Ne bis in idem i.v.m. ontzegging rijbevoegdheid en ongeldigverklaring rijbewijs. Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat de door het Hof opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid in strijd is met het aan art. 14.7 IVBPR en art. 68 Sr ten grondslag liggende ne bis in i
Wegenverkeerswet 1994
Art. 131 WVW
Genoemd in 63 uitspraken · Officiële wettekst
63 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
OM-cassatie. Hof heeft OM n-o verklaard in vervolging t.z.v. rijden onder invloed (art. 8 WVW 1994) wegens schending van beginselen van goede procesorde, nu strafvervolging is gestart terwijl verdachte onderzoek naar rijgeschiktheid heeft afgerond bij CBR. Ontvankelijkheid OM in
CAG over art. 9 lid 2 WVW 1994, rijden met een ongeldigverklaard rijbewijs. De AG gaat in op het bewijs van het van kracht zijn van de ongeldigverklaring en de eis dat de bestuurder moet weten of redelijkerwijze moet weten dat het rijbewijs ongeldig is verklaard. In het onderhavi
OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Formele rechtskracht van besluit van bestuursorgaan in strafrecht. Kon hof oordelen dat strafrechter (bij beoordeling van
Bij besluit van 12 oktober 2020 heeft het CBR [appellante] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en de geldigheid van haar rijbewijs geschorst. [appellante] heeft op 21 april 2020, 22 mei 2020, 2 en 6 juli 2020 contact gehad met de politie. De betrokken politieambtenaren
Conclusie plv. AG. Rijden met geschorst rijbewijs (art. 9 lid 5 WVW 1994). Beginsel van de formele rechtskracht. Kon het hof bij de beantwoording van de bewijsvraag de rechtmatigheid van het besluit tot schorsing zelfstandig onderzoeken, terwijl tegen dit besluit een met voldoend
Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer opgelegd. Op 30 september 2019 is aan het CBR een schriftelijke mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, v
Niet-ontvankelijkheid OM wegens dubbele vervolging (ne bis in idem)? Vervolging t.z.v. rijden onder invloed (art. 8 WVW 1994), voor welk feit aan verdachte reeds verplichting tot deelname aan geschiktheidsonderzoek door het CBR is opgelegd. Blijkens art. 131.1.c jo. 134.2 WVW 199
Bij besluit van 5 augustus 2014 heeft het CBR [appellant] verplicht om mee te werken aan een onderzoek naar de geschiktheid vereist voor het besturen van motorvoertuigen en de geldigheid van het aan hem afgegeven rijbewijs geschorst.
Bewijsklacht. Uit de enkele omstandigheid dat het besluit tot schorsing van het rijbewijs van verdachte per gewone brief aan diens GBA-adres is verzonden en niet retour is gekomen, kan niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van
Conclusie AG. Recidiveregeling van art. 123b WVW 1994. Besproken worden de vragen: 1. Is er in geval van dwingend voorgeschreven verlies van geldigheid van het rijbewijs in de in art. 123b WVW 1994 bepaalde gevallen sprake van een criminal charge? 2. Zo ja is deze regeling in str
Geldigheid rijbewijs geschorst ex art. 131.3 a WVW 1994. Per aangetekende post verzonden schorsingsbesluit is niet retour gekomen. Daar kan niet zonder meer uit worden afgeleid dat verdachte wist dat de geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst.
Conclusie AG. O.m. rijden terwijl verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst (art. 9.5 WVW 1994). Volgens de AG blijkt niet voldoende uit bewijsvoering hof dat verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst. Conclusie strekt tot vernietiging en
Wegenverkeerswet 1994. Is er sprake van herhaaldelijke gedragingen als bedoeld in de bij de regeling behorende Bijlage, onder A, onderdeel III. Beroep gegrond.
Voor artikel 9, lid 5, WVW 1994 is vereist dat kan worden vastgesteld dat het rijbewijs van de verdachte is geschorst, dat het besluit is bekend gemaakt aan de verdachte én dat dat besluit ten tijde van het tenlastegelegde van kracht was. Vrijspraak.
Conclusie AG. Strafvervolging na niet-naleving voorwaarden alcoholslotprogramma in combinatie met ongeldigverklaring rijbewijs. AG bespreekt de vraag naar de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging.
Bestuursrechtelijke sanctie van huisverbod in combinatie met strafrechtelijke vervolging t.z.v. mishandeling, beroep op niet-ontvankelijkheid OM. Huisverbod a.b.i. art. 2 Wet tijdelijk huisverbod punitieve sanctie? Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het huisverbod opgelegd door d
Beroep op dwaling bij aangaan arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid tot het besturen van een taxi na het doormaken van een TIA niet gehonoreerd. CBR bepaalt of van ongeschiktheid sprake is. Regeling eisen geschiktheid 2000.
Verzoeker is door de politie aangehouden omdat zijn rijgedrag deed vermoeden dat er mogelijk sprake was van een overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Uit onderzoek bleek dit niet het geval te zijn. In dit geding dient te worden beoordeeld of verweerder bij het b
Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Bewijsklacht bekendmaking en inwerkingtreding van besluit van CBR tot schorsing van geldigheid van rijbewijs. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat
Conclusie AG. Rijden met geschorst rijbewijs. Art. 9 lid 5 WVW 1994. Bekendmakingseisen ongeldig verklaard rijbewijs (a.b.i. art. 9 lid 2 eerste volzin WVW 1994) van overeenkomstige toepassing bij geschorst rijbewijs? De A-G oordeelt dat ook voor een bewezenverklaring van art. 9
Verzoeker heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend. De bestuursrechter wijst dat verzoek af. Er is namelijk geen sprake van een onrechtmatig besluit. Het besluit is herroepen omdat in bezwaar nieuwe informatie beschikbaar kwam.
CBR; opleggen cursus verantwoord rijgedrag; EMG; maximumsnelheid overschreden; proces-verbaal politie; ambtsbelofte opgemaakt; beroep ongegrond.
EMG; snelheidsovertreding; binnen of buiten de bebouwde kom; onderzoek CBR; ongegrond
vovo bezwaar; schorsing rijbewijs; niet onevenredig; belang verkeersveiligheid weegt zwaarder; geen dubbele bestraffing; verzoek afgewezen