Intrekking taxivergunning vanwege gevaarzettend verkeersgedrag (artikel 1, vierde lid, van het besluit Nadere regels eisen chauffeurs), belangenafweging
Wegenverkeerswet 1994
Art. 130 WVW
Genoemd in 102 uitspraken · Officiële wettekst
102 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
De voorzieningenrechter doet mondeling uitspraak in een voorlopigevoorzieningenprocedure over het alcoholslotprogramma. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen, omdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich in een hogerberoepszaak nog zal uit
Beroep op dwaling bij aangaan arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid tot het besturen van een taxi na het doormaken van een TIA niet gehonoreerd. CBR bepaalt of van ongeschiktheid sprake is. Regeling eisen geschiktheid 2000.
Verzoeker is door de politie aangehouden omdat zijn rijgedrag deed vermoeden dat er mogelijk sprake was van een overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Uit onderzoek bleek dit niet het geval te zijn. In dit geding dient te worden beoordeeld of verweerder bij het b
Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Bewijsklacht bekendmaking en inwerkingtreding van besluit van CBR tot schorsing van geldigheid van rijbewijs. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat
Conclusie AG. Rijden met geschorst rijbewijs. Art. 9 lid 5 WVW 1994. Bekendmakingseisen ongeldig verklaard rijbewijs (a.b.i. art. 9 lid 2 eerste volzin WVW 1994) van overeenkomstige toepassing bij geschorst rijbewijs? De A-G oordeelt dat ook voor een bewezenverklaring van art. 9
GHAMS BRR - art 164 WVW1994 geeft geen grondslag voor vergoeding van schade als gevolg van de schorsing van de geldigheid van het rijbewijs en de daarop volgende ongeldigverklaring van het rijbewijs door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR)
Conclusie AG. Veroordeling wegens rijden onder invloed, 455 microgram (art. 8 lid 2 onder a WVW 1994). Strafvervolging na oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) in strijd met het ne bis in idem-beginsel? EMA punitieve sanctie gelet op de kosten? Middel 1 klaagt o
Oplegging lichte educatieve maatregel gedrag voor het overschrijden van de maximum snelheid buiten de bebouwde kom met 50 tot 59 km/u. Beroep gegrond.
Onderzoek rijgeschiktheid
CBR. Rijvaardigheidsonderzoek + schorsing rijbewijs op goede gronden. Intrappen verkeerde pedaal en/of niet intrappen juiste pedaal.
Oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (EMA); beroep ongegrond. Niet in geschil is dat eiser te veel had gedronken. Met voldoende mate van zekerheid is komen vast te staan dat eiser onder invloed van alcohol de auto heeft bestuurd. De EMA-cursus is op goede gronden aan
Schuld aan een dodelijk verkeersongeval in de zin van art. 6 WVW 1994. Aanmerkelijke onvoorzichtig- en onoplettendheid. Oplegging taakstraf van 200 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk.
Gelet op formulering van het criterium en de totstandkoming ervan, mede in het licht van de doelstelling van de EMG, is er in dit geval onvoldoende grondslag voor het opleggen van een EMG. Op basis van de mededeling als bedoeld in artikel 130 Wwv kan niet worden geconcludeerd dat
Voorlopige voorziening in bezwaar tegen besluit CBR over schorsing geldigheid rijbewijs. Verzoekster is aangehouden, omdat zij met een te hoog ademalcoholgehalte een auto bestuurde. Op het bureau is een ademtest afgenomen. Aan het betreffende proces-verbaal is geen ademticket geh
ROT 24/4746 en ROT 24/6992: Voorlopige voorziening en kortsluiting; beroep ongegrond en verzoek afgewezen; oplegging onderzoek alcoholmisbruik en schorsing rijbewijs; tegenonderzoek heeft niet plaatsgevonden; geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het resultaat van
Schuld aan dodelijk verkeersongeval artikel 6 WVW 1994 na wegraking door voorzienbaar alcoholinsult.
Varia. Wegenverkeerswet 1994. Beroep tegen de beslissing van het CBR om een medisch onderzoek naar de rijgeschiktheid te laten verrichten. Eiseres is eerder al onderzocht door een psychiater. De bestreden beslissing betreft een onderzoek door een neuroloog.
De rechtbank veroordeelt een 63-jarige man uit Didam tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Tot slot krijgt hij een rijontzegging van 4 jaren. Door zijn schuld is een verkeersongeval ontstaan waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel op l
Weigeren bloedonderzoek. Het hof verwerpt het verweer dat strekt tot niet-ontvankelijkheidverklaring i.v.m. de recidiveregeling 123b Wegenverkeerswet 1994 en ziet geen noodzaak tot het stellen van prejudiciële vragen. Het hof veroordeelt verdachte voor het weigeren van een bevel
Met het bestreden besluit heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen bepaald dat verzoeker een medisch onderzoek naar de rijgeschiktheid moet laten doen en niet mag rijden tot de uitslag van dat onderzoek. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en gevraagd om een voorlopige voorz
WVW
Rijbewijs geschorst in afwachting van onderzoek naar de rijgeschiktheid. Verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Gevoegde CBR-zaken. Gezondheidsverklaringsprocedure. Door het uitblijven van een rijtest is het rijbewijs van eiser uiteindelijk ongeldig verklaard. Eiser heeft aangevoerd dat hij wilde wachten met de rijtest tot de Coronapandemie voorbij is. Daarbij is onder meer een beroep geda
Het hof is van oordeel dat de invordering van een rijbewijs van kracht is zolang het rijbewijs niet is teruggegeven. Als moment van teruggave geldt het moment waarop het rijbewijs feitelijk aan de verdachte is teruggegeven en hij daarover dus kan beschikken. Nu de verdachte ten t