Voorlopige voorziening. Taxiverordening Amsterdam 2012. Weigering taxivergunning. Onevenredige aantasting kwaliteit taxivervoer.
Wegenverkeerswet 1994
Art. 130 WVW
Genoemd in 102 uitspraken · Officiële wettekst
102 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Art. 9.2 WVW 1994. Ongeldig verklaard rijbewijs. Weten/Redelijkerwijs moeten weten. De door het Hof gebezigde bewijsmiddelen houden - samengevat weergegeven - in dat het rijbewijs van verdachte bij besluit van 6 september 2000 ongeldig is verklaard, dat dit besluit zowel bij aang
Uitleg van het begrip beginnend bestuurder in de zin van artikel 1, onder f, van de Regeling. Een bromfietscertificaat kan niet worden gelijkgesteld met een rijbewijs.
Gegronde bewijsklacht pleegplaats. De bewezenverklaarde pleegplaats volgt niet uit de gebezigde bewijsmiddelen. Conclusie AG: verbeterd lezen.
Art. 9.7 WVW 1994. Rijden terwijl overgifte rijbewijs is gevorderd. Verbeterde lezing van kwalificatie. Overtreding van art. 9.4 (HR leest: 9.7) WVW 1994. Verbeurdverklaring personenauto. ’s Hofs oordeel dat de inbeslaggenomen personenauto volgens opgave van verdachte aan hem toe
Vermoeden ongeschiktheid art. 130 WVW terecht gebaseerd op te hoog alcoholgehalte rijdend op een bromfiets. Uitzondering rijbewijs AM in bijlage 1 bij Regeling maatregelen geldt alleen in het geval de betrokkene uitsluitend rijbewijs AM heeft.
Uitleg artikel 6, derde lid, van de Regeling en de aard en omvang van het deskundigenonderzoek voor wat betreft de rijgeschiktheid.
Wegenverkeerswet 1994. Bij besluit van 21 oktober 2009 van het CBR is het rijbewijs van verzoeker ongeldig verklaard voor alle categorieën met ingang van 28 oktober 2009. Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening.
Beginnende bestuurder; de in artikel 3, lid 3 van de Regeling gestelde termijn van 6 maanden geldt niet; betekent echter niet dat met de mededeling ex artikel 130, lid 1 van de WVW 1994 maar eindeloos kan worden geacht; mededeling eerst gedaan 7,5 maanden na de onherroepelijke ve
Opleggen maatregel wegens vermoeden niet langer beschikken over de vereiste geestelijke geschiktheid. Naar aanleiding van een geweldsincident in een woning is eiser aangehouden en later op de dag op grond van een inbewaringstelling in het kader van de Wet bijzondere opnemingen in
Schorsing geldigheid rijbewijs verzoeker en bevel tot deelname onderzoek naar de geschiktheid. Verweerder heeft nagelaten zelf te onderzoeken of er duidelijke aanwijzingen bestaan dat betrokkene lijdt aan een aandoening waardoor hij geestelijk en/of lichamelijk niet goed function
Door eiser is gesteld dat de deskundigen in strijd met artikel 7:464 van het Burgerlijk Wetboek (maakt deel uit van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst, verder: WGBO) hebben gehandeld, doordat zij eiser niet in de gelegenheid hebben gesteld mee te delen of hij als
Verdachtes rijbewijs is weliswaar ingevorderd geweest, maar vervolgens niet door de OvJ ingehouden ex art. 164 WVW 1994. Kennelijk abusievelijk spreekt het hof in zijn beslissing van “ingehouden” i.p.v. “ingevorderd”. HR leest verbeterd. Het middel strekt ten betoge dat het hof m
Bij besluit van 21 december 2004 heeft de algemeen directeur van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: de directeur ) bepaald dat appellant verplicht is mee te werken aan een onderzoek naar de geschiktheid, vereist voor het besturen van een of meer categor
Grondslagverlating. De wetgever heeft v.w.b. het verbod om een motorrijtuig te besturen of te doen besturen na een vordering tot overgifte van het rijbewijs dan wel gedurende de tijd dat het rijbewijs is ingevorderd en nog niet is teruggegeven, in art. 9.4 en 9.7 jo. art. 176.3 W
Aan verzoeker is de verplichting opgelegd om zich te onderwerpen aan een educatieve maatregel ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid. Na afloop van het voorgesprek is een negatief afloopbericht opgemaakt. Verzoeker is vervolgens een herkansing geboden. Van het twee
Bij besluit van 6 augustus 2002 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de minister) appellante de verplichting opgelegd om mee te werken aan een onderzoek naar de rijvaardigheid. Bij besluit van 21 januari 2003 heeft de minister het daartegen gemaakte bezwaar ongegr
Verzoeker isop 8 juli 2003 achter het stuur onwel is geworden. Bij besluit van 15 september 2003 heeft verweerder naar aanleiding daarvan gevorderd dat verzoeker zich onderwerpt aan een onderzoek naar de geschiktheid tot het besturen van één of meer categorieën van motorrijtuigen
verweerder willen aangeven dat hij bij het opleggen van een EMA geen rekening wenst te houden met het feit dat betrokkene in het buitenland woont. Artikel 8, eerste lid, onder c, van de Regeling wordt, ongeacht waar betrokkene zijn woonplaats heeft, toegepast. Wel pleegt verweerd
Rechtens onaantastbaar besluit tot opleggen geschiktheidsonderzoek betekent niet dat verweerder niet terug kan komen op dit besluit of de procedure tot beoordeling van de geschiktheid niet kan beëindigen. Ongeldigverklaring rijbewijs. Verzoeker heeft geen bezwaar gemaakt tegen h
Vermoeden alcoholmisbruik. Verweerder heeft verzoekers rijbewijs ongeldig verklaard voor alle categorieën. Daarbij is aangegeven dat de zogenaamde recidiefvrije periode omstreeks 1 januari 2002 is ingegaan.
-
-
-
-