Dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld in verkeer door als bestuurder van auto op provinciale weg volledig op verkeerde weghelft terecht te komen en vervolgens frontaal in botsing te komen met tegemoetkomende auto als gevolg waarvan bijrijder is overleden en bestuurder zwaa
Wegenverkeerswet 1994
Art. 175 WVW
Genoemd in 416 uitspraken · Officiële wettekst
416 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
1. N-o OM in de vervolging. 2. Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. Ad 1. De verwerping door het hof van het tot n-o verklaring van het OM in de vervolging strekkend verweer geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 2.
Zwaar lichamelijk letsel door schuld (roekeloosheid) in verkeer door als bestuurder van auto met snelheid van 175 tot 184 km/u te rijden op weg waar maximumsnelheid van 80 km/u geldt en te proberen op eenbaansweg links in te halen als gevolg waarvan ernstig ongeval plaatsvindt, w
Roekeloosheid, art. 6 jo. art. 175.2 WVW 1994. De door het Hof in het bijzonder in aanmerking genomen omstandigheden dat verdachte onder invloed van alcohol en zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs slingerend, met wisselende snelheden en op te korte afstand van andere aut
1. Toestemming voor bloedonderzoek, art. 8.2.b. WVW 1994. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT3993. Hieruit volgt dat art. 359a Sv het toetsingskader vormt voor de gevolgen te verbinden aan het mogelijk onbevoegd vragen van toestemming voor bloedonderz
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BU2016. Bij de toetsing in cassatie van beslissingen in concrete gevallen, waarbij de HR slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid kan verschaffen omtrent
Nijmeegse scooterzaak. Vervolg op ECLI:NL:HR:2013:1964. Medeplegen van overtreding van art. 6 WVW 1994. Het Hof heeft geoordeeld dat de wijze waarop verdachte en zijn mededader met de motorscooter zijn gevlucht als een zó waarschijnlijke mogelijkheid besloten lag in hun eerdere n
Filefuik-zaak. 1. Roekeloosheid, art. 6 jo. art. 175 WVW 1994. 2. Klacht over toewijzing door de bp-en gevorderde kosten voor rechtsbijstand, art. 592a Sv. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. V.zv. het middel klaagt dat ’s Hofs motivering tekorts
Artt. 6 en 175 WVW 1994. Roekeloosheid. HR herhaalt HR LJN A05822. Voor de schuldvorm "roekeloosheid" geldt op zichzelf hetzelfde, zij het dat daarbij moet worden betrokken dat deze roekeloosheid in de wetsgeschiedenis als “de zwaarste vorm van het culpose delict” wordt aangemerk
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. Het Hof heeft zijn oordeel dat te dezen sprake is van roekeloosheid voorzien van een motivering als bedoeld in deze overwegingen. V.zv. het middel kla
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BU2016. Bij de toetsing in cassatie van beslissingen in concrete gevallen, waarbij de HR slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid kan verschaffen omtrent
Roekeloosheid, art. 6 jo. art. 175 WVW 1994. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht daarvan schiet de bewijsvoering van het Hof tekort. De door het Hof blijkens de nadere bewijsoverweging i.h.b. in aanmerking genomen omstandigheden zouden toe
Dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld (roekeloosheid) in het verkeer door als passagier van bestelbus vanaf achterbank onverhoeds aan handrem te trekken waardoor bus met 70 km/u tegen viaduct botst, waardoor bestuurder overlijdt en bijrijder zwaar gewond raakt, art. 6 jo.
Nijmeegse scooterzaak. Veroordeling ter zake van medeplegen van dood door schuld in het verkeer. Gevangenisstraf 3 jaar en 9 maanden. Medeverdachte: ECLI:NL:GHSHE:2016:2428.
Roekeloosheid bij een verkeersruzie op de snelweg, art. 6 en 175 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960 m.b.t. roekeloosheid als zwaarste, aan opzet grenzende, schuldvorm, waarvan alleen in uitzonderlijke gevallen sprake is. Uit de bewijsvoering kan
Roekeloosheid, art. 6 jo. art. 175 WVW 1994. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:960, NJ 2014/25. De bewijsvoering van het Hof schiet tekort. De door het Hof blijkens de nadere bwo in aanmerking genomen omst. (drinken van 7x de toegestane hoeveelheid alcohol, rijden met een snelheid van
Artt. 6 en 175 WVW 1994. Roekeloosheid. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht van die overwegingen schiet de bewijsvoering van het Hof tekort. De door het Hof in het bijzonder in aanmerking genomen omstandigheden – kort gezegd, dat door verd
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BU2016. Bij de toetsing in cassatie van beslissingen in concrete gevallen, waarbij de HR slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid kan verschaffen omtrent
Verjaring. Ambtshalve beoordeling. Art. 70 en 72 Sr en art. 5, 6, 175, 176, 177 en 178 WVW 1994. Uit ECLI:NL:HR:2010:BK1998 vloeit voort dat voor de beantwoording van de vraag of het tlgd. feit is verjaard, de tll. moet worden beoordeeld naar de stand van het recht t.t.v. de bean
Schuld i.d.z.v. roekeloosheid, art. 6 en 175 WVW 1994. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. Het Hof heeft zijn oordeel dat te dezen sprake is van roekeloosheid voorzien van een motivering als in deze overwegingen bedoeld. V.zv. het middel klaagt dat
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht van deze overwegingen schiet de bewijsvoering van het Hof tekort.
Artt. 6 en 175 WVW 1994. Schuld. Roekeloosheid. HR herhaalt de relevante overwegingen t.a.v. schuld i.d.z.v. art. 6 WVW 1994 en “roekeloosheid” uit HR LJN A05822 en HR LJN BU2016. De motivering van het Hof schiet tekort. De door het Hof genoemde omstandigheden zouden toereikend k
Artt. 6 en 175 WVW 1994. Bewijs van schuld ex art. 6 WVW 1994; roekeloosheid. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AO5822 en HR LJN BU2016. De door het Hof genoemde omstandigheden dat verdachte de controle over het rijtuig heeft verloren, doordat hij na het gebruik van a
Art. 359.3 Sv. Bekennende verdachte? Roekeloos rijden. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:960. Het Hof heeft volstaan met een opgave van de b.m. als bedoeld in art. 359.3 Sv. Nu de verklaring van verdachte niet alle onderdelen betreft van het bewezenverklaarde, is het oordeel van het Ho
Artikel 6 WVW'94. Schuld in de gradatie van roekeloosheid. Verdachte heeft als bestuurder van een auto met veel te hoge snelheid, langere tijd en op korte afstand achter een andere auto gereden en is ondermeer in botsing gekomen met overstekende persoon in rolstoel die daardoor i