvoldoende snelheid geminderd en onvoldoende uitgeweken en was afgeleid door zijn radio. Verdachte is