Wettelijk voorschrift a.b.i. art. 184.1 Sr. Artt. 159, 160.1, 177 en 178.2 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BB4108 en ECLI:NL:HR:2014:3639 m.b.t. het feit dat het in art. 184.1 Sr bedoelde wettelijk voorschrift uitdrukkelijk moet inhouden dat de be
Wegenverkeerswet 1994
Art. 160 WVW
Genoemd in 133 uitspraken · Officiële wettekst
133 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Wettelijk voorschrift a.b.i. art. 184.1 Sr. Artt. 159, 160.1, 177 en 178.2 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BB4108 en ECLI:NL:HR:2014:3639 m.b.t. het feit dat het in art. 184.1 Sr bedoelde wettelijk voorschrift uitdrukkelijk moet inhouden dat de be
Schuldheling van kentekenplaten, art. 417bis Sr. Middel tegen bewijsvoering en de door het hof aangenomen onderzoeksplicht naar de herkomst van de kentekenplaten. Plv. AG: met als uitgangspunt de wettelijke verplichting ex art. 160.1 WVW 1994 jo. art. 22.1.a Kentekenreglement voo
Conclusie AG. Plaatsing peilbaken onder auto bij niet-verdachte bij vermoeden van mogelijk rijden onder invloed van THC (art. 8 lid 5 JO 163 lid 6 WVW 1994). Is art. 3 Politiewet voldoende basis? Of is er sprake van stelselmatige observatie ex art. 126g Sv? De conclusie strekt to
Conclusie AG. Hof heeft blijkens de bewezenverklaring geoordeeld dat het door de betrokken politieambtenaar gegeven bevel om het voertuig van de verdachte te doen stilhouden een krachtens art. 151b Gemeentewet en de art. 50, 51 en 52 WWM gedaan bevel is, dat heeft te gelden als ‘
Wettelijk voorschrift a.b.i. art. 184.1 Sr. Artt. 159, 160.1, 177 en 178.2 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BB4108 en ECLI:NL:HR:2014:3639 m.b.t. het feit dat het in art. 184.1 Sr bedoelde wettelijk voorschrift uitdrukkelijk moet inhouden dat de be
Overtreding van art. 160, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW), als overtreding strafbaar gesteld bij artikel 177 WVW, kan niet worden vervolgd op grond van artikel 184 Sr. Op grond van artikel 382 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) dient een dergelijke over
Conclusie AG. Opzetheling, art. 416 Sr. Verwerping verweer onrechtmatige staandehouding. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Veroordeling tot een gevangenisstraf van 24 maanden voor witwassen (€ 62.000,-) en aanwezig hebben verdovende middelen (MDMA en hennep). Het aan de kant zetten van verdachte op grond van artikel 160 Wegenverkeerswet 1994 en het vervolgens verrichten van een technische controle aa
Bewezenverklaring vervoer van 9,3 kilo heroine en bezit 3,48 kilo cocaine. Daarnaast bewezenverklaring witwassen 30 duizend euro. Vrijspraak witwassen circa 6 duizend euro, Straf: 40 mnd + verbeurdverklaring geld en Rolex.
Conclusie AG. Opzettelijk niet voldoen aan een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan? Art. 184 Sr. Voor zover het middel, welwillend gelezen, zich ook richt tegen oordeel hof over art. 160 lid 7 (oud), thans lid 6, WVW 1994 is het terecht voorgesteld, omdat deze straf
Vervoeren van cocaïne en amfetamine (art. 2.B Opiumwet) en voorhanden hebben boksbeugel (art. 13.1 WWM) en wapenstok (art. 27.1 WWM). Toepassing controlebevoegdheid ex art. 160.1 WVW 1994. Kan verdachte worden aangemerkt als bestuurder? Hof heeft vastgesteld dat verbalisanten een
Conclusie AG. Verbalisanten zien twee mannen bij geopende kofferbak van geparkeerde auto staan en besluiten tot controle van voertuig en bestuurder. Middel klaagt o.a. over oordeel hof dat verbalisanten het voertuig van verdachten hebben gecontroleerd op grond van art. 160 WVW 19
De rechtbank veroordeelt verdachte voor doodslag tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren met aftrek van voorarrest. De rechtbank bepaalt dat verdachte de nabestaanden een schadevergoeding moet betalen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door het feit dat de opsp
Het Hof heeft beslist dat de toegewezen vordering b.p. vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente vanaf de in het arrest genoemde datum tot aan de dag der algehele voldoening. Nu het vonnis van de Rb niet een toewijzing inhoudt van de door de b.p. in e.a. gevorderde verg
OM-cassatie. Vormverzuim. Art. 359a Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AM2533 en verwijst naar ECLI:NL:HR:2013:BY5321. ’s Hofs oordeel dat bewijsuitsluiting het gevolg moet zijn van het door het Hof aangenomen verzuim is niet naar behoren met redenen omkle
Wettelijk voorschrift a.b.i. art. 184.1 Sr. Artt. 159, 160.1, 177 en 178.2 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BB4108 en ECLI:NL:HR:2014:3639 m.b.t. het feit dat het in art. 184.1 Sr bedoelde wettelijk voorschrift uitdrukkelijk moet inhouden dat de be
Falende bewijsklacht m.b.t. wederspannigheid. Art. 180, 184 Sr; art. 160 WVW 1994 (oud); art. 61a RVV (oud); art. 5.16, 5.20 Awb. Blijkens zijn bewijsoverwegingen heeft het Hof geoordeeld dat voor verdachte “duidelijk moet zijn geweest dat hij was aangehouden en wat de reden daar
Sanctie ter zake van “niet voldoen aan aanwijzing van bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaar.” De bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen als bepaald in artikel 82, eerste lid, van het RVV 1990, is louter bedoeld ter regeling van het verkeer. Nu de aanwijzing tot stoppen ni
Herziening. Aanvrager is bij de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd veroordeeld voor het rijden zonder geldig rijbewijs. De inhoud van de bij de aanvrage overgelegde stukken geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, t.w. dat aanvrager t.t.v. de overtreding wa