Overheidsprivaatrecht. Strafrecht. Aanvullende rechtsbescherming burgerlijke rechter. Detentie hangende behandeling vordering achterwege laten v.i. o.g.v. art. 6:6:8 lid 5 Sv oud. Grond voor buiten toepassing laten van deze bepaling wegens strijd met art. 5 EVRM? Kan bij burgerli
Wetboek van Strafvordering
Art. 6:9 Sv
Genoemd in 14 uitspraken · Officiële wettekst
14 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie plv. AG. Vraag of het hof mag beslissen over een vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling als de rechtbank zich niet over deze vordering heeft uitgelaten. Recht zoals dat gold tot inwerkingtreding van de Wet straffenen en beschermen op 1 juli 2
Gedetineerde vordert bevel tot voorwaardelijke invrijheidsstelling wegens onverbindendheid artikel 6:6:8:Sv (oud). Artikel 6:6:8 Sv (oud) is niet onmiskenbaar onverbindend wegens strijd met artikel 5 EVRM. Vordering afgewezen.
Kort geding. Detentie hangende beslissing op vordering tot uitstel of achterwege laten v.i. Vordering buiten toepassing laten / opschorten artikel 6:6:8 lid 5 (oud) Sv en staken vrijheidsbeneming afgewezen.
Bezwaar tegen herroeping VI ongegrond.
Bezwaarschrift tegen herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) ex art. 6:6:8 Sv. Bezwaar gedeeltelijk gegrond.
Bezwaarschrift tegen herroeping voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.) ex art. 6:6:8 Sv. Bezwaar gedeeltelijk gegrond.
Bezwaar (algehele) herroeping v.i. ex art. 6:6:8 Sv gegrond. Het OM heeft bij de herroepingsbeslissing onvoldoende rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde. Gedeeltelijke herroeping, v.i. na 250 dagen.
uitstel v.i. bezwaar ongegrond
Bezwaar tegen afstel voorwaardelijke invrijheidstelling ex art. 6:6:8 Sv ongegrond.
Bezwaar tegen (gedeeltelijke) herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) ex art. 6:6:8 Sv gegrond (na 90 dagen). Het OM heeft niet in redelijkheid kunnen beslissen tot herroeping van de v.i. voor de duur van 120 dagen, omdat bij die beslissing ten onrechte niet zijn mee
Bezwaar tegen het niet voorwaardelijk in vrijheid stellen gegrond verklaard. Het Openbaar Ministerie heeft nagelaten bij de Hongaarse autoriteiten te informeren of een voorwaardelijke invrijheidsstelling in Hongarije uitvoerbaar is en daarmee onvoldoende rekening gehouden met de
Ongegrondverklaring bezwaarschrift tegen het niet verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling. Veroordeelde heeft tijdens zijn detentie niet de bijzondere geschiktheid laten zien voor zijn terugkeer in de maatschappij. Hij is tijdens zijn detentie cannabis gaan regelen en hee
vordering achterwege laten VI; termijnoverschrijding niet verschoonbaar