Wwv. Voorziening toegewezen (schorsing besluit inbeslagname rijbewijs) vanwege twijfel/onzekerheid onderliggend feitencomplex. Nader onderzoek door CBR op basis van door verzoeker te verstrekken stukken uit het strafdossier.
Wegenverkeerswet 1994
Art. 131 WVW
Genoemd in 63 uitspraken · Officiële wettekst
63 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Gevoegde CBR-zaken. Gezondheidsverklaringsprocedure. Door het uitblijven van een rijtest is het rijbewijs van eiser uiteindelijk ongeldig verklaard. Eiser heeft aangevoerd dat hij wilde wachten met de rijtest tot de Coronapandemie voorbij is. Daarbij is onder meer een beroep geda
Conclusie AG. OM-cassatie. Ontvankelijkheid OM. Art. 167 Sv. Recidiveregeling van art. 123b WVW 1994. Slagende klacht over oordeel hof dat het OM niet-ontvankelijk is in de vervolging van verdachte omdat de vervolgingsbeslissing wegens aperte onevenredigheid in strijd is met het
Niet-ontvankelijkheid OM wegens dubbele vervolging (ne bis in idem)? Vervolging t.z.v. rijden onder invloed (art. 8 WVW 1994), voor welk feit aan verdachte reeds verplichting tot deelname aan geschiktheidsonderzoek door het CBR is opgelegd. Blijkens art. 131.1.c jo. 134.2 WVW 199
Verwerping verweer over niet-ontvankelijkheid OM. Ne-bis-in-idem. Vervolging t.z.v. weigeren medewerking te verlenen aan ademanalyseonderzoek (art. 8 WVW 1994), voor welk feit aan verdachte reeds een Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (LEMA) is opgelegd, levert geen d
Rijden onder invloed, art. 8.2 aanhef onder a WVWV 1994, en ongeldigverklaring rijbewijs op de grond dat verdachte geen gehoor heeft gegeven aan besluit CBR tot onderzoek naar rijgeschiktheid, omdat dit onderzoek zou kunnen resulteren in deelname aan het alcoholslotprogramma. Sam
De ongeldigverklaring van het rijbewijs vindt niet haar directe oorsprong in het strafbare feit waarvoor verdachte thans terecht staat. OM ontvankelijk in vervolging.
Opleggen verplichting mee te werken aan onderzoek naar rijvaardigheid.
Hoewel verweerder bevoegd is om na drie en een half jaar een medisch onderzoek aan verzoekster op te leggen op grond van een nog altijd aanwezig vermoeden van ongeschiktheid, kan dit onder de gegeven omstandigheden niet van verzoekster worden verlangd. Moeilijk valt in te zien ho
<b>Alcoholslotprogramma bij beginnend bestuurder, punitieve sanctie</b> Trefwoorden: <i>ASP, beginnend bestuurder, punitieve sanctie, 6 EVRM, belangenafweging</i> Wetsartikelen: 6 EVRM, 17 van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid Op grond van de wetgeschiedenis
CBR. Nieuwe Regeling niet gunstiger. Verzoeker had überhaupt niet aan het wegverkeer deel moeten nemen. Op goede gronden een onderzoek naar de geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen opgelegd.
Het opleggen van het ASP op grond van de met ingang van 1 december 2011 geldende Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 31 oktober 2011, houdende vaststelling van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (de Regeling) is imperatief voorgeschr
Het niet begrepen hebben dat bij het onderzoek rijvaardigheidsonderzoek zelf gezorgd moet worden voor een personenauto met dubbele bediening kan niet aan eiseres worden toegerekend; beroep gegrond.
Het gaat om ongeldigverklaring van het rijbewijs. Verweerder heeft zich gehouden aan de toetsingsperiode van 12 maanden na de laatste aanhouding. Een gevolgde EMA hoeft niet per se in die periode te vallen. Wat de bloedwaarden betreft: de contra-expertises die eiser liet uitvoere
Uitleg van het begrip beginnend bestuurder in de zin van artikel 1, onder f, van de Regeling. Een bromfietscertificaat kan niet worden gelijkgesteld met een rijbewijs.
Bewijsklacht. Uit de enkele omstandigheid dat het besluit tot schorsing van het rijbewijs van verdachte per gewone brief aan diens GBA-adres is verzonden en niet retour is gekomen, kan niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van
Uitleg artikel 6, derde lid, van de Regeling en de aard en omvang van het deskundigenonderzoek voor wat betreft de rijgeschiktheid.
Wegenverkeerswet 1994. Bij besluit van 21 oktober 2009 van het CBR is het rijbewijs van verzoeker ongeldig verklaard voor alle categorieën met ingang van 28 oktober 2009. Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening.
Wegenverkeerswet 1994. Bij besluit van het CBR van 12 november 2009 is het rijbewijs van verzoeker ongeldig verklaard voor alle categorieën. Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening.
WVW 1994. Ongeldigverklaring rijbewijs. Inzage-, correctie- en blokkeringsrecht. Contra-expertise. Onvoldoende zorgvuldige voorbereiding. Beroep gegrond.
Ongeldigverklaring rijbewijs. De voorzieningenrechter overweegt dat verweerster de rapportages van het eerste en tweede onderzoek niet ten grondslag heeft kunnen leggen aan het bestreden besluit, nu niet duidelijk is op basis van welke relevante gegevens de conclusie kan worden g
De voorzieningenrechter overweegt dat verweerster bij het nemen van het bestreden besluit niet de daartoe vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen. Ten onrechte is aan verzoeker geen inzage-en correctierecht verleend ter zake van het rapport van de psychiater. Toewijzing voo
Schorsing geldigheid rijbewijs na bedienen gaspedaal van auto met behulp van een paraplu. CBR was op de hoogte van beenklachten en had nader onderzoek moeten gelasten. Schorsing onzorgvuldig voorbereid.
Strafmotivering. De aan de HR gezonden brief van het Hof maakt dat de strafoplegging ontoereikend is gemotiveerd. CAG over invorderen, inhouden en ongeldig verklaren van het rijbewijs.
Niet zonder geldige reden niet is verschenen op het voorgesprek in kader van de EMA. Feiten hadden voor verweerder aanleiding dienen te zijn voor nader onderzoek naar de reden van verhindering. Dat de postbeambte "niet afgehaald" als reden heeft aangekruist voor het onbestelbaar