Rijden met vals kenteken, art. 41.1.d WVW 1994. Motivering verbeurdverklaring auto in het licht van draagkrachtverweer, art. 24 jo. 33.2 Sr. Heeft hof voldoende gemotiveerd aangegeven hoe het rekening heeft gehouden met draagkracht van verdachte t.a.v. verbeurdverklaring? HR: art
Wegenverkeerswet 1994
Art. 35 WVW
Genoemd in 6 uitspraken · Officiële wettekst
6 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Als eigenaresse van auto niet voldoen aan vordering om bekend te maken wie bestuurder was van haar auto ten tijde dat met die auto ongeval is veroorzaakt, art. 41.1 WVW. Verhouding tussen spreekplicht van eigenaar van auto en zwijgrecht van verdachte. Vordering a.b.i. art. 41.1 W
OM-cassatie. Art. 165 WVW 1994 (vordering om als kentekenhouder naam en personalia van de bestuurder kenbaar te maken) en zwijgrecht. Nu de wettelijke regeling tz. naar de kern genomen niet is gewijzigd, heeft het Hof terecht tot uitgangspunt genomen hetgeen in HR LJN ZC9475 uit
OM-cassatie. Art. 165 WVW 1994 (vordering om als kentekenhouder naam en personalia van de bestuurder kenbaar te maken) en zwijgrecht. Nu de wettelijke regeling tz. naar de kern genomen niet is gewijzigd, heeft het Hof terecht tot uitgangspunt genomen hetgeen in HR LJN ZC9475 uit
1. Het hof heeft de woorden ‘de brigadier van gemeentepolitie te R., J.’ kunnen verstaan als ‘een opsporingsambtenaar van gemeentepolitie te R., de birgadier J.’. 2. Nu niet is bewezenverklaard dat de aanwijzingen cfm. art. 33a lid 2 WVW zijn gegeven door een opsporingsambtenaar,
Gezien de strafmaxima en gelet op de in hoger beroep gevorderde straf, was het Hof niet gehouden tot een bredere strafmotivering.